`Irak is centrale front in oorlog tegen terreur'

President Bush wees gisteren Irak aan als `centrale front' in de oorlog tegen het terrorisme. In tegenstelling tot wat hij eerder had gezegd, zijn de gevechtshandelingen dus toch nog niet voorbij.

Toegeven wat iedereen weet is nooit een dankbaar karwei voor een politicus. Toch was dat de opdracht die president Bush gisteravond moest vervullen in zijn eerste toespraak tot het Amerikaanse volk sinds hij vier maanden geleden verklaarde dat de belangrijkste gevechtshandelingen in Irak voorbij waren.

Het vóór de oorlog beloofde gejuich langs de straten van Irak blijkt te klinken als het fluiten van kogels en granaten. Amerikaanse soldaten staan voor schietschijf in een land dat van de bevrijders afwil zonder een heldere voorstelling van de toekomst. Dagelijks sneuvelen één of twee Amerikaanse militairen in dit ongewisse avontuur het zijn er nu al 287. Tien Amerikanen raken iedere dag `gewond in actie' hun totaal loopt tegen de 1200.

De gestage terugkeer van doden en gewonden zou geen grote zorg voor de Amerikaanse president zijn als het goede doel zichtbaar dichterbij kwam. Maar naarmate de chaos in Irak toeneemt, en duidelijker wordt dat de Talibaan de kop weer opsteken in een steeds onbeheersbaarder Afghanistan, worden ook Republikeinse Congresleden in hun districten met meer kritische vragen bestookt.

Presidentskandidaat Richard Gephardt, die in oktober nog de Democratische steun voor de president in het Huis van Afgevaardigden organiseerde, noemde het Irak-beleid vrijdag `een jammerlijke mislukking'. Andere Democratische presidentskandidaten, waarvan de meesten ook voor de oorlog stemden, voelen zich steeds vrijer de president over de knie te leggen om zijn buitenlands beleid.

Opiniepeilingen geven een gemengd beeld. Bijna driekwart van de Amerikanen meent dat Bush Amerika veiliger heeft gemaakt sinds de aanslagen van bijna twee jaar geleden. Maar de bewondering voor het Irak-beleid kalft af en voor zijn algehele prestaties kan de president nog maar rekenen op de helft van de Amerikanen. Een meerderheid denkt dat hij de economie van de regen in de drup helpt.

Daarom besloot president Bush kennelijk dat hij meer te winnen dan te verliezen had van opening van zaken. Althans wat betreft de duur en de duurte van de dubbeloorlog: die zal lang duren, en het komende begrotingsjaar 87 miljard dollar kosten. Voor het lopende jaar had de president al 79 miljard gekregen. Totnogtoe had de regering er de voorkeur aan gegeven af en toe aanvullend geld te vragen zonder een volledig beeld te schetsen.

In zijn toespraak bouwde Bush voort op het enqûete-gegeven dat zeven van de tien Amerikanen gelooft dat Saddam Hussein persoonlijk een rol heeft gespeeld in de aanslagen van 11 september 2001. Dat gaf de president nu de gelegenheid het overwinnen van de huidige gevaarlijke en onoverzichtelijke toestand tot de centrale veldslag in de oorlog tegen het terrorisme te verklaren.

Anders gezegd: het niet-werken van de naoorlogse aanpak leverde hem een extra argument om Irak en het internationale terrorisme voortaan helemaal op één lijn te stellen. Omdat Washington niet goed weet wie voor alle beschietingen en bomexplosies zorgt in Irak, geeft de term `terrorisme' de toestand nog het beste weer. En terrorisme was sinds 9 september 2001 toch al de centrale vijand. Wel zo overzichtelijk de daders een adres in Irak te geven.

De president herhaalde in zijn toespraak de steeds geuite beschuldigingen dat het Irak van Saddam terreur bevorderde en massavernietigingswapens en programma's om ze te maken had. Alleen al daarom was `snelle en menswaardige' verwijdering van dat regime geboden geweest. Minister Colin Powell zei gisteren dat hij er nog steeds van overtuigd is dat bewijzen voor het aanwezig-zijn van die wapens en programma's zullen worden geleverd. De president ging niet in op het na vijf maanden ontbreken van de bewijzen.

De president stond er niet comfortabel bij, zo alleen in de vergaderzaal van zijn kabinet. Maar in essentie hield hij een knappe toespraak, die de draden van zijn eerdere toespraken tot het Amerikaanse volk oppakte, zij in het sterk gewijzigde omstandigheden. Daarmee kon hij het verhaal brengen als een voortgangsbericht, oorlogs-business as usual. Zoals ook minister Powell al enige dagen het lied van de continuïteit zingt.

De nieuwe gang naar de Verenigde Naties is intussen verre van routine voor een regering die steeds meer op zichzelf, en op niemand anders – behalve misschien Tony Blair – was gaan vertrouwen. Dat Amerika de verguisde wereldburen opeens nodig heeft is niet alleen een kwestie van pech en onverwacht hoge kosten. Alles heeft te maken met de verkiezingsagenda: tegen november 2004 moet Irak een succes zijn.

In het Congres werd gisteravond al duidelijk dat het gevraagde extra geld er zal komen, ook al schokte de hoogte van het genoemde bedrag. Maar vooraanstaande Democraten suggereerden dat zij in ruil wel eens bevriezing van (een deel van) de al aangenomen belastingverlagingen voor de hoogste inkomens zouden kunnen eisen. Om het begrotingstekort niet boven de vijf procent te laten oplopen. De presidentsverkiezingen zijn begonnen. Ook voor de Democraten.