Computernetwerk op 220 volt

Een computernetwerk thuis kan met en zonder speciale kabels. De verbindingen kunnen ook lopen via draden die er al liggen en die elke kamer bereiken: het lichtnet.

De populariteit van computernetwerken hoeft niet te verbazen. Je kunt er een internetverbinding en een printer mee delen, gezamenlijk computerspellen spelen en reservekopieën van de ene pc maken op de andere. Een oud pc'tje krijgt weer nut.

Het installeren van netwerkkaarten is niet moeilijk meer; vaak is er in een nieuwe pc zelfs al een aanwezig. Maar het leggen van de bedrading is geen lolletje. Er moeten deurposten en trapgaten worden overbrugd, kabels langs radiatorbuizen worden gewurmd of er moeten zelfs gaten worden geboord in muren en plafonds. Meestal moeten de kabels zonder stekkers worden getrokken en pas als de flessenhalzen zijn gepasseerd kan iemand met een speciale tang en de juiste vaardigheid de connector bevestigen. Op iedere splitsing in het netwerk moet een hub komen, een soort meerwegstekker van enkele tientjes.

Draadloze netwerken hebben hun eigen problemen. Het signaal heeft soms moeite plafonds van gewapend beton te passeren. Of het bereikt juist al te makkelijk de buren of de straat, wat kopzorgen geeft omtrent de veiligheid.

Het is een lumineus idee voor deze dataverbindingen gebruik te maken van de alomtegenwoordige bedrading van het lichtnet. De Homeplug-standaard zorgt ervoor dat elke pc zijn data via een groot uitgevallen stekker in het 220-voltnetwerk pompt, of ze er uithaalt. De kosten en het gezwoeg met kabels en hubs vervallen. Verhuizen van een pc naar een andere ruimte levert geen sores op, zolang er een stopcontact in de buurt is.

Apparatuur hiervoor wordt gemaakt door fabrikanten als Siemens, NetGear en Powerline. We namen de proef op de som met spullen van Powerline. Op twee pc's werd een Powerline USB-adapter (adviesprijs 80 euro) geïnstalleerd, en dat kostte geen moeite. Wat wel moeilijk bleek, was het aanbrengen van de juiste netwerkinstellingen en het aanpassen van de firewall (mede doordat voor de proef de bestaande netwerkverbinding buiten werking was gesteld).

Toen de onvermijdelijke technische horden waren genomen, werkten de adapters prima. Dat is een prestatie van de Homeplug Powerline Alliance, een verbond van bedrijven dat deze standaard heeft vastgesteld. Op het lichtnet is het een kakofonie van storende pulsen van apparaten die worden aan- en uitgezet, terwijl een cruciale factor als impedantie (te vergelijken met elektrische weerstand) door het in- en uitpluggen van elektrische machines ook voortdurend varieert. Door een opeenstapeling van foutcorrecties weten Homeplug-apparaten het dataverkeer in het gareel te houden. De enige eigenschap die daaronder lijdt, is de snelheid. In theorie haalt Homeplug een snelheid van 14 megabit per seconde (Mbps), maar in de praktijk zal dat gemiddeld ongeveer de helft zijn. In het geval van USB-adapters is het maximum trouwens 11 Mbps omdat de USB 1.0-standaard (de USB-poort verleent externe apparaten toegang tot de pc) niet meer toelaat.

Daarmee scoort Powerline slechter dan de meeste alternatieven. Een netwerk van kabels haalt 100 Mbps, en een draadloos netwerk 10 Mbps (of 54 Mbps in de nieuwe variant 801.11g). Daar staat tegenover dat 7 Mbps voor de meeste huis-, tuin- en keukentoepassingen voldoende is. Alleen bij gaming en video is het te weinig. Een nieuwe versie, Homeplug AV, moet daar binnenkort verandering in brengen. Dan worden radio- en televisietoestellen denkbaar die door het inpluggen van de stekker óók worden aangesloten op het huisnetwerk en zo zenders van internet ontvangen.

Netwerkonderdelen van Powerline zijn ongeveer even duur als `draadloos' en dus duurder dan kaarten voor kabelnetwerk. Maar daarbij moet worden bedacht dat kabels en hubs ook geld kosten, en dat de moeite van het aanleggen ook een prijs heeft.

Overigens is deze vorm van netwerkaansluiting iets anders dan `internet via het stopcontact', dat niet lang geleden door energiemaatschappij Nuon is beproefd. Daarbij werd via het stopcontact een internetverbinding thuis afgeleverd. Deze proef krijgt geen vervolg en internet zal voorlopig niet via het stopcontact het huis binnenkomen. In het geval van Homeplug dient het lichtnet alleen voor het lokale netwerk. Eén computer op dat netwerk heeft een onafhankelijke internetverbinding nodig via bijvoorbeeld ADSL of kabel. De rest profiteert dan mee via het stopcontact. Powerline levert overigens ook een bridge, waarmee een bestaand netwerk kan worden gekoppeld aan een netwerk dat via het lichtnet functioneert.

En de buren? Nee, de buren niet. Een Homeplug-netwerk strekt zich uit door het hele huis, en kan met een normaal verlengsnoer (zoals een haspel naar de tuin) worden uitgebreid. Maar bij de meterkast zit, zo verzekert importeur Bestcom in Eindhoven, een sperfilter dat alle signalen boven de 50 Hz tegenhoudt. Homeplug-apparaten sturen signalen van 4 tot 21 MHz de draden in, en de buren zullen dit niet kunnen afluisteren.

WWW.NRC.NL:Een filmpje, waarin Herbert Blankesteijn de werking van het besproken netwerk laat zien.