Wees streng

Als een mens ergens gek van zou kunnen worden, dan is het wel van de voortdurende nieuwe modes en kakelverse inzichtjes op het gebied van het hoger onderwijs. Elk jaar in september hoor je ineens van alles over wat universiteiten zouden moeten en kunnen en willen, dan wordt het weer stil tot september daarna. Zo is vorig jaar vrijwel geheel geruisloos de zogenaamde bama ingevoerd, de bachelor-mastersstructuur naar Angelsaksisch model, die voor de meeste studenten betekent dat ze nu nóg een jaar korter studeren. Duurde de gemiddelde studie in 1983 nog vijf jaar, in 1993 was iedereen in vier jaar klaar, en nu is dat drie jaar.

Onnodig te zeggen dat ook de leerstof beperkt is, maar jarenlang was dat allemaal heel goed want de studenten konden niet snél genoeg van de universiteit komen en dan moesten ze direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Daaraan herkende je de goede opleiding, kon je toen in allerlei toespraken ter gelegenheid van het academische jaar horen. Universiteiten hebben daar keurig op ingespeeld, menige studie stikt van de cursusjes die op een beroepsopleiding niet zouden misstaan en stage lopen tijdens je academische opleiding is doodgewoon geworden. Je kon de verschraling op kilometers afstand aan zien komen, maar het werd almaar ontkend – wij in Nederland waren zeer excellent bezig en het niveau was prima. En ineens, hoe dat toch zo snel kan gaan, zijn we niet meer zo geweldig.

Hé!

Het verhaal dat afgelopen zaterdag in het magazine van deze krant stond klonk overbekend. Allerlei hoogleraren met ervaring in het buitenland (meestal Amerika) lieten zich uit over de situatie van het hoger onderwijs in Nederland. En wat zeiden ze? In Nederland moeten hoogleraren absurd veel tijd besteden aan administratie en aan het regelen van inkomsten en het invullen van subsidieaanvragen, altijd zonder enige administratieve ondersteuning, want zoiets als een secretaresse is te duur. Het is hier doodgewoon om iemand met een hoogleraarsalaris uren achter de kopieermachine te zien staan. Universiteiten hebben geen geld te besteden, aan niets eigenlijk, ook niet aan onderzoek, onder meer niet omdat de Nederlandse overheid veel minder geld uitgeeft dan omringende Europese landen aan hoger onderwijs. Er wordt altijd maar direct resultaat verwacht; één van de ondervraagden hekelde de verplichting om elk jaar twee keer te publiceren. Daar krijg je flut publicaties van. Nederlandse universiteiten moeten zogenaamd streven naar kwaliteit, maar tegelijkertijd krijgen ze geld op basis van het aantal afgestudeerden. Dus het is beslist niet in het belang van de universiteit om middelmatige tot slechte studenten af te laten vallen. Wat betekent dat het hele niveau daalt – het is hier gewoon om het onderwijsniveau aan te passen aan de studenten, in plaats van dat de studenten zich aanpassen aan het niveau. Dit ondanks de goed Nederlandse uitdrukking: de meester moet niet dalen, de leerling moet klimmen.

De hoogleraren klagen ook nogal eens over de Nederlandse studenten. Wat ze over hen zeggen is eigenlijk precies hetzelfde als wat ongeveer een jaar geleden uit een vergelijkend onderzoek tussen Nederlandse en Vlaamse lagere-schoolleerlingen naar voren kwam: de Nederlanders hebben een grote mond en weinig kennis en die willen ze niet echt krijgen ook. Een ontwikkelingspsycholoog die zowel in Groningen als in Gent doceert zegt dat zijn handboek in Groningen is afgeschaft omdat de Nederlandse studenten het te moeilijk vinden, terwijl het in Gent gewoon wordt gebruikt.

Laatst hoorde ik een universitair docent klagen dat ze al om negen uur college moest geven. ,,Zó vroeg is dat toch niet?'', zei ik een beetje verontwaardigd. Nee, zei ze, maar voor de studenten wel. Die komen dan te laat en onderbreken steeds weer het college. Je zou zeggen: `Na aanvang van de voorstelling geen toegang', maar dat is in strijd met het binnenboord houden van zoveel mogelijk studenten. En er zíjn al zo weinig studenten bij allerlei studierichtingen.

En wij maar denken dat we ook heel Amerikaans en Harvard-achtig zijn geworden met onze eigen `bachelors' en `masters'. Alsof een andere naam alles anders maakt.

En het ergste van alles is nog dat het bij die openingen van het academisch jaar bijna alleen maar gaat over geld en nooit eens over het belang, het plezier, het geluk kunnen we zelfs wel zeggen, van wetenschap. Want dát was het meest opvallende aan de hoogleraren die in M werden geïnterviewd: ze hadden vrijwel allemaal aan hun buitenlandse universiteit het gevoel dat ze in het paradijs waren terechtgekomen. Eindelijk collega's die begrepen waar ze mee bezig waren. Eindelijk tijd voor onderzoek. Eindelijk een inspirerende omgeving. Zo'n klimaat maakt mensen gemotiveerder, ijveriger, enthousiaster, béter kortom. Maar hier heeft vorig jaar de Leidse Universiteit in wanhoop gedreigd met het verkopen van spullen uit de eigen, bijzondere, collectie. Zoiets werkt een heel stuk minder motiverend.

Voor studenten is dit alles ook geen pretje. Degenen die niet te beroerd zijn om op tijd op te staan en colleges te volgen, die niet met smoesjes hun werk niet doen en tentamens zo eindeloos vaak overdoen dat op het laatst iemand ze in wanhoop maar een zes min geeft, die niet te kinderachtig zijn om hun mond te houden als er college gegeven wordt, de échte studenten kortom, die zitten er ook maar mee. Eerst was er jarenlang de tweede-fasestructuur, die in de praktijk eigenlijk geen tweede fase had, nu is er een tot noodrantsoen ingekrompen programma dat met een sneltreinvaart afgewerkt moet worden en dan mag je nog één jaartje iets extra's doen.

Werk aan de universiteit is er nog altijd niet, want de universiteiten zitten nog steeds vol met wetenschappelijk medewerkers uit de jaren zeventig die nu al te weinig te doen hebben vanwege de geringe studententoevloed. En voor de grap stelt het kabinet dan ook nog voor om vroegtijdig pensioen te bemoeilijken. Nergens gelezen dat een uitzondering gemaakt gaat worden voor universiteiten. Dus dan blijven al die mensen die in de jaren zeventig zijn aangenomen omdat er toen zoveel studenten waren, gewoon nog een kleine tien jaar zitten.

Ja, het is inderdaad tijd voor nieuwe inzichten, die misschien wel heel oude inzichten zijn. Dat je mensen die ergens goed in zijn de gelegenheid moet geven hun talent te ontplooien. Dat je streng moet zijn en hoge eisen moet stellen. Dat wetenschap tijd kost en gedijt bij rust, niet bij managementtaken en kopiëren. Dat helemaal niet iedereen een studie hoeft te voltooien maar dat, integendeel, velen daar beter van weerhouden kunnen worden. Is ook meteen goedkoper.