Tevreden met een 5,5

Zijn Nederlandse studenten minder ambitieus en ijverig dan Amerikaanse en andere buitenlandse studenten? Hoogleraren die in het buitenland werken, vinden dat op Nederlandse universiteiten de middelmaat regeert. Ook de studenten zelf zeggen: ,,Streberigheid wordt niet op prijs gesteld.''

`In mijn eerste jaar besteedde ik misschien twaalf uur per week aan mijn studie. Wat ik de rest van de week deed? Veel niks, denk ik. Gewoon genieten van het studentenleven. Sociale activiteiten, af en toe wat sporten.' Eelco Vogel (23) is bijna klaar met zijn studie klinische psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij moet alleen nog een scriptie schrijven en stage lopen. Hij wil wel met criminelen werken, bijvoorbeeld in de Van Mesdagkliniek. Inmiddels besteedt hij 25 uur per week aan zijn studie.

Janneke Jentink (19) is tweedejaars farmacie, ook in Groningen. ,,Ik leef niet om te studeren, echt niet. Je werk is later niet je leven en nu is je studie niet je leven. Als alle gezelligheid eruit moet, dan stop ik meteen met studeren.''

Hoe hard werkt de Nederlandse student? Niet zo hard, zeiden elf hoogleraren in een artikel dat zaterdag werd gepubliceerd in M, het maandblad van deze krant. Ze spraken over het Nederlandse academische klimaat, in vergelijking met de omstandigheden op de buitenlandse universiteiten waaraan ze verbonden zijn of waar ze zijn opgeleid. Hun schets van de gemiddelde Nederlandse student is weinig flatteus. Niet nieuwsgierig genoeg, niet gedreven genoeg, niet gemotiveerd om uit te blinken. Niet bereid om hard te werken, heeft altijd een smoes bij de hand om te verklaren waarom hij iets niet heeft gedaan. Die mentaliteit heeft dramatische gevolgen voor het onderwijspeil, zeggen de hoogleraren. Tentamencijfers die te laag uitvallen, worden opgehoogd en boeken die de studenten te moeilijk vinden, worden afgeschaft. Het niveau van de studie wordt aangepast aan de studenten, in plaats van andersom.

Negen studenten kregen het artikel vooraf te lezen en reageren op de kritiek. Dé Nederlandse student bestaat niet, maar de negen vormen een gevarieerde selectie wat betreft studierichting, fase in de studie en al dan geen ervaring met studeren in het buitenland. We vroegen hun of de hoogleraren gelijk hebben.

Ze zijn te enthousiast over Amerika, vindt Wieske Paulissen (23), vierdejaars technische aardwetenschappen aan de TU Delft. Ze houdt zich bezig met de relatie tussen geologie en techniek, liep dit jaar drie maanden stage bij een multinational in Singapore en werd vorige week benoemd als voorzitter van de Delftse studentenvakbond VSSD. Paulissen: ,,Ik mis een kritisch geluid uit de Verenigde Staten. Dit zijn topwetenschappers aan topuniversiteiten. Logisch dat ze tevreden zijn over hun omstandigheden. Maar hoe is de situatie aan een modale Amerikaanse universiteit? Zijn de studenten daar ook zo geweldig gemotiveerd en slim? Een Amerikaanse vriend zegt me dat mijn Engels beter is dan dat van hem, hoe kan dat? Betaalt het bedrijfsleven echt mee aan fundamenteel onderzoek? En die toegankelijkheid voor iedereen van Harvard, daar wil ik wel eens cijfers van zien.''

De hoogleraren willen het hoger onderwijs graag spiegelen aan het Amerikaanse model, de studenten plaatsen kanttekeningen. Zelfs de enthousiaste Amerika-gangers, die dankzij een Fulbright-beurs het hoge collegegeld kunnen betalen. Zeker, er wordt daar harder gewerkt dan hier, zeggen ze, maar dat heeft ook een keerzijde. ,,Werk en privé lopen in Amerika in elkaar over, werk is volledig in je leven geïntegreerd. Als ik hier arts zou worden, zou ik 120 uur per week moeten werken met een week vakantie per jaar, dat wil ik niet.'' Jeroen Hagendoorn (25) studeerde geneeskunde in Utrecht en doet nu als postdoc aan Harvard Medical School onderzoek naar de groei van bloed- en lymfevaten in tumoren. ,,De enige drijfveer hier is de ambitie om de top te bereiken. Dat betekent publiceren in de beste wetenschappelijke tijdschriften, liefst Nature of Science, over origineel onderzoek. Om dat te bereiken werkt iedereen hard, zeventig uur per week is normaal.''

