`Na jaar bètastudie schuld deels kwijt'

Het gedeeltelijk kwijtschelden van de studieschuld van bèta-studenten of een hogere studiefinanciering voor technische studies zouden manieren kunnen zijn om het aantal studenten in bèta-studies te doen stijgen. ,,Na één jaar studie een kwart van de schuld kwijt'', stelde rector-magnificus F. van Vught van de Universiteit Twente gisteren voor bij de officiële presentatie van het Innovatieplatform. Hij hield een pleidooi voor ,,onorthodoxe maatregelen''.

Van Vught deed zijn uitspraken in het bijzijn van premier Balkenende, die voorzitter is van het Innovatieplatform. Dat bestaat uit een gezelschap van 16 vertegenwoordigers van wetenschap en bedrijfsleven, onder wie Philips-bestuursvoorzitter Kleisterlee, SER-voorzitter Wijffels en rector-magnificus Breimer van de Universiteit Leiden. Namens het kabinet maken, naast premier Balkenende, de ministers Brinkhorst (Economische Zaken) en Van der Hoeven (Onderwijs) deel uit van de groep.

Het Innovatieplatform was al aangekondigd in het regeerakkoord, en is opgericht om ervoor te zorgen dat wetenschappelijke kennis bij universiteiten beter door het bedrijfsleven wordt benut. ,,Onze universiteiten behoren tot de beste ter wereld, maar veel kennis blijft onbenut'', zei Van Vught. Balkenende sprak zijn zorg uit over de positie van Nederland als kenniseconomie. ,,Op dat gebied begint Nederland achterop te raken'', aldus de premier.

De secretaris van het platform, Nauta, ziet de nieuwe denktank vooral als de motor achter allerlei experimenten. Laat een school of een kennisinstelling eens een tijdje functioneren zonder het keurslijf van allerlei regels en aanwijzingen, is zijn devies. Nederland moet werken aan de doelstelling die de Europese leiders in Lissabon hebben afgesproken: in tien jaar tijd de achterstand op de Verenigde Staten inlopen en als Europa toonaangevend worden op het gebied van innovatie. Het platform neemt zicht voor bèta-studies aantrekkelijker te maken voor jongeren en belemmeringen voor startende ondernemers weg te nemen. Binnen een halfjaar zal de groep een lijst met concrete aanbevelingen voorleggen aan het kabinet.