Vier klavecimbels en twee orgels

Op het gisteren beëindigde Festival Oude Muziek in Utrecht zong donderdag in de uitverkochte Grote Zaal van muziekcentrum Vredenburg de nog jonge, als een komeet omhoog rijzende ster van Magdalena Kozená werken van Händel, Monteverdi en Vivaldi. Toch duurde het een tijd voordat deze levendige mezzosopraan haar zenuwen overwon en het publiek in extase bracht met Monteverdi's Lamento d'Arianna. Nauwelijks minder sterk was haar bijdrage in de duetten met countertenor Thierry Grégoire: strakker, zij het minder verbeeldingsrijk. De versmelting van beide timbres was uniek. De meeste opwinding nog maakte het laatste duet uit Händels Giulio Cesare.

Rillingen veroorzaakte ook een toegift van het trio Skip Sempé, Olivier Fortin en Pierre Hantaï op twee klavecimbels en virginaal. Het programma vermeldde Engelse muziek uit de vijftiende en zestiende eeuw, aangenaam zij het wat eenvormig van karakter. Echter in François Couperins l`Amphibie in de vorm van een sterk gevarieerde passacaglia kwamen ineens allerhande karakters aan bod van nobel tot speels. Bijzonder is vooral de bas die steeds stuwender wordt en aan het eind zelfs chromatischer.

Zondag bracht de slotavond toegankelijke muziek van Corelli en nu stonden zelfs vier klavecimbels en twee orgels op het podium van Vredenburg. Simon Murphy had de New Dutch Academy in een opmerkelijk sterke bezetting laten aantreden. Ik vond die overdaad problematisch, maar gezegd dient dat Murphy voor veel stuwing zorgde en ritmisch sterk profileerde desnoods door met de hakken op het podium te stampen.

Het Festival Oude Muziek trok dit jaar 50.000 bezoekers. Volgend jaar gaat het festival over vier eeuwen muzikale polemieken, zoals de richtingenstrijd tussen Monteverdi en Artusi, de Querelle des bouffons in de achttiende eeuw en de controverse Brahms-Wagner in de negentiende eeuw.

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Gehoord: 4-7/9 Utrecht.