Britten sturen extra soldaten naar Irak

De Britse regering hoopt met het sturen van 1.400 extra soldaten naar Irak de guerrilla beter te kunnen bestrijden. Met inbegrip van de twee nieuwe infanteriebataljons, die in twee fasen naar de Britse zone in Zuid-Irak gaan, komt het totaal aantal Britse soldaten op 12.000. Minister van Defensie Hoon, die de ,,tussentijdse uitbreiding'' gisteren in het parlement aankondigde, suggereerde dat de sterkte verder kan worden opgevoerd.

Hoon zei dat de uitbreding nodig is om civiele hulpverleners te beschermen bij de wederopbouw van de Iraakse infrastructuur. Het herstel daarvan wordt belemmerd door sabotage en plunderingen. De verwachte uitbreiding is niettemin kleiner dan de 5.000 extra soldaten die de minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, vorige week noodzakelijk noemde om de Amerikaans-Britse coalitie in Irak te behoeden voor een ,,strategische mislukking''.

In uitgelekte notities voor een gesprek met premier Blair zei Straw toen dat ,,gebrek aan politieke vooruitgang bij het oplossen van de samenhangende problemen van de veiligheid, de infrastructuur en politieke vooruitgang de instemming van het Iraakse volk met de aanwezige coalitie ondermijnen en een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisten en terroristen''. Volgens hem moet er vooruitgang worden geboekt vóór 27 oktober, het begin van de islamitische vastenmaand ramadan.

Sinds het officiële einde van de grote gevechtsoperaties, op 1 mei dit jaar, zijn bij terreuraanslagen en guerrilla-acties elf Britse soldaten gedood en bijna zeventig Amerikanen en meer dan twintig VN-functionarissen. De Conservatieve oppositie noemde het regeringsbeleid in Irak ,,een puinhoop''. Volgens Michael Ancram, Tory-woordvoerder voor Buitenlandse Zaken, zijn de Irakezen ,,verbluft dat een land dat dertig jaar geleden een man op de maan zette het licht in Irak niet aan het werk krijgt''.