Jacco van den Heuvel (25) is net terug van een jaar Southeast Asia Program aan Cornell University, een aanvullende studie na zijn afstuderen als historicus in Leiden. ,,Er worden in Amerika veel meer uren gemaakt, maar vanaf een bepaald moment telt de wet van de afnemende meeropbrengst, dan ben je niet erg productief meer. De druk is groot om die uren wel vol te maken. Het sociale leven beperkt zich tot het weekend.'' Ook bij instellingen die niet tot de mondiale top behoren, ligt het aantal studie-uren hoger dan in Nederland. Jeroen Roubroeks doet de opleiding `master in international business' aan de Universiteit van Erlangen-Neurenberg, na de heao in Sittard. ,,In Nederland kwam ik er wel met een beetje studeren, in het weekend kon ik er bij werken. In Duitsland heb ik geen tijd voor een bijbaan. De colleges duren langer dan in Nederland, anderhalf uur in plaats van vijftig minuten. Na drie colleges ben ik kapot.''

Middelmaat regeert, beweren de hoogleraren. De wens om beter te zijn dan anderen is een ambitie die aan de Nederlandse universiteiten niet erg is ontwikkeld, bevestigen de studenten. Sterker nog: wie z'n best doet, is verdacht. Tim Fieret (21), derdejaars biologie in Groningen: ,,Streberigheid wordt niet op prijs gesteld. Studenten die voortdurend vragen stellen, daar hebben andere studenten het met elkaar wel over.'' Tim ,,Mijn vrienden omschrijven mij als Jamai'' koos voor de afstudeerrichting marine biologie en wil onderzoeker worden. Hij besteedt tien tot vijftien uur per week aan zijn studie. ,,De goede student zit vooraan, is lang bezig met een tentamen en je komt hem niet tegen in de stad.'' Tim komt wel in de stad en heeft een ,,heel leuk sociaal leven''. ,,Ik lig op schema, maar ik haal geen tienen, eerder zessen en zevens. Ik hoef niet harder te werken, je krijgt er toch niets voor. Een 5,5 is genoeg om een vak te halen.'' Farmaciestudente Janneke Jentink: ,,Er wordt toch niet naar je cijfers gekeken. Ik heb tegen mezelf gezegd: ik ben actief in commissies; als ik mijn punten maar haal, is het goed. Ik hoef echt niet allemaal achten te hebben.'' Psychologiestudent Eelco Vogel: ,,De mensen met wie ik omga, vragen: `Heb je het tentamen gehaald of niet?' Het cijfer is niet belangrijk.'' Studenten die hun cijfers wel belangrijk vinden, ontmoeten weinig begrip.

Natasha Joubert (21) is bijna klaar met haar studie privaatrecht, ze wil graag advocate worden. Ze haalt gemiddeld achten en neemt liever geen genoegen met minder. ,,Toen ik eens zei dat ik ontevreden was met een zeven, keken ze me aan van: ik ben al blij als ik een zes haal! Als ik vind dat ik recht heb op een hoger cijfer, dan ga ik klagen. En als een vak belangrijk is en ik vind dat ik het beter kan, dan wil ik een tentamen soms overnieuw doen. Ik denk dat andere studenten dat wel heel erg vinden!'' Natasha komt van Curaçao, en dat verklaart misschien haar studiehouding. ,,Nederlandse studenten groeien op met het idee dat hun studententijd de gezelligste tijd van hun leven is. Wij Antillianen komen naar Nederland om te studeren, de gezelligheid is meegenomen.''

Nederlandse studenten denken dat allerlei extra activiteiten tijdens de studie op hun cv bij toekomstige werkgevers meer indruk maken dan hoge cijfers. Wieske Paulissen: ,,Ik vind het goed dat er in Nederland veel ruimte is voor academische vorming. Dat je veel naast je studie kunt doen, betekent niet dat je lui bent.'' De studenten voelen geen drang om met elkaar de competitie aan te gaan. Maar goed ook, vindt Janneke Jentink. ,,Als ik op de middelbare school een zeven haalde, kreeg ik soms van een leraar te horen: `Ik had van jou wel beter verwacht.' Er komt dan wel een druk op je te liggen. Daarom vind ik die druk om te presteren zo slecht op buitenlandse universiteiten. Ik zou dan met veel minder plezier studeren.''

