Nieuwe onderdanen

Zwemmers in het Zuiderbad in Amsterdam wisten maandagochtend vroeg niet wat hun overkwam. Een collega die erbij was en het verhaal op de redactie vertelde, dacht eerst dat er een film werd opgenomen. Aan de rand van het zwembad stond een mallotig heerschap gekleed in rokkostuum en een bordeauxrood vest. Hij brulde agressieve commando's naar een groepje van acht vrouwen en twee mannen die als idioten aan het watertrappen waren. Even later moesten ze op de kant komen, zich in een rij opstellen en stram in de houding gaan staan om zich aan een geduchte controle te laten onderwerpen. Ze kregen de grofste beledigingen toegevoegd. Toen een van de vernederde vrouwen in tranen uitbarstte, ging een zwemmer zich vergeefs beklagen bij de badmeester. Ook andere getuigen wonden zich op. Het woord fascistisch viel.

Ontgroening, wat anders? Ieder jaar herhaalt zich begin september dezelfde discussie. Meestal naar aanleiding van excessen, maar wat in het Zuiderbad gebeurde was, nou ja, normaal. Woensdag beklaagde een vader van een nieuw aangekomen student zich per ingezonden stuk in de Volkskrant over de behandeling die zijn zoon ten deel was gevallen. ,,Zijn weekendtas was een stille getuige die een ondragelijke stank van bier en zure chocolademelk verspreidde.

Gescheurde T-shirts en smerige kleding, een slaapzak waarin een pot gel was omgekeerd samen met een pak bloem, waarin hij een week lang heeft moeten slapen.'' Urenlang stokstijf stilstaan voor het aanhoren van een scheldkanonnade vlak bij het oor, met het hoofd onder water geduwd in de vijver waarin jaargenoten verplicht hun blaas hadden geleegd, het afknippen van hele plukken hoofdhaar tot het van het lijf scheuren van kleren, waren een paar voorbeelden die de vader gaf van de toegepaste sancties.

De vader schreef heus wel te weten dat bij ontgroening ontberingen horen, maar dan nog had zijn zoon toch zeker recht op bescherming tegen dronken fanatici die een rol vervullen waarvoor premier Berlusconi nog in Italië filmacteurs zocht.

Uiteraard ben ik het eens met die vader, alleen vraag ik me af waarom hij zijn zoon die bescherming niet heeft geboden door hem te leren dit soort vernederingen niet te accepteren. Want dat is het eigenaardige van die jaarlijks terugkerende klachten over de ontgroening: de hardleersheid niet alleen van de would be kapo's maar ook van de vrijwillige slachtoffers die zich bewust aan het ritueel van gehoorzaamheid onderwerpen.

Nadat in 1997 een Groningse eerstejaars zich had dood gedronken, schafte een enkele zogeheten gezelligheidsvereniging de ontgroening af, andere kregen geen subsidie meer en weer andere produceerden een protocol met regels ter bescherming van de menselijke waardigheid van de `feuten' of `nullen', maar het heeft blijkbaar allemaal niet echt geholpen. Weliswaar staan fysieke mishandelingen, die tot in de jaren zestig gebruikelijk waren, met de roetkap-affaire die een student het leven kostte en het Dachautje spelen als trieste dieptepunten, niet meer op het programma, maar vorig jaar verschenen toch weer de gebruikelijke berichten over schoenen likken van ouderejaars, urine drinken en poep in het haar laten smeren.

Donderdag meldde een vader van een Nijmeegse studente op de radio dat zijn dochter de afgelopen week tijdens haar groentijd was uitgescholden voor geile teef en dat haar iedere avond het bloed in de schoenen stond. Waarom zij dan toch zo graag lid wilde worden van een vereniging waar dat soort mores heersen? Omdat zij niet alleen wilde zijn in een vreemde stad.

Dat is, het spijt me, flauwekul. Alle instellingen voor hoger onderwijs organiseren tegenwoordig een of meer introductieweken waar aankomende studenten elkaar, de opleiding en de stad leren kennen. Daar is echt geen ontgroening voor nodig. Dochter is niet bang voor de eenzaamheid, dochter kiest voor bloed in haar schoenen. Omdat dochter een slavenziel heeft, meneer.

Vorig jaar werd in deze krant sociaal-psycholoog Hein Lodewijkx geciteerd, die onderzoek naar ontgroeningen had gedaan en betoogde: ,,Iemands zelfbeeld is ontleend aan de groep waar hij toe behoort. Wie een zware ontgroening doorloopt, zal na afloop het sterke gevoel hebben dat hij iets heeft volbracht. Hij zal trots zijn op zijn lidmaatschap, trots op zijn vereniging. Een zware ontgroening is een goede manier om loyale leden te krijgen.''

Maar wat voor zelfbeeld heeft iemand eigenlijk die zich om zijn of haar loyaliteit te bewijzen laat kleineren door één of twee jaar oudere kloothommels? Zo iemand heeft een onderdanenmentaliteit. Een student die zich laat ontgroenen heeft helemaal geen reden om trots te zijn op de vereniging of op zichzelf, maar zou zich moeten schamen. Ja, heet het dan, het lidmaatschap van zo'n vereniging is zo nuttig voor de latere carrière: de studenten doen er contacten voor het leven op, ze bouwen netwerken op en begeven zich op een uitstekende huwelijksmarkt. Maar wie wil er nu in een netwerk van pies en poep zitten? Wie wil tot een gezelschap behoren waar men niet de gewoonte heeft nieuwelingen hoffelijk en hartelijk te ontvangen?

Ik moet geen dokter aan mijn bed die aan het begin van zijn of haar studie de schoenen van een ouderejaars heeft gelikt. Ik wil geen advocaten of rechters die niet van meet af aan zijn opgevoed in achting voor de mensenrechten. En ga zo maar door. Denk aan chemici die zich als student een bruistablet in de mond hebben laten stoppen, omdat `de vereniging bruist', aan atoomgeleerden die in staat zijn te denken in de trant van `bevel is bevel', journalisten die zich volgzaam hebben opgesteld, stel je de vrouwelijke minister voor die zich voor geile teef heeft laten schelden, of economen die kruipen voor lui met geld en een grote muil, enzovoort.

In essentie is er niets veranderd sinds de tijd dat `groenen' hoorntjes en zwijnentanden moesten dragen om duidelijk te maken dat zij gelijkstonden aan beesten. De mentaliteit waar een Menno ter Braak niet tegen kon – zijn ontgroening mislukte in 1921 – is

dezelfde als die in de roman Mores van Onno te Rijdt uit 2001 wordt gehekeld: likken naar boven, trappen naar beneden.

Het `zelfbeeld' van mensen die zich een feutenbehandeling laten welgevallen staat model voor een maatschappij- en mensbeeld dat zich kenmerkt door relativering van de menselijke waardigheid. Het recht op zelfbeschikking hangt in deze visie af van iemands rang of positie.

De hang naar onderdanigheid zit blijkbaar diep in de menselijke natuur. Daarom is ontgroening waarschijnlijk onuitroeibaar.