Felle kleuren en scherpe contrasten

Als één opus is verklonken aan het leven van componist Sergej Prokofjev, is dat wel zijn ballet De verloren zoon (1928/29). Het Gergjev Festival koos de naam van het ballet ook als motto voor dit achtste, geheel aan Prokofjev gewijde festival een logische keuze in het jaar van Gergjevs vijftigste verjaardag én Prokofjevs vijftigste sterfjaar. De associatie tussen De verloren zoon en Prokofjevs eigen (vrijwillige) ballingschap in Frankrijk is onvermijdelijk. Maar ook het bijbelse aspect van De verloren zoon (naar de parabel uit het Lucas-evangelie), sloot aan bij Prokofjevs leven. Aan het einde van de jaren twintig was hij actief bezig met religie. In 1936, na zijn terugkeer in stalinistisch Rusland, kon daarvan geen sprake meer zijn.

Voor een westers oog zijn de decors en kostuums die het Mariinski Theater voor De verloren zoon gebruikt onwennig ouderwets; net als Balanchines choreografie dateren de ontwerpen uit 1929. Een gedachte aan de brand die donderdag woedde in het magazijn van het Mariinksi Theater in St. Petersburg, liet zich niet onderdrukken. In een publiek interview op zaterdagavond zei Gergjev laconiek dat men in Rusland wel aan tegenslagen is gewend, en dat – hoe treurig ook – het leven doorgaat.

Afgezien van de decors bleek De verloren zoon een fascinerend muziektheatraal spektakel, met opwindend orkestraal spel door onder meer opvallend sonore strijkers. De verstilde liefdesscène uit Romeo en Julia die voor De verloren zoon werd gedanst, sloot aan op het concert van zaterdagavond. Daarin speelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest een zwaar gecoupeerde versie van de gehele balletmuziek van Romeo en Julia (opus 64, 1938). Vergeleken met het modernistisch vuurwerk van de Tweede symfonie en de Scythische suite op donderdag, toonde Romeo en Julia Prokofjevs lyrische kant. Ook zonder visueel complement schetste Gergjev de handeling in felle kleuren en schrille contrasten – opnieuw met behulp van een baton van cocktailprikkerformaat. Met behulp van cesuren klonken orkestrale klappen daadwerkelijk als knockouts in het gevecht tussen de neven Tybalt en Benvolio. In de Ridderdans laveerde het geïnspireerd musicerende Rotterdams Philharmonisch Orkest van zware, onheilspellende marsmuziek naar exotische, hypersensuele dansmuziek, met glansrollen voor fluitiste Juliëtte Hurel en hoboïst Alexei Ogrintchouk.

Met de totaal verschillende musici uit Rotterdam en St. Petersburg samen in één festival was het opnieuw fascinerend te horen hoezeer Valery Gergjev een eigen stempel drukt op beide orkesten. Wie wint is irrelevant: dat wordt vanmiddag beslecht op een vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen de orkesten.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Programma: S. Prokofjev, Romeo en Julia. Gehoord: 6/9 De Doelen, Rotterdam. Voorstelling: De verloren zoon van S. Prokofjev door Mariinski Theater o.l.v. Valery Gergjev. Gezien: 7/9 Schouwburg, Rotterdam.