`Voortouw in EU bij grote landen'

Minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) vindt dat, wanneer de grote Europese landen het eens zijn over buitenlands beleid, kleine landen, maar ook het ,,middelgrote'' Nederland, ,,moeilijk meer kunnen zeggen het hiermee niet eens te zijn''. Hij heeft daarom Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Spanje als leden van de Veiligheidsraad van de VN gevraagd ,,achter gesloten deuren'' te onderhandelen over een gemeenschappelijk standpunt over het Amerikaanse voorstel voor een nieuwe VN-resolutie over Irak.

Bij informeel overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, afgelopen zaterdag in het Noord-Italiaanse Riva del Garda, zei De Hoop Scheffer dat het wel of niet bereiken van overeenstemming tussen de grote EU-landen het gemeenschappelijke Europese buitenlandse beleid ,,maakt of breekt''. Hij vindt dat kleinere EU-landen ,,op de hoogte gehouden'' moeten worden van het overleg en wil ook de kans krijgen om een Nederlandse bijdrage aan de discussie te leveren. Of daar naar geluisterd wordt, hangt volgens de minister af van ,,de kwaliteit van zijn bijdrage''.

De uitlatingen van De Hoop Scheffer stuitten op kritiek van het VVD-Kamerlid Van Baalen. Hij noemde het vanmorgen ,,onverstandig'' de positie van de kleinere landen zo ter discussie te stellen. ,,Het probleem ligt juist bij de grote staten.'' De meeste andere Europa-woordvoerders van de fracties in de Tweede Kamer toonden zich minder geschokt.

Aanvankelijk was er sprake van enige ophef, omdat enige Kamerleden de indruk hadden gekregen dat De Hoop Scheffer het hele buitenlandse beleid voortaan wilde overlaten aan de grote landen. Maar toen bleek dat de minister dat niet had bepleit, was de opwinding snel voorbij. [EU-BELEID: Vervolg van pagina ]

EU-BELEID

Onbegrip van de VVD

[ Vervolg van pagina 1]Gemeenschappelijk buitenlands beleid van de EU berust officieel op overeenstemming tussen alle EU-lidstaten. De Hoop Scheffer zegt echter dat in de realiteit een gemeenschappelijk Europees beleid afhangt van overeenstemming tussen Parijs, Berlijn en Londen. ,,Als die het niet eens zijn, dan is er geen gemeenschappelijk beleid'', zei hij. Hij denkt dat andere grote landen, zoals Polen wanneer het volgend jaar lid van de EU is, ook meer in hebben te brengen dan de kleine landen.

Het VVD-Kamerlid Van Baalen zegt niet te begrijpen waarom De Hoop Scheffer een discussie over de opstelling van kleinere EU-landen is begonnen. ,,Hij kan beter vragen aan de Fransen en de Britten om hun permanente zetels in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ter beschikking te stellen. Dat doen ze toch vast niet. Daar ligt het probleem met het Europees buitenlands beleid.''

Zijn PvdA- collega Timmermans kan zich wel vinden in de opmerkingen van de minister. Maar is tevens van mening dat De Hoop Scheffer niet consequent is door zich tegelijk tegen een directoraat van grote landen te verklaren en het vetorecht van alle lidstaten bij buitenlands beleid te willen handhaven. ,,Als je aan het vetorecht vasthoudt, dan krijg je juist een directorium.''

Het Kamerlid Van Dijk (CDA) zegt geen probleem met De Hoop Scheffers opmerkingen te hebben. ,,Dit is gewoon real-politik.'' Zijn collega Bakker (D66) zegt te begrijpen dat De Hoop Scheffer het Nederlandse vetorecht niet meteen wil opgeven. Maar hij erkent ook dat er nooit een slagvaardig Europees buitenlands beleid zal komen wanneer alle lidstaten daar in gelijke mate hun eigen stempel op willen drukken. ,,Dan blijft Europa afhankelijk van de Verenigde Staten.''De Hoop Scheffer ziet ,,enig licht aan de het einde van de tunnel'' bij de discussie over een nieuwe VN-resolutie met betrekking tot Irak. Hij noemde als moeilijkste punt de Amerikaanse wens om bij een belangrijker rol van de VN in Irak het militair commando te behouden. Frankrijk heeft hiermee grote problemen.

De Franse minister Dominique de Villepin zei in Riva del Garda dat zijn land het Amerikaanse voorstel ,,in de goede richting'' vindt gaan, maar dat het geen rekening houdt met het belangrijkste doel van zo snel mogelijke overdracht van politieke verantwoordelijkheid aan een Irakese regering.