Israël-Palestijnen: nieuwe fase in de oorlog

De Israëlische aanval op de top van Hamas en het vertrek van de Palestijnse premier Abbas verdiepen de toch al ernstige impasse rond de zogenoemde `Routekaart'. Zelfs het begin van wederzijds vertrouwen ontbreekt.

De Routekaart, het jongste internationale stappenplan naar een vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen, had beide partijen tot dusverre nog nergens gebracht sinds zijn officiële publicatie ruim vier maanden geleden. Op zijn best was door met name Amerikaanse bemoeienis de gestage verloedering van het conflict gestuit die tot uiting kwam in voortdurende Palestijnse aanslagen en ander geweld en de Israëlische herbezetting van autonoom gebied plus arrestaties en liquidaties.

Maar het wankele en zeer voorwaardelijke bestand dat Hamas en andere extremistische Palestijnse organisaties onder Amerikaanse druk was afgedwongen, bezweek vorige maand. Dit werd op 19 augustus bezegeld met de zelfmoordaanslag op een bus in Jeruzalem (22 doden) en de Israëlische hervatting van zijn liquidatiepolitiek. De mislukte poging van deze zaterdag om de hele top van Hamas, inclusief geestelijk leider sjeik Ahmed Yassin, in één letterlijke klap weg te vagen kondigt een nieuwe oorlogsfase aan.

Premier Sharons bevestiging dat de Hamasleiders ,,zijn bestemd voor de dood'', werd door Hamas ogenblikkelijk beantwoord met het dreigement dat ,,zijn hoofd nu wordt gezocht door onze troepen''. ,,Mijn boodschap aan Sharon is duidelijk: hij gaat samen met het Israëlische volk de zware prijs voor deze misdaad betalen'', waarschuwde sjeik Yassin zelf. In Israël zijn politie en andere veiligheidsdiensten weer in staat van paraatheid. De doorgaande machtsstrijd onder de Palestijnse autoriteiten, zaterdag geculmineerd in het aftreden van premier Mahmoud Abbas, maakt de situatie nog somberder.

Het grote probleem is: tussen Israël en de Palestijnen bestaat nog geen begin van vertrouwen. Israël denkt bij Palestijnen allereerst aan exploderende bussen; Palestijnen bij Israël aan vernedering en militair geweld. Dat maakt het haast onmogelijk een vredesproces op gang te krijgen.

Fase 1 van de Routekaart – getiteld Beëindiging van terreur en geweld, normalisering van Palestijns leven en opbouw van Palestijnse instituties – probeert deze impasse te doorbreken door gelijktijdige stappen van beide partijen. Zo moet Israël zogeheten wilde nederzettingen ontmantelen en de bouw in bestaande nederzettingen bevriezen. Sharon verklaarde in juni dat ,,Israël een rechtsstaat is'' en dus onmiddellijk overging tot verwijdering van illegale buitenposten. Maar de paar wilde nederzettingen – doorgaans enkele al dan niet bewoonde caravans – die werden ontmanteld, zijn even snel weer opgebouwd. Van bevriezing van de bouw in nederzettingen is zelfs nooit sprake geweest. Sharon geldt niet voor niets als vader van de nederzettingenpolitiek, die is bedoeld om geografische voldongen feiten te creëren. Vorige week opende het ministerie van Huisvesting de inschrijving voor de bouw van 102 woningen in de nederzetting Efrat.

De Palestijnse autoriteiten op hun beurt hebben geen enkele vooruitgang gemaakt bij het ontwapenen van extremistische organisaties. Inmiddels demissionair premier Abbas verwees daarbij naar het ontbreken van een draagvlak voor werkelijke actie als gevolg van de doorgaande Israëlische aanvallen in de Palestijnse gebieden – die de Israëliërs weer wettigen met het argument dat zij wel moeten als de Palestijnen in gebreke blijven.

Abbas had hoe dan ook weinig draagvlak omdat hij zijn benoeming te danken had aan zware pressie van de Verenigde Staten en Israël. Deze willen niets van doen hebben met de Palestijnse leider Yasser Arafat die voor hen als ,,deel van het probleem'' geldt. Abbas daarentegen was voor de buitenwereld aantrekkelijk omdat hij zich herhaaldelijk tegen het Palestijnse geweld – als zijnde contraproductief – heeft gekeerd. Maar een eigen machtsbasis heeft hij niet, en hij verloor bij de eigen bevolking aanzien naarmate Israël meer geweld gebruikte. Bij zijn aftreden had hij volgens een opiniepeiling nog de steun van 1,8 procent van de Palestijnen. Arafat daarentegen, die in rustiger tijden door de Palestijnen als corrupte dictator wordt afgedaan, is weer helemaal terug.

Abbas trad af als verliezer van een machtsstrijd met Arafat over de controle over de veiligheidsdiensten – dat wil zeggen de greep op de toekomst van de Palestijnse opstand. Maar hij gaf niet alleen Arafat de schuld; hij noemde tegelijk het falen van de Amerikaanse regering Israël in toom te houden. De Palestijnse parlementsvoorzitter Ahmed Qurei, die door Arafat als opvolger van Abbas is genomineerd en voor hetzelfde probleem staat, heeft dan ook Amerikaanse en Europese garanties van steun geëist.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell wees Israël gisteren op de lange-termijn consequenties van zijn politiek als ze ,,één Hamasleider doden maar daarbij negen of tien kinderen verwonden die opgroeien om later Hamasleiders of Hamasmoordenaars te worden''.

Verder riep Powell het Palestijnse parlement op de premier meer macht te geven. Maar de val van Abbas bewijst dat met oproepen de Routekaart niet is te redden.