Virtuoos bespeler van het absurde

Zelden heeft een popmuzikant zijn naderende dood zo zorgvuldig kunnen documenteren als Warren Zevon, de Amerikaanse singer/songwriter die gisteren niet meer ontwaakte uit een middagslaapje in zijn huis in Los Angeles. Sinds er vorig jaar zomer ongeneeslijke longkanker bij hem werd vastgesteld, nam Zevon zich voor om tot het eind muziek te blijven maken.

Op zijn voorlaatste album My Ride's Here stonden veelzeggende songs als het berustende I had to leave en het relativerende titelnummer, waarin hij zich mentaal voorbereidt op ontmoetingen met Shelley, Keats, Jezus en John Wayne. Twee weken geleden verscheen zijn laatste cd The Wind waarop hij, gesteund door beroemde gastmuzikanten als Bruce Springsteen, Tom Petty, Ry Cooder en Jackson Browne, voor het eerst zijn kenmerkende ironie laat varen in zwanenzangen als het roerende Numb like a statue en een cover van Bob Dylans Knocking on heaven's door.

Humor en satire speelden een belangrijke rol in het indrukwekkende liedjesoeuvre van Warren Zevon, die behoorde tot de Californische generatie van popmuzikanten die ook Jackson Browne, Tom Waits en The Eagles voortbracht. Voordat hij in 1976 als solist debuteerde op het Asylumlabel was hij al tien jaar actief, onder meer met liedjes voor The Turtles en als begeleidingsmuzikant van Phil Everly. Zijn grote doorbraak beleefde Zevon met het album Excitable Boy uit 1978, met zijn bekendste nummer Werewolves of London. Zijn beste album Bad Luck Streak in Dancing School (1980) liet een gelouterd zanger horen, die niet bang was zijn angsten en mislukkingen in songteksten bloot te leggen.

Met zijn virtuoos gevoel voor het absurde sprong Zevon eruit in een tijdperk waarin de Californische popcultuur werd lamgelegd door navelstaarders en cokesnuivers. Zelf worstelde hij met een alcoholverslaving, die hij publiekelijk afzwoer door middel van de openhartige ontboezemingen van zijn detox-album Sentimental Hygiene (1987) waarop leden van R.E.M. hun artistieke schatplichtigheid aan de meester betuigden. Alsof hij zijn dood al langer zag aankomen, noemde hij in de jaren negentig een overzicht van zijn beste nummers I'll Sleep When I'm Dead en werd de cd Mutineer gesierd met een afbeelding van een lachend doodshoofd met zonnebril en sigaret. Het roken had hij vijf jaar geleden afgezworen. Toen er desondanks longkanker bij hem geconstateerd werd, verklaarde hij dat hij nog lang genoeg wilde leven om de nieuwe James Bondfilm te zien.