`Risico's bij heenzenden Albanezen'

Albanese vrouwen die door criminelen naar Nederland worden verhandeld om als prostituee te gaan werken, lopen groot gevaar als zij worden teruggestuurd naar hun land.

Dat blijkt uit een artikel vandaag in het maandblad M. In het kleine Albanië met zijn hechte clanstructuur worden zij onmiddellijk getraceerd door hun mensenhandelaars. Als slachtoffers van vrouwenhandel in Nederland aangifte doen, krijgen ze een tijdelijke `B9-verblijfsvergunning'. Maar wanneer de daders zijn veroordeeld, moet de vrouw weer terug naar haar land. Maar slechts 5 procent van de geschatte 3.500 slachtoffers van vrouwenhandel in Nederland doet aangifte. ,,De overheid toont geen ruggengraat als het gaat om de positie van slachtoffers van mensenhandel'', zegt Rob Coster, landelijk projectleider prostitutie en mensenhandel van de Nederlandse politie.

Hij drong tevergeefs bij het ministerie van Justitie aan op een betere bescherming van slachtoffers van mensenhandel. ,,De overheid vreest een `aanzuigende werking' als ze de bestaande regeling verbetert'', aldus Coster.

Edit Bleeker, bij het ministerie van Justitie belast met de uitvoering van de B9-regeling, vindt dat ,,de overheid meer moeite moet doen om informatie over het herkomstland en de specifieke achtergrond van de vrouw te verkrijgen om te bepalen of de terugkeer veilig is''.

Minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken, dit jaar voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), wijst erop dat de strijd tegen mensenhandel voor een groot deel afhangt van de bereidheid van de slachtoffers om hier zelf tegen in het geweer te komen. De Hoop Scheffer: ,,Elk OVSE-land zou een speciale vertegenwoordiger voor mensenhandel moeten aanstellen en er moet in elk land een telefonische hulplijn komen, zodat slachtoffers ook anoniem aangifte kunnen doen. Landen moeten samenwerken in de bestrijding van deze moderne vorm van slavernij.''

SLAVINNEN: maandblad M