`Bachelors' eindigt te vaag

De eindfase van veel bacheloropleidingen in het hoger onderwijs is nog onduidelijk. De masteropleidingen zijn nog nauwelijks ingevuld. De internationalisering van het hoger onderwijs betreft vooral de randvoorwaarden, niet zozeer het onderwijs zelf. De voorlichting aan studenten schiet tekort.

Dit zijn conclusies uit een rapport van de Inspectie voor het Onderwijs over de invoering van het bachelor-masterstelsel aan de universiteiten en hogescholen. De `BaMa-monitor' werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCenW en gisteren door staatssecretaris Nijs naar de Tweede Kamer gestuurd. De Inspectie deed een vragenlijstonderzoek bij 1000 opleidingen en een pratkijkstudie bij acht instellingen. Het is de eerste evaluatie van het nieuwe stelsel sinds de invoering in september 2002. Eerdere kritiek van studentenorganisaties LSVb en ISO worden door het onderzoek bevestigd.

Nederlandse universiteiten lopen voorop in Europa met de snelle invoering van het bachelor-masterstelsel, dat in 2009 moet leiden tot eenheid en uitwisseling in het Europese hoger onderwijs. In het wetenschappelijk onderwijs is van 82 procent van de opleidingen inmiddels een bama-variant gestart. Tweederde van de bama-opleidingen in het wo hanteert het Europese studiepuntenstelsel (ECTS) en biedt overwegend Engelstalig onderwijs.

Vooral de achterstand in de ontwikkeling van wo-masters is volgens de Inspectie een punt van zorg. Het aantal masteropleidingen aan het wo is weliswaar sterk toegenomen (van 258 vorig jaar naar 857 dit jaar), de invulling is vaak nog onbekend. Voor het hbo staan nog helemaal geen masters geregisteeerd. Tegelijk verwachten de unviersiteiten dat een grote meerderheid (84 procent) van de bachelorstudenten zal willen doorstromen naar een master.

Door de late ontwikkeling van de masters kunnen de huidige bachelorstudenten zich onvoldoende oriënteren op het vervolg van hun studie, aldus de Inspectie. Ook de samenhang van het curriculum wordt bedreigd. Zestig procent van de nieuwe opleidingen wordt gefaseerd, dat wil zeggen per jaar, ingevoerd. Volgens de instellingen is dit nodig om onderwijskundige vernieuwingen mogelijk te maken. Zo worden de wo-bachelors verbreed, ze zijn meer gericht op algemene academische vorming en een multidisciplinaire benadering.