Kindersterfte

Het artikel `Gewoon dood' in W&O van 2 augustus over kindersterfte is ons uit het hart gegrepen. De terecht grote aandacht voor sterfte in oorlogen en conflictsituaties gaat ten koste van de aandacht voor deze permanente schandvlek. Volgens het artikel in W&O en in de artikelen in The Lancet zou het mogelijk zijn met betrekkelijk eenvoudige middelen de sterfte met ongeveer tweederde te verminderen.

De kern van het probleem van de enorme kindersterfte ligt niet in makkelijk toegankelijke gebieden, maar in afgelegen rurale gebieden met geringe infrastructuur. Onderzoek in deze regio's wijst erop dat de kindersterfte in deze gebieden waarschijnlijk veel hoger ligt dan wat wordt opgegeven als nationale gemiddelden, namelijk om en nabij de 45 procent. Hoewel sinds de jaren zeventig en tachtig grote inspanningen zijn verricht door organisaties als UNICEF en via multilaterale en bilaterale programma's verbetert de situatie in deze afgelegen rurale gebieden slechts marginaal. Zoals wordt geconstateerd in The Lancet is de vaccinatiegraad in veel landen nog steeds minder dan 30 procent. Veel van het onderzoek gebeurt niet in de regio's met de hoogste sterfte, maar in de steden waar de toegang tot gezondheidszorg veel groter is.

Kindersterfte is onlosmakelijk verbonden met armoede. De landen met een hoge kindersterfte staan helemaal onderaan de lijst van de UNDP (United Nations Development Programme) waar alle landen naar ontwikkelingsniveau worden gerangschikt. Dit maakt het oplossen van het probleem uiterst lastig. Veel kinderen zijn structureel ondervoed. Hun ouders waren dat ook gedurende hun jeugd, en zijn daarom vaak fysiek en mentaal niet in staat adequaat voor hun kinderen te zorgen. Een vicieuze cirkel van armoede, ondervoeding, verminderde capaciteiten, die weer armoede en ondervoeding veroorzaakt. Het is geen technisch, maar een veel structureler probleem met allerlei vervelende politieke dimensies.

Armen hebben minder toegang tot gezondheidszorg. Bepaalde sociaal-economische en etnische categorieën mensen worden domweg gediscrimineerd.

Recent onderzoek toont aan dat medische instellingen worden geteisterd door mismanagement, corruptie en desinteresse in het menselijk lijden. Met een witte huid en een zak geld lukt het nog wel om een dokter te spreken, maar als je uit een boerendorpje komt of tot een nomadische groep behoort, of afstamt van een groep van voormalige slaven of van een bepaalde kaste kun je het wel vergeten. In de meeste landen bestaat weinig controle op het functioneren van de medische stand.

Wat betreft de menselijke kant van het probleem: Wat betekent het als tien van je elf kinderen doodgaan? De effecten van deze emotionele gebeurtenissen konden wel eens bepalend zijn voor de mogelijkheid van mensen om in hun bestaan te voorzien en zich verder te ontwikkelen. Mensen zoeken oorzaken voor wat hun overkomt en soms ontaardt dat in beschuldigingen van hekserij, met alle gevolgen voor de sociale cohesie in kleine gemeenschappen van dien. Ook in culturele en sociale zin trekt kindersterfte een enorme wissel op een samenleving. Hier wordt zelden naar gekeken, ook door sociale wetenschappers.