Werkgelegenheid zorg groeit tegen recessie in

De strijd tegen de wachtlijsten heeft de gezondheidszorg heel veel banen opgeleverd. In combinatie met hogere lonen leidt dat de komende jaren tot snel oplopende kosten.

De Nederlandse economie is al dik twee jaar in mineur, maar één sector bloeit alsof er niets aan de hand is: de gezondheidszorg. In 2002 nam nergens de werkgelegenheid zó sterk toe als hier – zelfs in het onderwijs niet. Bijna 20.000 nieuwe werknemers zijn er dat jaar bijgekomen, die met elkaar ruim 11.000 volledige banen vervullen (de zorg kent een buitensporig hoog aantal parttimers). Maar anders dan in het bedrijfsleven, waar toenemende werkgelegenheid er op wijst dat het goed gaat met de zaken, is de banengroei in de zorg iets om je zorgen over te maken.

Economen hebben er een naam voor bedacht: de ziekte van Baumol. Daarmee bedoelen ze het verschijnsel dat een toenemende vraag naar bepaalde diensten leidt tot hogere loonkosten, zonder dat deze gecompenseerd kunnen worden door een hogere productie. Deze ziekte treedt met name op bij vormen van persoonlijke dienstverlening, zei Erik Schut, bijzonder hoogleraar gezondheidszorgbeleid en economie van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, afgelopen mei in zijn oratie. Omdat in de zorg de hoeveelheid ingezette arbeid voor een belangrijk deel de kwaliteit van de dienstverlening bepaalt, legt Schut uit, zijn de mogelijkheden om de arbeidsproductiviteit te verhogen gering.

Dat de ziekte van Baumol zich het afgelopen decennium in Nederland zo sterk kon manifesteren, heeft meerdere oorzaken. Allereerst, stelt Lucy Kok, hoofd van het cluster zorg & zekerheid bij de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO), onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, heeft dat natuurlijk te maken met de vergrijzing van de bevolking. Deze demografische ontwikkeling leidt automatisch tot een voortdurende toename van de vraag naar zorg, en tot een volumestijging in de sector. Het beleid van de twee Paarse kabinetten, met name minister van Gezondheidszorg Els Borst, jaagde de kosten verder op. ,,Borst wist keer op keer hogere budgetten te bewerkstelligen voor de zorg'', zegt Kok.

Zo is er sinds 2001 veel geld overgemaakt naar zorginstellingen om de wachtlijsten aan te pakken. In de afgelopen vijf jaar zijn er ruim 78.000 werknemers bijgekomen, waarvan bijna 20.000 in 2002. Volgens professor Han Van Dijk, bijzonder hoogleraar Personeel en Organisatie in de Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit en senior adviseur bij onderzoeksbureau Primant, hebben de zorginstellingen zich keurig gehouden aan het adagium `meer handen aan het bed' en zijn de wachtlijstgelden vooral geïnvesteerd in nieuwe verpleegkundigen en ziekenverzorgers in bejaardenhuizen en ziekenhuizen.

Deze werknemers vervullen precies het soort baan waar de Rotterdamse hoogleraar Schut op doelt: een baan waar nauwelijks productiever-

hogende technieken, zoals massaproductie, mechanisatie en productiestandaardisering in kan worden doorgevoerd. Wat heeft een ziekenverzorgster in de thuiszorg die een patiënt moet wassen aan zulke technieken? Zij kan haar patiënten hooguit minder vaak wassen, of minder grondig. En dat kan alleen als de patiënt – of de maatschappij – dat vervuildere lijf voor lief neemt.

De sombere diagnose van de zorgsector wordt nog eens versterkt omdat de loonkosten per werknemer de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Jarenlang bleven de salarissen voor verplegend personeel achter bij CAO-afspraken in andere sectoren, maar de afgelopen vijf jaren zijn de lonen verhoogd conform de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Dat telt zwaar door in een sector als de zorg, waar 60 à 80 procent van de totale kosten (over het precieze percentage worden economen het onderling niet eens) uit salarissen en werkgeverslasten bestaat.

Raakt de zorg in dit recessiejaar dan eindelijk haar rol van banenmachine kwijt? Recente cijfers over de werkgelegenheid in deze sector komen pas over een paar weken, maar geen econoom gelooft dat de groei de de afgelopen drie kwartalen wezenlijk is verminderd. Volgens Hugo Keuzenkamp, directeur van de Stichting voor Economisch Onderzoek, ,,zal de groei van de werkgelegenheid verder blijven toenemen zo lang de structuur van de gezondheidszorg niet verandert''. Met andere woorden: zolang er niet meer marktwerking komt in het gezondheidsstelsel, met concurrerende zorgaanbieders en zorginstellingen en meer inzicht in – en daarmee controle over – prestaties, kosten en aanpak van de bureaucratie.

Volgens professor Van Dijk is het vooral een kwestie van tijd. Hij denkt dat de groei van de werkgelegenheid tot nog toe heeft doorgezet omdat de extra gelden, zoals voor aanpak van de wachtlijsten, doorgaans worden toegekend voor één jaar en dit jaar nog doorlopen. Pas later dit jaar, of in 2004, als die subsidies op zijn, zal de werkgelegenheid gaan teruglopen, meent hij. Wanneer dat precies gebeurt, is mede afhankelijk van de datum waarop de nieuwe bezuinigingsplannen van de huidige minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, ingaan, aldus Van Dijk.

Al te veel zorgen hoeven werknemers in de zorginstellingen zich niet te maken. Van Dijk heeft berekend dat er in de zorg zo'n 3.000 banen (ofwel 5.000 arbeidsplaatsen) per jaar verloren zullen gaan – te beginnen in 2003 of 2004. Gedwongen ontslagen verwacht hij ,,in theorie niet'', omdat jaarlijks per saldo al 5 procent van het personeel de sector verlaat. Dat wil niet zeggen dat niemand zijn baan zal kwijtraken. Kok: ,,Individuele instellingen kunnen andere verloopcijfers hebben en toch in de problemen komen''.

Ook als er een paar duizend banen per jaar verdwijnen, zullen er per saldo tot 2012 nog steeds véél banen bijkomen, puur omdat de sector een autonome volumegroei kent van 2 procent. Werkten er anno 2002 al bijna 900.000 mensen in de zorg, in 2012 zullen dat er naar verwachting 1,2 miljoen zijn. Zelfs als de economie aantrekt en er meer vraag naar werknemers komt vanuit het bedrijfsleven. ,,In de marge zullen wel wat mensen vertrekken uit de zorg als ze elders ook gemakkelijk werk kunnen krijgen'', zegt Kok. Maar vorig jaar bleek al, toen onderzoeksbureau Prismant 75.000 medewerkers uit ziekenhuizen vroeg naar de min- en pluspunten van hun werk, dat zij ,,vooral in de zorg zijn gaan werken uit overtuiging, vanwege de inhoud van hun werk'', aldus Van dijk. Vertrekken zullen zij niet zo snel, ook niet als ze elders meer kunnen verdienen.