In Liberia is vechten ook een baan

Zonder ontwapening kun je duurzame vrede in Liberia wel vergeten. De vorige ontwapeningsprogramma's faalde jammerlijk.

Een paar gymschoenen, twee hemden, een broek, een zak rijst en twintig Amerikaanse dollar. Dat is wat Tattoo kreeg toen hij na vijf jaar vechten zijn kalasjnikov en zijn jachtmes vrijwillig overhandigde aan de West-Afrikaanse vredesmacht ECOMOG. Het was 1999 en de oorlog in Liberia leek voorbij.

Tattoo keerde terug naar zijn geboortedorp om cassavawortel en zoete aardappelen te verbouwen. De regering had hem een baan beloofd, en zijn maatjes ook, in ruil voor hun loyaliteit.

Maar die belofte werd nooit ingelost. Aan Tattoo's normale leven, want zo noemt hij het, kwam een einde toen zijn voormalige commandant twee jaar later ineens voor zijn neus stond. Of hij meeging. Het was geen vraag, het was een bevel. Opnieuw hing Tattoo een kalasjnikov aan zijn schouder. Hij had het graag anders gewild, maar ach, vechten is ook een baan. ,,Je steelt eten. Je pikt huisraad in. Als je geluk hebt, vind je een stapel geld. Wat je onderweg tegenkomt, is voor jou. Dat is de regel.''

Een Liberiaanse soldaat kost nog minder dan het wapen dat hij draagt. Het is onmogelijk het aantal gewapende strijders in Liberia te tellen. Zeker is dat het er tienduizenden zijn. Alleen al het aantal kindsoldaten wordt geschat op tien- tot vijftienduizend. De vorige maand afgetreden president Charles Taylor financierde een wildgroei aan milities, van goed uitgeruste jongeren in de stad die werkten als presidentiële garde tot jochies die op teenslippers de frontlinie verdedigden.

De rebellenbeweging LURD begon met steun van buurland Guinee ruim twee jaar geleden aan een opmars naar de hoofdstad Monrovia. Het platteland werd dorp voor dorp ingenomen en de jonge mannen die niet op de vlucht sloegen, gerecruteerd voor de strijd. In maart diende zich nog een rebellengroepering aan, MODEL, die hulp krijgt vanuit het aangrenzende Ivoorkust.

Na een bloedige slag om Monrovia tekenden de rebellen en de regering vorige maand een vredesakkoord. Daarin staat dat de strijdende partijen zo snel mogelijk moeten ontwapenen. Als politieke organisaties nemen zij dan deel aan een overgangsregering die de weg effent voor verkiezingen over twee jaar.

Zonder demobilisatie en ontwapening kun je duurzame vrede wel vergeten. Dat heeft het verleden aangetoond.

Op 26 juli 1999, Liberia's onafhankelijkheidsdag, vernietigde ECOMOG met veel fanfare twintigduizend geweren en twee miljoen stuks ammunitie. Kort daarop zou de West-Afrikaanse vredesmacht vertrekken. ,,Het was het topje van de ijsberg'', zegt Napoleon Abdulai, ontwapeningsdeskundige van de Verenigde Naties. ,,Charles Taylor nam de duizenden opgeslagen kalashnikovs later gewoon in beslag.'' Les één: ,,We gaan de wapens die we krijgen meteen in stukken zagen.''

Nog een reden waarom eerdere, halfslachtige ontwapeningsprogramma's mislukten: ze vonden alleen plaats in Monrovia. Een opgezwollen stad waar vrijwel geen werk is en publieke voorzieningen schaars zijn. ,,Kindsoldaten ontvingen een voucher waarmee ze gratis naar school konden. Maar in het onderwijs was voor hen geen plaats.''

Oud-strijders moeten worden aangemoedigd om terug te gaan naar de streek waar ze vandaan komen, zegt Abdulai. ,,Daar integreren ze sneller dan in de stad, ze kunnen meehelpen in de landbouw. En vaak werkt het weerzien met familieleden therapeutisch.''

In november arriveren naar verwachting de eerste VN-vredestroepen in Liberia. Als die eenmaal hun posities hebben ingenomen, zullen veel Liberianen uit eigen beweging hun wapens inleveren, denkt Abdulai. De meeste soldaten en rebellen zijn de oorlog meer dan moe.

De ontwapening moet deze keer zelfs tot over de grens aangepakt worden, vindt Abdulai. ,,Als je Liberia effectief wilt ontwapenen, is het zaak om naar de hele regio te kijken: Sierra Leone, Guinee, Ivoorkust. Dat deed men in 1999 niet. Jongeren die gedemobiliseerd werden, gingen in Sierra Leone vechten.

Alleen via een regionale benadering kan de aanvoer van wapens en huurlingen een halt worden toegeroepen. Je zou de grens met Ivoorkust veel strenger moeten bewaken. Dat is mogelijk, met hulp van het Franse leger dat in Ivoorkust patrouilleert.''

Uiteindelijk staat of valt echte ontwapening met de bereidwilligheid van de leiders om hun privileges op te geven. Een van de rebellenbewegingen exporteert kostbaar tropisch hardhout, zegt Abdulai. ,,Dit conflict heeft niets met ideologie te maken. Er wordt gevochten uit winstbejag.''

Geld was ook voor Patrick de reden om enkele jaren geleden voor Taylor te gaan vechten. Of eigenlijk: bittere armoede. Voordat hij soldaat werd, sjouwde hij door de stad met een kruiwagen vol Chinese prullaria. Als straatventer verdiende hij een habbekrats. Tegenwoordig heeft hij een mooie stal op de drukste markt van Monrovia. Aan de baleinen van een gele parasol bungelen tientallen merkschoenen aan hun veters. Patrick heeft ze kunnen kopen uit de opbrengst van de plunderpartijen waar hij als regeringssoldaat recht op had.

Hij stopte met vechten toen hij 750 Amerikaanse dollar bijeen had, genoeg om in een eigen zaakje te investeren. Hij vertelt het zonder schaamte. Hij zou wel een sukkel zijn geweest als hij het niet had gedaan. ,,Dan had ik mijn hele leven achter een kruiwagen gelopen.''