Oud?

Welgeteld één sportberichtje heeft me deze week kunnen vertederen. In de krant lees ik dat John McEnroe graag wil dubbelen met Justine Henin. ,,Ik heb het haar nog niet gevraagd, maar als ze het doet, ga ik er helemaal voor.''

Een bulderende rolling stone van middelbare leeftijd naast een vlokje pluimvee op de baseline en, een enkele keer, in slow motion aan het net: zou sport dan toch zoiets zijn als monochroom schilderen? Furie en gratie gestold in een clair-obscur? Het is wel een troostende gedachte. En daar is nood aan als je terugdenkt aan het miserabelisme in de revérences van je eigen democratische leiders voor een overzeese oorlogsmaniak. Van McEnroe weet je tenminste dat hij niet met cake in de knieën naast Bush zou poseren.

Met zijn ambitie om op zijn 44ste weer te gaan dubbelen met een jong wicht geeft John McEnroe topsport in het algemeen en tennis in het bijzonder een ongezien compliment: in deze wereld bestaat geen ouwedag. Verval van musculatuur, vetrollen, bijziendheid, jicht, slaap- en schraapzucht, het bestaat wel, maar niet tussen de krijtlijnen waar bal en exploot elkaar bevechten. Topsporter ben je levenslang.

Johan Museeuw is zes jaar jonger dan McEnroe. Hij fietst nog steeds, koestert het lichaam zoals spiegels scherven liefhebben, laat de geest welgezind waaien over de zelfbedachte heroïek die nog komen kan. Dan wil je wel eens te rade gaan bij een dierenarts. Als kinderen van veertien hun dagen per Breezer mogen tellen, waarom zou een wielrenner van achtendertig zich dan niet kunnen verheffen aan een scheutje clenbuterol? Cannabis is in Nederland apotheekgerechtigd.

België is Nederland niet. Johan Museeuw – boegbeeld van het Europese wielrennen – werd deze week in Kortrijk tien uur lang ondervraagd over zijn vermeende hormonengang, in het kielzog van vetmesters, paardenfokkers en duivenmelkers. Tien uur lang! Stel dat dit de heren Frank de Boer, Jaap Stam en Edgar Davids, volgens de legende notoire nandrolongebruikers, was overkomen. Huis ter Duin was te klein geweest. Stoelen, tafels, vrouwen en kinderen, Dick Advocaat en Willem van Hanegem, alles en iedereen zou uit het raam zijn gekieperd.

Wat zei Johan Museeuw gisteren? ,,Zou ik de media misschien mogen verzoeken mij en mijn familie een beetje rust te gunnen?'' De woorden schreien al ten hemel nog voor ze worden uitgesproken. Rust, familie, misschien: in rouwstoeten gaat het er heftiger aan toe. Niks rust, niks familie, niks misschien, poen! Nu! Nou ja, Johan Museeuw is van Gistel en daar wordt geluk afgemeten aan de bilnaad van koeien. Clenbuterol voor dieren is wat rijstpap is voor mensen, en soms loopt het een beetje door elkaar.

Who cares?

Een onderzoeksrechtertje in Kortrijk dus. Ik zag hem op zijn persconferentie en moest meteen denken aan een nomade die zich in de zevende hemel waant voor wat platte seks in een autowrak. Het komt vaker voor, officieren van justitie die zo gretig zijn in de aanklacht dat je hen zou willen toefluisteren: neem nou eerst een Viagraatje dan kan de erfzonde weer de erfzonde zijn. Maar nee, zij bestaan liever uit spuug en ijzerdraad dan uit tederheid.

Johan Museeuw: verdachte, bijna veroordeelde. Het koninkrijk schudt op zijn grondvesten. En dat uitgerekend in het jubileumjaar van het staatshoofd. Museeuw schudt niet mee, hij weet beter. De koning van Parijs-Roubaix en van de Ronde van Vlaanderen deed wat hij moest doen: zwijgen. De omerta is in het wielerpeloton geen luxe-verschijnsel. Aan een pedofiel vraag je ook niet of hij van oude oma's houdt.

Ha, daar is John McEnroe weer. Zou hij ooit gebruikt hebben? Hij is nog steeds geordend in zijn gebinte. Geen spatje vet, nauwelijks wallen onder de ogen, meer spier dan mens. Maar wat zegt dat? De vijftiger Joop Zoetemelk is ook een splinter. En niet alleen in de winter, in alle seizoenen. Marco Pantani was tot zijn laatste verschijning meer skelet dan Bourgondiër. Nu is hij zoek. Ik vrees dat hij zich niet heeft opgeborgen in de wijngaarden van Toscane.

Zou Justine Henin nog clean zijn? Ze oogt als een pluisje. Ik zie geen kabels door haar winkeltje lopen. Maar weten wij veel wat er exact onder het blousje zit. Misschien wil John McEnroe het ons ooit vertellen. Als hij de zeventig voorbij is en de staat van genade heeft bereikt die Charles Bronson ons bij zijn overlijden achterliet: het gezicht als een steengroeve waar een lading dynamiet overheen is gegaan.