Boys & Girls

Binnen een straal van nog geen kilometer van mijn huis zijn drie fitnesscentra gevestigd. In de naburige stad is op z'n minst het dubbele aantal te vinden. Meer dan voldoende keus om het lijf te ontvetten, de spieren nodig eens te spannen en de longen op inhoud te testen. Apparaten, cursussen en instructeurs in overvloed om het lichaam opgezweept door swingende muziek in de gewenste vorm te krijgen. De centra zijn dagelijks bezet en lopen 's avonds en in het weekeinde vol met mensen in alle maten en kleuren en van alle leeftijden.

Het is onmiskenbaar een hype, overgewaaid uit voorland Amerika waar de vervetting meedogenloos heeft toegeslagen. Een hype die gepaard gaat met overdrijvingen als een overvloedig aanbod aan fitnesskleding, sportdrankjes, pillen, meetapparatuur en boys & girls die vooral voor de show komen gestimuleerd door de niets ontziende promotiemanagers van de sportartikelenfabrikanten. En dan is er bodyjam, bodyattack, bodypump, bodystep, bodycombat, bodybalance, bodybike en nog veel meer voor de body. Want het lichaam moet toonbaar zijn – op het strand of omdat man- of vrouwlief dat wil.

Maar er is meer dan overdrijving. In de fitnesscentra heerst een sportieve, sociale sfeer. Zolang de pillen buiten blijven en de halters niet worden bemand door anabolenslikkers, is het aangenaam toeven. Ik ren me rot op de loopband, trap de longen uit mijn lijf op een fiets met hartslagmeter, trek op een roeimachine en til soms een paar kilo. De instructeurs volgen me glimlachend, geven me tips aan de hand van op computers opgeslagen metingen en intussen werp ik een steelse blik op de geweldige vrouwenlijven.

Ik drink na afloop een caloriearm frisdrankje aan de bar en hoor niets over voetbal en politiek. Er wordt niet gezopen, er heerst geen agressie. Thuisgekomen zie ik op de televisie voetballers, voetbalcoaches en voetbaljournalisten praten alsof zij er werkelijk toe doen in deze samenleving.

Ik zie bondscoach Advocaat weer verongelijkt zijn, zoals alle coaches altijd verongelijkt zijn. Ik zie zijn assistent Van Hanegem en denk: uit welke inrichting hebben ze die gehaald? Ik hoor dat het enfant terrible Kluivert niet met de pers wil praten en denk: wat een weelde! Voetballers van Oranje moet je monddood maken of gewoon doodzwijgen. Ik zie Nederlands beste tennisser Schalken struikelen nadat hij door een Amerikaanse winner is bekogeld, hoor hem klagen over vermoeidheid en pijntjes (typisch Hollands) en stoor me aan chauvinistische commentatoren c.q. tennisvrienden die meejammeren en denk: houten klazen en Hollandse losers bepalen het beeld van het Nederlandse tennis. Moet ik me met Hollandse sporters vereenzelvigen? Nooit!

Liefst stort ik me in boeddhistische lectuur. Hoe om te gaan met dit aardse betoon? Als ik me dan toch met topsporters wens te vereenzelvigen, dan met mensen met spirituele rijkdom of gif in hun lijf: Engelsen, Italianen, Brazilianen, Amerikanen, Duitsers! Zelden Hollanders! Er zijn mensen die beweren dat veel Nederlandse gouden medailles op de Olympische Spelen de sportbeoefening in Nederland positief beïnvloeden. Onzin, althans nooit bewezen.

Wanneer ik topsporters zie, denk ik niet aan nationaliteit. Dan denk ik: wat fascinerend en atletisch wat een durf om te leven. Ik ga naar de sportschool, trap, loop en duw me te pletter en denk: sport zien is sport doen, als meditatie doen in het hier en nu. Ik denk niet aan nationale belangen, Oranje, Kluivert of Schalken. Er is maar één belang: mezelf te midden van gedreven en vrolijk sportende mensen. Al het andere is meer hype dan welk sporttoernooi ook. Sport is zelf doen.