Afwijken mag weer in euroland

Het Stabiliteits- en Groeipact wordt vrijdag formeel geen agendapunt bij de informele Ecofin-bijeenkomst van ministers van Financiën in het Italiaanse Stresa. In de praktijk zal het onderwerp onontkoombaar zijn.

De begrotingsteugels laten vieren in tijden van tegenspoed? De Franse president Mitterrand voerde na zijn verkiezing in 1981, in tegenstelling tot zijn buren, een stimuleringsbeleid in om de zware recessie van die tijd te boven te komen. Verscherpte grensbewaking en een strikte controle op kapitaalvlucht waren nodig om een vrije val van de Franse franc, en de financiële leegloop van Frankrijk te voorkomen. Frankrijk keerde terug op zijn schreden en zou noodgedwongen hetzelfde bezuinigingsbeleid voeren als waartoe de rest van Europa was overgegaan. De beschadigde franc devalueerde meermalen.

Financieel-economisch uit de pas lopen met de buren is gevaarlijk in Europa. Destijds waren het de grondregels van het Europese Monetaire Stelsel, dat de munten van de EU-landen aan elkaar koppelde, die het keurslijf vormden. Vandaag zijn alle munten opgegaan in de euro. Het is nu een stelsel van begrotingsregels, samengevat in het Stabiliteits- en Groeipact, dat de ondubbelzinnigheid van beleid in Europa moet bewaken.

Tijdens de recessie van 2003 wordt het steeds moeilijker uit te maken wie er in Europa uit de pas loopt. De kleinere landen houden vast aan de afgesproken begrotingsdiscipline in het pact, dat een begrotingstekort van meer dan 3 procent verbiedt. De grote landen Frankrijk en Duitsland laten hun tekorten intussen oplopen tot ver boven de 3 procent. Italië houdt zijn tekort beneden de grens van 3 procent, maar doet dat wel met incidentele maatregelen.

Daarmee is het aantal eurolanden dat zijn begroting binnen de perken houdt weliswaar in de meerderheid. Maar het economische gewicht van de landen die dat niet doen is groter.

Dat zet de verhoudingen binnen de eurozone op scherp aan de vooravond van de halfjaarlijkse informele ontmoeting van de ministers van Financiën en centrale bankiers, die ditmaal onder Italiaans voorzitterschap gehouden wordt in het plaatsje Stresa. Formeel staat het pact niet op de agenda, maar uitlatingen van bewindslieden van de grote drie van de eurozone maken een gedachtenwisseling bijna onvermijdelijk. Afgelopen zondag was het minister van Financiën Tremonti van Italië, dat dit halfjaar EU-voorzitter is, die het voorstel deed het pact op te rekken. Als een overschrijding van het tekort gepaard gaat met structurele hervormingen van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt of de sociale zekerheid, dan moet daar volgens de minister ruimte voor zijn. De opmerking is een echo van een soortgelijk geluid uit Duitsland en Frankrijk. De Duitse bondskanselier Schröder zei vorige week na afloop van een Frans-Duitse top in Dresden dat hij het met de Franse president Chirac eens is in zijn ,,verwerping van een dogmatische nadruk op één doel van het pact''. De volledige naam van het pact is `Stabiliteits- én Groeipact', zodat Schröder kenbaar maakte ook te willen inzetten op het `groei'-deel. Al was het maar om niet, door een té grote bezuinigingsdrift, de economische recessie langer en dieper te laten worden. Frankrijk maakte vorige week bekend om zelfs bij het oplopende begrotingstekort de belastingen met 3 procent te verlagen. Al eerder stelden Frankrijk en Duitsland dat tegenover structurele hervormingen, waarmee zowel door Schröder als de Franse premier Raffarin een aanvang is gemaakt, best enige coulantie op begrotingsgebied mag staan.

Op de financiële markten, waar het Europese begrotingsdebat nauwlettend wordt gevolgd, is die conclusie al lang getrokken. Analisten zijn cynisch over de formele dreiging die de Europese Commissie telkens laat horen als antwoord op wéér een begrotingsoverschrijding. De Commissie moet zich wel uitspreken, want dat is nu eenmaal een van de automatismen in het pact. Maar nu ook Commissievoorzitter Prodi zich aan de kant van de lankmoedigen lijkt te scharen, klinkt de Brusselse repliek steeds holler.

Kritiek moet dan ook vooral van de kleinere landen komen. Zij hebben in Stresa een paar troeven in handen: niet alleen de formele regels van het pact, maar ook het signaal aan de tien toetredende landen in Oost-Europa. Maar het meest acute argument voor begrotingsdiscipline is te vinden in Zweden. Dat stemt op zondag, daags na Stresa, over de invoering van de euro. Een begrotingspact waar de machtigen in euroland zich openlijk niet aan houden, is een godsgeschenk voor de tegenstanders van de euro. Want afwijken blijft in Europa, in tegenstelling tot 1981, kennelijk zonder consequenties.