Beperking

Het begon er al mee dat ik volkomen misplaatst het woord `invalide' gebruikte. Is dit de bijeenkomst voor de `invaliden', zoiets had ik gevraagd.

,,Dat woord gebruiken we allang niet meer'', zei een vriendelijke mevrouw, die een handicap aan een van haar handen had. ,,Want dat betekent eigenlijk: onvolwaardige.''

,,Gehandicapten dan?'' vroeg ik, geschrokken.

,,Beter is: mensen met een handicap'', zei ze, ,,want dan spreek je iemand op zijn mens zijn aan. Maar de beste term vind ik: mensen met een beperking.''

Het duizelde me even. Vanwaar toch die onuitroeibare behoefte het leven ingewikkelder te maken dan strikt noodzakelijk is? Zou ik me nog wel journalist mogen noemen, of wordt het voortaan op gezag van het Genootschap van Hoofdredacteuren `een blocnotebezitter met een pen'?

We stonden op een discussiebijeenkomst in de Nieuwe Kerk bij de Dam. De ruimte was te klein voor alle genodigden, ook omdat de mensen-met-een-beperking-in-een-rolstoel veel plaats in beslag namen. ,,Er is in het algemeen te veel aandacht voor de rolstoelers'', zei de vriendelijke mevrouw weer. ,,Zij worden steeds vereenzelvigd met dé gehandicapte. Maar er zijn zoveel mensen met een onzichtbare handicap.''

De paneldiscussie was een van de evenementen op deze dag `in het kader van het Europese jaar van mensen met een handicap'. Even verderop, op de Dam, waren festiviteiten voor gehandicapten gaande. Ook waren er allerlei informatiekraampjes. ,,Nog geen diabetes (suiker)? Laat u hier controleren!''

Een van de bedoelingen van deze dag was de ontmoeting van mensen met en zonder handicap ,,om meer zicht te krijgen op elkaars (on)mogelijkheden''. Ik vrees dat het bij deze mooie bedoeling gebleven is, want ik zag weinig mensen zonder handicap rondlopen. Dat viel te verwachten. Hoeveel gezonde Nederlanders worden 's morgens wakker met de vurige wens om meer zicht te krijgen op de (on)mogelijkheden van de gehandicapte medemens? U, lezer van dit stukje, toevallig wél, maar verder?

Toch viel er veel te leren op deze dag. Tijdens de discussie konden de gehandicapten hun hart luchten over de voor hen vaak geringe toegankelijkheid van de openbare ruimte. Een mevrouw uit Amsterdam vertelde hoe ze haar gehandicapte dochter naar de bovenste verdieping van de muziekschool moest dragen, omdat er geen lift was. Samen naar de apotheek? Kon niet, want de apotheek zat in een verbouwd, liftloos monumentenpandje. Zo regende het klachten over ontoegankelijke winkels, kantoren en straten.

Neem de Dam met al die hobbelkeitjes een ware crime voor de gehandicapte. Maar er komt nu een proefstrook met gladde keitjes van Rokin naar Dam, beloofde stadsdeelbestuurder Guido Frankfurther. Had dat niet meteen gekund, vroeg iemand scherp. Ja, dat had gekund, antwoordde Frankfurther. Het was alleen niet gebeurd. En toen sprak hij een zin uit die, als we niet oppassen, wel eens zou kunnen uitgroeien tot hét credo van het openbaar bestuur in Nederland: ,,Er zijn wel goede bedoelingen, maar wij zijn nog niet in staat geweest die overal tot uitdrukking te brengen.''

Besturen met een beperking, zou je het kunnen noemen.