Het Nederlandse onderwijs nivelleert, het Amerikaanse onderwijs differentieert. Dat geldt niet alleen op het niveau van de individuele student, maar ook voor de universiteit als geheel. Maar ook in Nederland neigt het hoger onderwijs steeds meer naar differentiatie. Het Hollandse dogma `onderwijs voor iedereen' staat onder druk. De kenniseconomie vraagt om uitschieters, en die kweek je door selectie aan de poort, differentiatie van collegegeld, topmasters en research-universiteiten. Egalitarisme is uit, ongelijkheid is in. Verscheidene sprekers kozen vorige week in hun academische openingsredes voor onhollandse metaforen. We mogen trots zijn op ons universitaire hooglandschap, maar we missen de prikkel om de top te beklimmen, aldus premier Balkenende. Moeten we het Amerikaanse voorbeeld volgen?

Het is comfortabel toeven aan de top, beaamt Harvard-postdoc Jeroen Hagendoorn. ,,Er is hier zoveel geld, dat is ongelooflijk. De faciliteiten zijn geweldig. Alles is altijd open, er is veel ondersteunend personeel. Soms denk ik wel eens: wordt er geen geld verspild? Het contrast met Nederland is enorm, daar moet je elke muis voor je proeven verantwoorden.''

Het kan anders, ook binnen Amerika. Aan de City University of New York (CUNY) hoopt psychologe Fiona de Vos (33) te promoveren op een onderzoek naar de genezende werking van omgevingsfactoren in de gezondheidszorg. Ze is afgestudeerd in Amsterdam, maar moet, omdat CUNY dat eist, nogmaals haar masterstitel halen voordat ze aan haar promotie-onderzoek kan beginnen. CUNY is een arme staatsuniversiteit, onlangs werd het laatste kopieerapparaat wegbezuinigd. ,,Docenten zorgen voor slecht gekopieerde studieboeken, die wij dan nog een keer moeten gaan kopiëren, ergens buiten de universiteit. De computers zijn verouderd, het gebouw voldoet niet.'' Maar Fiona wil daar niet over klagen. Zelfs aan een arme universiteit zijn de omstandigheden vele malen beter dan in Nederland, vindt ze. ,,Je wordt hier zoveel meer gestimuleerd. Je krijgt het gevoel dat alles kan, als je maar presteert. Er is veel meer passie om kennis te vergaren. Je slaat een raar figuur in een werkgroep als je je werk niet hebt gedaan. Dan benadeel je de groep. De relatie tussen studenten en docenten is gelijkwaardiger, volwassener. Een docente begon haar college met te zeggen: `It's a privilege to teach this class again.' Zoiets zul je in een Nederlandse collegezaal niet snel horen.'' Moeten Nederlandse universiteiten ook strenger gaan selecteren aan het begin van de studie? Fiona de Vos: ,,Ik hou wel van het Amerikaanse systeem. Je moet vechten om binnen te komen, daarna is bijna alles mogelijk. In Nederland wordt studeren beschouwd als een recht waar je niets voor hoeft te doen.'' Jeroen Hagendoorn: ,,In Nederland ligt de selectie na de studie, in Amerika voor de studie. Ik weet niet wat beter is. Jacco van den Heuvel: ,,Strengere selectie impliceert differentiatie in de universiteiten, en dat past niet bij Nederland. Ik ben er niet voor om de hele samenleving te veramerikaniseren om het onderwijs goed te krijgen.''

Een Amerikaanse taxichauffeur reageert enthousiast als je vertelt dat je biochemicus bent, zei hoogleraar Hidde Ploegh in het artikel in M. Een Nederlandse taxichauffeur kan het niets schelen. Dat is nou het verschil in wetenschappelijk klimaat, aldus Ploegh. Niet bepaald een overtuigend bewijs voor dat verschil, oordelen de studenten. Fijntjes wijzen ze erop dat het ,,Fantastic! Tell me more!'' van de taxichauffeur waarschijnlijk een uiting is van een poging tot klantenbinding.

Dat de studenten de passie voor hun vak beter in toom weten te houden dan de hoogleraren, blijkt uit de verbazing van de jongste studente, tweedejaars farmacie Janneke Jentink. ,,Hidde Ploegh vindt het kennelijk fantastisch om in de taxi over zijn vakgebied te praten. Ik hoef niet met de taxichauffeur te bespreken dat ik net een of ander nieuw middel heb uitgevonden. Dan heb ik het liever over wat er die avond in de stad te doen is.''