Kuifmees

Het is augustus. De bloemrijke vlindertuin in Noord-Brabant, verscholen achter een witte boerderij, behoort een imker toe. Honingbijen zoemen.

Terwijl de heilige ibis uit Noord-Afrika op de Oostvaardersplassen is gesignaleerd, klinkt hoog in de dennenbomen het lichte, zachte zomerlied van de kuifmees. Ik houd van onze Nederlandse exoten. Deze bosvogel (purus cristatus) is een parmantige verschijning met zijn trotse, zwart-wit gestreepte kuif, de fraai gepenseelde streep achter het oog, bruine rug en vooral bijzonder is de isabelkleurige onderzijde. Volgens ons lievelingsboek Zien is kennen! klinkt het hoge lied met haaltjes als `tuwie-tuwie-dudeldiel'. De kuifmees is een bewoner van naaldbomen, en dan liefst de toppen. Hij voedt zich met zaden, jeneverbessen en insecten. Als een acrobaat hangt hij aan de twijgen. Het vrouwtje hakt het nest uit in vermolmd boomhout. De kuifmees laat zich niet makkelijk betrappen. Dat maakt deze meesachtige uitheems.

freriks@nrc.nl