Bikker eerst psychologisch onderzoeken

Oorlogsmisdadiger Herbert Bikker wordt woensdag psychologisch onderzocht om te bepalen of hij in staat is het proces geestelijk te kunnen volgen. Dat heeft de rechtbank in het Duitse Hagen vanochtend bepaald.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de vakgroep neuropsychologie van de universiteit van Bochum. Vrijdag volgt de uitslag, waarna besloten wordt of het proces doorgaat. Bikker, een oud-SS-er, moet zich verantwoorden voor de moord op een op een verzetsman, gepleegd in november 1944 in Hoonhorst. Voor het proces zijn twaalf dagen uitgetrokken.

De afgelopen week is de 88-jarige Bikker op verzoek van de rechtbank in Hagen al drie dagen in een ziekenhuis opgenomen om te beoordelen of hij in staat is het proces bij te wonen. Volgens een internist is Bikkers fysieke toestand behoorlijk. Bikker woont nog altijd zelfstandig en maakt geregeld korte ritjes met de auto.

Twijfels bestaan er over zijn geestelijke gezondheid. De psycholoog die de afgelopen week bij de observatie was betrokken, oordeelt op basis van gesprekken dat Bikker in staat is het proces te volgen. Maar volgens de verdediging is hij door een beginnende dementie en het onvermogen om lang geconcentreerd te blijven, niet in staat om het proces inhoudelijk te volgen. ,,Een verdachte moet kunnen zwijgen als dat raadzaam is en praten als dat nodig is. Ik heb het gevoel dat Bikker dat niet kan'', aldus advocaat K. Kniffka. Bikker maakte vanmorgen in de rechtbank een afwezige indruk. Al na twintig minuten viel hij ogenschijnlijk in slaap. Ook nadat Kniffka hem aanspoorde alert te blijven, dommelde hij weer in.

Als het proces in Hagen vervolgd wordt, zal iedere zittingsdag in verband met de gezondheid van Bikker hooguit twee tot drie uur duren. Officier van justitie U. Maass wil in totaal vijftien getuigen horen. De Nederlandse vrouw Annie Bosch-Klink geldt als kroongetuige. Zij was er in november 1944 getuige van dat Bikker in de koeienstal van haar boerderij verzetsman Jan Houtman doodde. Houtman lag op dat moment gewond op de grond.

Volgens Maass had Bikker al lang veroordeeld kunnen zijn, als Nederland in de beginjaren vijftig mee had geholpen aan een verzoek om rechtshulp. Bikker was na zijn vlucht uit de Koepelgevangenis uit Breda aangehouden door de Duitse politie. Duitsland kon hem niet uitleveren omdat Bikker door zijn lidmaatschap van de Waffen-SS Duits staatsburger was geworden, maar wilde hem wel berechten. Nederland wilde hier volgens Maass niet aan meewerken omdat in Nederland de overtuiging leefde dat de Duitse rechters teveel sympathie hadden voor het nationaal-socialisme. Veel getuigen zijn inmiddels overleden.