De kaart verscheurd

NA EEN TURBULENT WEEKEINDE zijn Israël en de Palestijnen terug bij af. De `routekaart' naar vrede leidde de doodlopende weg in van spanning en wederzijds geweld. Die bleek voor de hoofdrolspelers in dit langgerekte drama uiteindelijk toch vertrouwder dan het volgen van het glibberige vredespad. Van de reeks gebeurtenissen in de achterliggende dagen springt het aftreden van de Palestijnse premier Mahmoud Abbas eruit. Zijn politieke leiderschap was omstreden. Hij had weinig gezag en raakte verstrikt in een machtsstrijd met de man die de meeste Palestijnen bij gebrek aan beter nog steeds zien als hun echte leider: Yasser Arafat. Mahmoud Abbas slaagde er niet in de diepgewortelde achterdocht weg te nemen over buitenlandse bemoeienis met de Palestijnse zaak. Voor Israël en de wereld was Abbas een acceptabel onderhandelaar; voor veel Palestijnen was hij een pion van Washington.

Door de huidige situatie is een gevaarlijk vacuüm ontstaan. Het vredesproces, die naam toch al amper waardig, is voorlopig geëindigd. De oorlogvoerenden zitten weer in hun schuttersputje en vuren met hernieuwde kracht salvo's op elkaar af: retoriek gevolgd door echt geweld. Aan de zijlijn staan met beteuterde gezichten de opstellers van de `routekaart' toe te kijken: de VS, de Europese Unie, Rusland, de Verenigde Naties en een aantal gematigde Arabische landen. Het internationale politieke ongemak is groot over een zo duidelijke mislukking – al is die misschien tijdelijk. Het helpt nauwelijks dat sprake is van gespreide verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid voor vrede ligt, het kan niet genoeg worden herhaald, om te beginnen bij Israël en de Palestijnen. Maar door hun betrokkenheid komen ook de overige deelnemers aan het vredesproces niet weg met de gebruikelijke spijtbetuigingen en oproepen om de onderhandelingen te hervatten.

ALLER OGEN ZIJN GERICHT op Washington. Het heeft er even naar uitgezien dat de Amerikaanse overwinning in Irak een nieuwe vredesdynamiek in het Midden-Oosten deed ontstaan. Meer dan een paar maanden heeft dit niet geduurd. De Amerikanen zijn verzeild geraakt in een guerrilla in Bagdad en ver daarbuiten en hebben, omdat hun aandacht primair op Irak is gericht, de Israëlisch-Palestijnse kwestie laten versloffen. Zonder voldoende Amerikaanse druk beginnen de VN, de EU en Rusland in dit wespennest niet veel – dat blijkt maar weer. De Israëlische premier Sharon luistert alleen naar president Bush; Hamas lacht om alles dat geen vuist kan maken. Achteraf is het te betreuren dat met de vervanging van het formele Palestijnse gezag de kaarten te veel op Abbas zijn gezet. Dat is een les voor de komende moeilijke tijd.

Het conflict is zodanig op de spits gedreven dat zowel onder Israëliërs als bij de Palestijnen het gevoel leeft dat ze een strijd om het voortbestaan voeren. Het enige dat een nieuwe en heviger periode van bloedvergieten in de weg staat, is dat na bijna drie jaar strijd de kemphanen groggy in de ring hangen. Dat biedt kansen, hoe wreed het ook klinkt. Voorwaarde is dat er een einde komt aan de demoraliserende cirkelgang van geweld. Het stoppen hiervan is daarom zo moeilijk omdat onder beide volkeren genoeg aanhangers zijn van de stelling dat het wapen het enige middel nog is om te voorkomen dat de een de ander de zee indrijft. De Palestijnse terreur zal moeten stoppen. Israël, in het bijzonder premier Sharon, zal de Palestijnen hoop moeten bieden op een dialoog die uiteindelijk een eigen staat mogelijk maakt. Een andere weg is er niet – of het moet de totale confrontatie zijn.