Weg met het keurslijf!

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen maakt zich ernstig zorgen over de aankomende studenten. Die worden op de middelbare school niet goed voorbereid op een universitaire studie en de oorzaak daarvan ligt bij het eindexamen. Dat zorgt ervoor dat de opleiding zich richt op de korte termijn, het eindexamen, en niet op de lange termijn, in casu een universitaire studie.

Aldus de Koninklijke Akademie in een kort voor de vakantie uitgebracht rapport. Dat moet anders. Ik citeer omdat ik u de pakkende wijze waarop de Akademie haar zorgen verwoordt niet wil onthouden: ``In het voortgezet onderwijs dienen de langere termijn en het perspectief van het hoger onderwijs voorop te staan. Daar moeten jongeren immers naar doorstromen. En dan niet alleen naar tijdelijk populaire studies, maar ook naar studies die tijdloos lijken, maar juist daarom immer actueel zijn.''

Met deze krachtige paradox – tijdloos lijken maar immer actueel zijn – heeft de opsteller van het rapport de weg geplaveid naar de kern van zijn betoog: dat de jongeren in het voortgezet onderwijs `robuustere' (nog zo'n pakkende kreet) kennis en vaardigheden moeten opdoen, ter voorbereiding op hun academische vorming.

Wat een schandalige pretenties! De universiteiten hebben de afgelopen jaren, hengelend naar de gunst van de studenten, talloze pretstudies in het leven geroepen, of op de waan van de dag inspelende opleidingen met als sleuteltermen communicatie, Europa, bedrijfskunde of management. Ze hebben studenten gepaaid met kreten als ``wanneer je bent uitgekeken op sociologie neem je een frisse duik in de massacommunicatie''. Die ergerniswekkende, modieuze oppervlakkigheid is niet bedacht door de aankomende studenten met een gebrek aan diepgang, maar door de universiteiten die maar één doel voor ogen hadden: zo'n groot mogelijk deel van de studentenkoek.

En het zijn deze verloederaars van het tertiair onderwijs die nu ongegeneerd komen vertellen hoe het moet in het voortgezet onderwijs. Weg met het keurslijf van de eindexamens. Dat overigens helemaal geen keurslijf is. De tweede fase biedt wel degelijk veel ruimte voor een eigen inrichting van het onderwijs. Een ruimte die maar weinig landen kennen, behalve dan die waar de universiteiten hun eigen toelatingseisen stellen. Maar er is nog iets heel anders.

De Koninklijke Akademie bepleit een vorm van onderwijs waarbij leraren en leerlingen, niet gehinderd door examenkeurslijf, zich samen verdiepen in bepaalde kennisgebieden. Dat vereist, zou ik zeggen, toch op z'n minst academisch gevormde leraren die hun vak met wetenschappelijke diepgang kunnen presenteren. Van die generatie leraren, die de opstellers van het rapport zich ongetwijfeld uit hun eigen schooltijd herinneren, verlaten de komende jaren de laatsten het onderwijs. De afgelopen decennia is bij de opleiding van leraren de vakkennis steeds meer gemarginaliseerd en heeft men het onderwijs als werkterrein voor academici onaantrekkelijk gemaakt door bij de arbeidsvoorwaarden van alle leraren een hbo-opleiding als uitgangspunt te nemen. De leraren waar de KNAW van uitgaat, die zijn er nauwelijks meer. Op die weinigen kun je geen beleid bouwen.

En er is nog een reden waarom we het centraal schriftelijk eindexamen dienen te koesteren. Net als universiteiten willen ook scholen aantrekkelijk zijn. Wanneer geen sprake zou zijn van een voor iedereen verplicht centraal schriftelijk eindexamen, zouden de academische pretstudies al in het studiehuis beginnen.

prick@nrc.nl