Bordon

In Limburg vindt dezer dagen een kleine revival van Harry Bordon (1921-1980) plaats. Op 14 september, zijn geboortedag, verschijnt een cd zijn eerste en laatste, want er is verder geen materiaal van hem beschikbaar.

Harry Bordon, zegt die naam je nog wat, vroegen enkele Limburgers me onlangs. Nauwelijks, moest ik bekennen, hoewel ik mijn jeugd in de geboorteplaats van Bordon heb doorgebracht: Venlo. Zijn naam moet toen vooral een bekende klank hebben gehad voor de oudere generatie. Bordon was immers de schrijver en zanger van twee van de befaamdste Limburgse liedjes: Wie sjoeën ôs Limburg is en 't Kapelke.

Mooie, weemoedige nummers, maar geen liedjes voor een dwarse puber die de revolutie van de rockmuziek meemaakt. Mijn ouders waren bovendien westerlingen en we spraken thuis geen dialect, ook een oorzaak van mijn geringe binding destijds met deze muziek.

Nu ik de muziek van Bordon terughoor, kan ik goed begrijpen waarom men dit stukje erfgoed in Limburg op cd heeft willen vereeuwigen. Bordon was een goede zanger die met een mengeling van oprecht chauvinisme en sentimentaliteit het regionale oergevoel uitdrukt, dat er geen mooiere provincie is dan de zijne en er geen gemoedelijker mensen zijn dan zijn streekgenoten.

De eerste twee regels van het refrein van Wie sjoeën ôs Limburg is zijn in dit opzicht typerend: Wie sjoeën ôs Limburg is, begrip toch nemes/ allein de zuderling dae Limburg leef is. (Hoe mooi Limburg is, begrijpt toch niemand/ alleen de zuiderling die Limburg liefheeft.)

Ik heb inmiddels het een en ander over Bordon gelezen vooral het artikel van de Limburgse radiomaker Henk Hover en wat mij zo intrigeert is zijn gebrek aan succes buiten Limburg. Bordon had dezelfde artistieke ambities als zijn provincie- en generatiegenoot Toon Hermans. Ook hij wilde een landelijk bekende conferencier en zanger worden. Maar terwijl Hermans wereldberoemd in Nederland werd, zonk Bordon steeds dieper weg in de anonimiteit. Hij moest uiteindelijk een baan aanvaarden buiten het artiestenvak.

Hoe was dat mogelijk? Ik heb daar een kleine theorie over.

Jenny Arean heeft roerende dingen over Bordon verteld. Ze kende hem goed, hij was een poosje haar stiefvader. Aan Emma Brunt vertelde ze in het boek Een man om nooit te vergeten: ,,Zijn conferences en liedjes schreef hij allemaal zelf hij moet behoorlijk wat talent hebben gehad. In wezen was het een heel zachtaardige, kwetsbare man. Een weerloze man zou je kunnen zeggen.''

Bordon vestigde zich in de jaren vijftig in Amsterdam waar hij in revues werkte. Hij is er blijven wonen en er ten slotte ook overleden. Desondanks is mijn indruk dat hij zich altijd een Limburger is blijven voelen meer dan goed voor hem was als artiest. Zijn bekendste liedjes zijn zijn Limburgse uit de periode 1954-1956. Toen hij in 1966 bij Johnny Hoes aanklopte, bood hij ook weer die liedjes aan. In een van deze liedjes beschrijft hij hoe zijn hart `een huppeltje' maakt als hij Limburgs hoort praten in de Kalverstraat.

Harry Bordon had misschien beter in Limburg kunnen blijven. Hij was een te zachtaardige provinciaal om zich een plek te veroveren in een hardere wereld.