`Crimineel milieu verhardt'

Het vermoorden van justitiemedewerkers is uiterst `contraproductief', zegt de criminoloog. De advocaat: áls er tenminste plannen tegen officier Plooy waren.

Het naar buiten brengen van het plan voor een aanslag op de Amsterdamse officier van justitie J. Plooy is een manier om die te verijdelen. Dat zegt criminoloog Cyrille Fijnaut. ,,Het geeft het signaal af dat dit niet in Nederland geaccepteerd wordt. En het schrikt de opdrachtgevers af. Zeker nu een opsporingsonderzoek naar hen is ingesteld''.

Fijnaut is hoogleraar rechtsvergelijking aan de Katholieke Universiteit Brabant en hoogleraar criminologie en strafrecht aan de Katholieke Universiteit Leuven. Volgens hem schept het openbaar ministerie zo duidelijkheid. De criminelen weten nu dat justitie alle middelen zal inzetten om hen te pakken.

Het uit de weg ruimen van een officier van justitie is de daad van een criminele organisatie in het nauw, meent Fijnaut. ,,Als het even kan, probeert de georganiseerde misdaad zich namelijk te onttrekken aan overheidsingrijpen. Als dat niet werkt, zal men overgaan tot tegenactie, zoals het corrumperen van agenten, het observeren en `tappen' van medewerkers van justitie en politie, of het manipuleren van de media. Pas als dat allemaal niet helpt, komt de geweldoptie in beeld. Maar de georganiseerde misdaad weet dat dat contraproductief kan werken. Dus alleen als er geen andere optie meer overblijft, zal men zulk risico nemen.''

Fijnaut constateert een verharding in het criminele milieu. ,,Dertig jaar geleden was een liquidatie in de onderwereld een zeldzaamheid. Nu zijn het er meerdere per jaar. Getuigen en leden van de rechterlijke macht zijn al bedreigd. En nu dan de geplande aanslag op een officier. In die zin is er wel sprake van een kwalitatieve sprong, de drempel lijkt weer wat naar beneden te verschuiven.''

Maar tot nu toe gaat het om een voornemen, een plan. De drempel is nog niet overschreden, nóg niet. Met het zoeken van de publiciteit heeft justitie duidelijk gemaakt dat de mogelijke idee van criminelen – dat het openbaar ministerie na een moord soft zal optreden – fout is. De waarschuwing is gegeven: het hele apparaat zal in de aanval gaan.

En dat werkt, volgens Fijnaut. Hij verwijst naar de Verenigde Staten. Fijnaut: ,,Daar komen heel weinig doodsbedreigingen voor aan het adres van rechters en officier van justitie. Dat is zeer zeldzaam. En waarom omdat criminele netwerken weten dat het uiterst contraproductief is. De onderwereld van New York weet dat wie zich met geweld tegen politie of justitie keert het hele apparaat op zijn nek krijgt.''

Ook de maffia in Italië heeft aan den lijve ondervonden wat er gebeurt als je aan mensen van justitie of politie komt. Het opblazen van onderzoeksrechters en politiebazen in Sicilië leidde tot een verbeten jacht van justitie en politie. Fijnaut: ,,De maffia is er zware slag toegebracht. Van de 5.000 Siciliaanse maffiosi zitten er 2.000 in zwaar bewaakte gevangenissen. Daar is gebleken dat hoe contraproductief een moord op een officier kan werken.''

Volgens de Amsterdamse advocaat Nico Meijering is het echter nog maar de vraag óf het waar is dat er een aanslag op Plooy wordt beraamd. Volgens hem kan het lanceren van het bericht ook een voorbeeld zijn van een gebrek aan fair play dat hij toedicht aan opsporings- en vervolgingsinstanties.

Meijering: ,,Normaal gesproken wordt zoiets binnenskamers gehouden. Wat is het nut om dit zo publiekelijk te maken?'' Het wereldkundig maken van een dreiging past volgens Meijering in het criminaliseren van criminelen. De advocaat – en van zijn cliënten wordt genoemd als mogelijke opdrachtgever voor de moord op officier Plooij – houdt het voor mogelijk dat deze mededeling onderdeel is van de verharding die hij waarneemt bij het openbaar ministerie.

Meijering: ,,Kijk eens wat een boeven het zijn, is de teneur.'' Tegen zulk een bedreiging van de democratie mag de staat toch heftige middelen inzetten, is dan de onderliggende boodschap. Hiermee kan een argument worden aangedragen om in de strijd tegen de misdaad meer middelen en ruimere mogelijkheden te vragen.

,,En áls het waar is dat er een aanslag wordt beraamd op een officier, ik zeg nadrukkelijk áls, wat betekent dat dan? wat zou aan zo'n wens om een officier te vermoorden ten grondslag kunnen liggen?'' Naar zijn zeggen bezoeken hij en zijn kantoorgenoten regelmatig gedetineerde cliënten die het gevoel hebben dat justitie ze een oor heeft aangenaaid. Meijering haalt zaken aan waarin volgens hem stukken zijn achtergehouden door het OM. ,,In één zaak kreeg een cliënt van me zomaar 1.260 kilo coke in de schoenen geschoven, terwijl justitie wist dat hij daarmee niets had te maken. In een andere zaak kreeg iemand die 24 miljoen pillen had geslagen een minimale straf omdat hij wilde getuigen tegen de hoofdverdachte.'' Er bestaat langzamerhand, zegt Meijering, zoveel woede onder criminelen om de huns inziens oneerlijke manier waarop ze worden vervolgd, dat de roep om wraak steeds luider wordt. Meijering: ,,Al jaren zeg ik dat als dit zo doorgaat, dan kan je kan er op wachten tot iemand wordt omgelegd.''