Op eigen kracht het darts achterna

Wietse van Alten zette de Nederlandse handboogsport drie jaar geleden op de kaart door in Sydney olympisch brons te winnen. Nu nog schaven aan ,,een media-product''.

Ja, hij kent ze ook, de verbluffende kijkcijfers waarmee het darts kan pronken. Maar mag Willem Trienekens een retorische wedervraag stellen? ,,Wat heeft de Nederlandse dartsfederatie gedaan om die doorbraak te forceren? Meegelift op de successen van Raymond van Barneveld, en het geluk gehad dat twee handige jongens met verstand van media-zaken bij SBS aanklopten.''

De directeur van de Nederlandse Handboog Bond (NHB) gunt het zijn collega's van harte, die ongekende populariteit en dito kijkcijfers (begin dit jaar ruim vier miljoen tv-kijkers bij de finale van het officieuze WK). Maar pijltjes schieten is, alle overeenkomsten ten spijt, geen pijltjes gooien, weet Trienekens. ,,Wij moeten volledig op eigen kracht op zoek naar een groter publiek, maar we zouden natuurlijk wel gek zijn als we géén lessen uit het dartsvoorbeeld zouden trekken.''

Vooralsnog heeft de bondsdirecteur te maken met de bittere realiteit. En die wil dat slechts een handjevol belangstellenden, vrijwel allen vrienden of familie van de zeventig deelnemers, gisteren toekeek bij de Nederlandse outdoorkampioenschappen in het Brabantse Baarschot. Voor het grote publiek bestaat handboogschieten domweg niet, bij gebrek aan tv-camera's vooral, en dat terwijl Nederland internationaal een woordje meespreekt en de sport ,,al sinds de Oudheid deel uitmaakt van het olympisch programma'', zoals een bondsmedewerkster niet zonder trots opmerkt.

Maar Trienekens klaagt niet. Achter de schermen heeft hij het afgelopen jaar immers een overwinning behaald door de nationale titelstrijd ,,uit de breedtesport te tillen''. Dat ging niet zonder slag en stoot, want: ,,In zo'n relatief kleine sport waant iedereen zich topsporter, en wil men bij een NK niets liever dan de hele dag, van 's ochtends negen tot 's middags vijf, pijlen schieten.'' Hoe begrijpelijk die wens ook is, bijdragen aan een positieve beeldvorming doet die jarenlang gehanteerde formule niet. Dat weet ook Cees van Alten, lid van de NHB-topsportcommissie en vader van topschutter Wietse. ,,Leuk hoor, zo'n batterij schutters die de hele dag staat te schieten. Maar het publiek zit niet op te wachten op zo'n eindeloze sessie, waarbij vrijwel niemand weet wat de actuele stand van zaken is en pas aan het einde van de dag duidelijk wordt wie er heeft gewonnen.''

Om die reden besloot de bond dit jaar de opzet van de nationale titelstrijd te wijzigen. In plaats van alle individuele scores aan het einde van de dag bij elkaar op te tellen, heeft Baarschot de primeur van het poule-systeem, met in elke groep vier schutters, die ieder in totaal 36 pijlen afschieten. In de halve finales geldt het face-tot-face-principe: de een schakelt de ander uit in een rechtstreeks duel. Nieuw is bovendien het in Baarschot opvallend grote scorebord, waarop de scores nauwgezet worden bijgehouden.

Het klinkt allemaal simpel, maar in de handboogsport betekent de nieuwe opzet een regelrechte revolutie. ,,Een eerste stap op weg naar een media-product'', zegt Trienekens. ,,We willen onze sport beter verkopen door het inzichtelijk te maken. Dat betekent concessies doen, zonder dat je de essentie geweld aandoet. Als darts ons iets heeft geleerd, dan is het wel dat het grote publiek face-to-face-duels wil zien. Dat schept duidelijkheid, en die komt de uitstraling uiteindelijk weer ten goede.''

Wietse van Alten is het trotse boegbeeld van de bond, die ruim achtduizend beoefenaars telt, verspreid over 265 clubs. Drie jaar geleden won de 24-jarige schutter uit Zaandam een bronzen medaille bij de Olympische Spelen in Sydney. Storm loopt het sindsdien weliswaar niet op het bondsbureau in Rosmalen, maar: ,,Succes heeft vele vaders, dus of het nu aan Wietse ligt of aan het actieve jeugdbeleid van veel clubs, feit is dat de laatste tijd vooral veel jongeren zich aanmelden als lid'', zegt Trienekens.

Dat is nodig ook, want het boogschieten kent een onevenwichtige opbouw van het ledenbestand: slechts vijftien procent is jonger dan achttien jaar. Van Alten is voor hen het lichtende voorbeeld. Ook al verspeelde Nederlands beste recurver (de `eenvoudige' olympische boog) gisteren in zijn `achtertuin' de semi-prof traint en werkt bij schietvereniging Rozenjacht in Baarschot verrassend zijn titel aan zijn vijf jaar jongere collega-international Pieter Custers.

In Athene hoopt Van Alten zijn prestatie uit Sydney volgend jaar minimaal te evenaren, en met de landenploeg aast hij eveneens op een topklassering. Want zo klein als de sport dan ook mag zijn, zo serieus en ambitieus gaat de bond te werk als het gaat om topsport. Begin dit jaar staken Trienekens en de zijnen hun nek uit door een buitenstaander aan te stellen als bondscoach: voormalig baanwielrenner en directeur van de wielerunie, Peter Nieuwenhuis. Geld om diens salaris op te hoesten heeft de NHB amper, maar: ,,Wij vinden het de investering waard'', zegt Trienekens.

Vraag is wat een wielerman moet temidden van boogschutters? Nieuwenhuis, glimlachend: ,,Ik heb iets met topsport, dat ten eerste, en denk daarnaast wat toe te kunnen voegen. Zeker als het gaat om professioneel denken en werken, het toewerken naar een topprestatie en de mentale vaardigheden die daarbij komen kijken.''

Maar van de wieler- naar de handboogsport, dat klinkt als een stap terug. Nieuwenhuis, verantwoordelijk voor een veertien leden sterke selectie, verwerpt die suggestie. ,,Handboogschieten is dan misschien geen topvijf-sport, maar dit is absoluut geen lolbroekerij. Integendeel: zo'n Wietse traint dik twintig uur in de week. Wie geen conditie heeft, die heeft geen kracht en geen concentratie, en is dus gezien.''