Afluisteren burgers ter discussie

Er kan veel misgaan in de tapkamer van de politie. Advocaten willen weten of er met taps van hun cliënten is geknoeid. Over `optical disks' en `lawful interception technologies'.

Bij de rechtbank in Den Haag dient woensdag een kort geding waarvan de uitkomst van groot belang is voor zowel het openbaar ministerie als de advocatuur. De Amsterdamse advocaten Bakker Schut en Van der Plas willen een onderzoek afdwingen naar de fysieke kern van het afluisteren, de zogeheten optical disk, om uit te sluiten dat met tapmateriaal is geknoeid.

De twee advocaten zijn niet de enigen die meer zicht willen op het digitale tappen. In het zeldzame geval dat de rechter onderzoek naar dit tappen toestaat, blijkt dat er veel mis kan gaan. Ingenieur M.Kuylman, die het digitale tapsysteem ontwierp dat bij de Amsterdamse politie wordt gebruikt, trad op als getuige-deskundige voor de Rotterdamse advocaat G.Aberson. Volgens Kuylman faalt de techniek van het tapproces nog op een aantal punten. Zo is er onder meer geen juiste tijdsregistratie en ontbreekt soms informatie, zonder aanwijsbare reden.

Van der Plas meent dat in de zaak tegen haar cliënt, de Turks Koerdische zakenman Huseyin B., het tapmateriaal is gemanipuleerd. B. zegt over sommige gesprekken dat hij ze niet heeft gevoerd en van andere dat zo'n gesprek wel is gevoerd, maar dan op een ander tijdstip en vanaf een andere plek. Van der Plas heeft de hulp ingeroepen van eerder genoemde Kuylman, en H.van de Ven. Laatstgenoemde is zelfstandig werkzaam op het gebied van `lawful interception technologies' en was twaalf jaar medewerker signaalanalyse voor de Militaire inlichtingendienst.

Beiden bevestigen dat `knoeisporen' zijn te vinden op de kopieën die zijn gemaakt van de oorspronkelijke informatiedrager, de optical disk. Voor het ultieme bewijs echter, moet de optical disk worden onderzocht. Dat onderzoek is door het hof geweigerd. Van der Plas is tegen die beslissing in cassatie gegaan. A.J.M.Machielse, de advocaat-generaal van de Hoge Raad, vindt dat haar verzoek door de Hoge Raad moet worden afgewezen. De HR doet 23 september uitspraak.

Volgens Machielse is het niet eenvoudig om op de door de verdediging gesuggereerde manier gesprekken te manipuleren, ergo is het dus ook onwaarschijnlijk dat dat is gedaan. Zeker bij de zeer grote hoeveelheid afgeluisterde gesprekken zoals in de zaak-B., waarbij circa zesduizend gesprekken zijn afgeluisterd in een periode van zeven maanden. Het zou gewoon praktisch gesproken een probleem zijn zoveel manipulaties door te voeren, aldus de advocaat-generaal in zijn verwerping van de cassatiemiddelen.

Indien er al sprake zou zijn geweest van manipulaties zou dat ,,inhoudelijke onregelmatigheden'' hebben opgeleverd, zegt Machielse, verwijzend naar de conclusies van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat kopieën van het tapmateriaal heeft onderzocht. En, zo merkt Machielse op, de rechter kan heel goed, zonder technische hoogstandjes, zelf die gesprekken controleren op die inhoudelijke onregelmatigheden. Verder onderzoek hoeft niet, zegt Machielse, ,,als de rechter denkt dat hij voldoende is voorgelicht''.

In de zaak van B., die is veroordeeld wegens moord en drugshandel, speelt het NFI een cruciale rol. Het instituut zegt geen aanwijzingen te hebben gevonden voor manipulatie van de bewuste gesprekken, maar voegt daaraan toe dat ook niet kan worden uitgesloten dát manipulatie heeft plaatsgevonden. In het onderhavige geval meent het NFI, dat er geen aanleiding is andere onderzoeksmethoden toe te passen, als die er al zouden zijn. Maar sowieso zijn er geen onderzoeksmogelijkheden die iets nieuws kunnen opleveren. Van der Plas denkt daar heel anders over.

Van der Plas baseert zich voor het kort geding op de Amerikaanse, forensische onderzoeker Barry Dickey, werkzaam bij het Audio Evidence Lab in Arlington. Het NFI heeft een zogeheten auditief onderzoek verricht op audio-kopieën en beschikt niet over de kennis en de middelen om een signaal-analytisch onderzoek te verrichten naar de optical disk. Volgens Dickey is het noodzakelijk dit onderzoek te doen op de oorspronkelijke opname en het apparaat dat daarvoor is gebruikt.

De enige plek in Nederland waar signaal-analytisch onderzoek gedaan zou kunnen worden, is bij het fysisch-elektronisch laboratorium van TNO (TNO-FEL). Daar zegt een woordvoerder dat dit onderzoek alleen gedaan kan worden als een rechter daartoe een verzoek indient. Tot dusver was een dergelijk onderzoek aan een optical disk nog niet gedaan.

B. wil voorkomen dat de optical disk verloren gaat. Ook nadat zijn strafrechtelijke veroordeling onherroepelijk is geworden – de Hoge Raad buigt zich momenteel over de zaak – wil hij dat het bewijsmateriaal blijft behouden. B. wil de mogelijkheid openhouden onderzoek te laten verrichten in het kader van civielrechtelijke procedures tegen onder meer het ministerie van Justitie en de Turkse staat.

Van der Plas gelooft dat er alle reden is aan te nemen dat de gesprekken in Turkije zijn gefabriceerd. Haar cliënt is oprichter van het Koerdisch parlement in ballingschap en heeft in het verleden de Turkse regering ernstig in verlegenheid gebracht met zijn onthullingen over de samenwerking van hooggeplaatste militairen, leidende politici en criminelen. Er zou de Turkse regering veel aan gelegen zijn B. definitief de mond te snoeren, dan wel voor lange tijd incommunicado te houden.

Verwijzend naar de zaak-B. noemde Bart Jacobs, in zijn inaugurele rede als hoogleraar wiskunde en informatica in Nijmegen, het in mei dit jaar ,,onacceptabel'' dat in onze rechtsstaat ,,de gerezen twijfel aan de betrouwbaarheid van een zeer veel gebruikt bewijsmiddel niet ontzenuwd kan worden''. Jacobs benadrukte dat ,,openheid en transparantie'' ook bij vergaande automatisering bij overheidsdiensten moeten zijn gegarandeerd. Het kort geding dient 10 september in Den Haag.