Vette tijden, magere tijden

De tijd van culinair hedonisme is voorbij, nu na de vette de magere jaren zijn aangebroken. Tien tips om door de recessie heen te eten, zonder er slechter van te worden.

1. Eet alleen in goede restaurants. Het kan toch niet de bedoeling dat na afloop van het economisch dipje dat ons treft de hele gastronomische infrastructuur is weggevaagd. Die moet, voor zover de moeite waard, wel overeind blijven. Juist in slechte tijden kan de consument daarbij een handje helpen. Of het nu een kroket uit de muur is, een fastfoodrestaurant of een sterrenzaak, kies voor het beste. Laat kroketten met een korstje als

karton links liggen, mijd zaken met drabbige hamburgers en eet niet in restaurants waar de smaak lijdt onder de show.

2. Drink kraanwater. Bron- en mineraalwater in flessen is een van de eerste zaken waarop te bezuinigen valt in moeilijke tijden. Bijna overal in Nederland doet kraanwater in kwaliteit en smaak niet onder voor gebotteld water. Op sommige plaatsen komt het zelfs uit hetzelfde waterwingebied.

3. Doe nu aan de lijn. Het is een voor de hand liggende, maar daarom niet minder effectieve manier om je door de recessie heen te eten. Laat het gewicht de curve van de economische groei volgen. Een kilocalorie kost al gauw een halve eurocent en zo levert een streng dieetregime vijf euro per dag op. Zo komen na de vette jaren ook figuurlijk de magere jaren.

4. Eet slow food. Fast food lijkt goedkoop, maar het hapt snel weg. Wie in een hamburgerrestaurant eet staat in een mum van tijd weer buiten. Dat is ook de bedoeling. Reken eens uit wat zo'n burgermenu per netto minuut genieten heeft gekost en dan blijkt dat het fastfoodrestaurant in de verhouding tussen tijd en prijs niet op kan tegen een conventioneel restaurant waar je toch tenminste een paar uur wordt beziggehouden. Eet slow food en betaal minder per minuut eetgenot.

5. Ga lunchen. Minder economisch verkeer betekent ook minder lunchverkeer. Om lunchen wat aantrekkelijker te maken bieden veel zakenrestaurants prettig geprijsde menu's. Het is ook heel aangenaam 's middags uitvoerig te eten. Onze zuiderburen, zuiderzuiderburen en zuiderzuiderzuiderburen doen het al jaren. Let wel een beetje op met de wijn en eet 's avonds een boterham.

6. Pel garnalen zelf. Bijna alle voorgepelde garnalen zijn de halve wereld over geweest en met conserveringsmiddelen behandeld om ze houdbaar te maken. In het begin van het jaar komen ze vaak ook nog eens uit de diepvries. Ze worden er niet lekkerder van. En, anders dan de reclame met de overspannen garnalenpelster suggereert, samen garnalen pellen is gezellig en ontspannend. En wat voor garnalen geldt, geldt voor alle voorbereide en kant-en-klaarproducten. Zelf doen kost een beetje tijd, maar je eet verser en lekkerder, meestal minder zout en zonder allerhande hulpstoffen.

7. Eet als in de jaren vijftig. Vroeger was alles beter, behalve het eten. Nooit in de geschiedenis was voedsel in de westerse wereld zo veilig, zo goed en zo bereikbaar voor velen. Dat leidt niet tot een gezond voedingspatroon. Onveilig voedsel is een veel minder grotere bedreiging voor de gezondheid dan slecht eetgedrag. In de sobere late jaren vijftig deden we dat beter: elke dag groente, op zondag een toetje met een toefje slagroom en alleen op zaterdagavond een glas frisdrank met een handje chips. Haartjes nat en mens-erger-je-niet spelen.

8. Eet truffel. Kreeft, truffel, tarbot en ganzenlever domineerden in de vette jaren de restaurantkaart. Smakelijke producten, daar valt niets op af te dingen, maar ze zijn wel overgewaardeerd met prijzen die niet meer in verhouding staan tot de gastronomische verdiensten. Een goede kok maakt zonder kreeft, tarbot, oesters en kaviaar ook heerlijke dingen. De meeste koks vinden het zelfs leuker. Voor truffel maken we een uitzondering, daar is maar heel weinig van nodig om heel veel smaak te geven.

9. Drink dure wijn. Mijn grootvader heeft ongetwijfeld veel zinnige opvattingen gehad. Een is me overgeleverd: drink in een restaurant de huiswijn en drink de duurdere wijnen thuis. Per saldo ben je beter af. Huiswijn is voordelig en doorgaans goed in zijn klasse en voor een dure fles in een restaurant drink je er vier thuis.

10. Eet meer aardappelpuree. Eenvoudige zaken zijn onovertroffen. Een volkorenboterham met kaas, daar kan geen ciabatta met provolone en rucolakers tegenop. Er gaat bijna niets boven een lekkere aardappel en helemaal niets boven een smeuïge aardappelpuree. Zelf gemaakt met de pureeknijper, niet te spaarzaam met boter en daar hoeft helemaal niets meer bij. Maar dan moet de aardappeloogst niet net als de economie in een dip raken.