Ik wist meteen: dat wil ik ook

Er zijn kinderen die al heel vroeg weten dat ze door willen in de muziek, in de dans, in de beeldende kunst. De School voor Jong Talent in Den Haag biedt hun de mogelijkheid hun talenten te ontplooien. 'Neem maar snel een slok water, maar loop als een danser, niet als een verkoper van Hema-worst.'

Op de School voor Jong Talent in Den Haag zitten kinderen die een bijzonder talent hebben voor dans, muziek of beeldende kunst. En ze hebben nog iets: de ambitie om daarin heel ver te komen.

Even voorstellen: Richèl Wieles (11), danser; Malou Fool (12), beeldend kunstenaar, Andrea Vasi (14), pianiste. Drie willekeurige leerlingen van de School voor Jong Talent in Den Haag, een afdeling van het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Volgens de brochure van de school willen deze kinderen 'iets bereiken in de wereld van de kunst', hebben zij 'bewust en met plezier' gekozen voor 'hard werken en doorzetten' en voor 'investeren van tijd en energie' in henzelf en in hun talent. Daarvoor krijgen zij 'alle kansen die zij verdienen'.

'Heel veel succes met jullie carrière', had directeur van de dansopleiding Wim Broekx op de eerste schooldag tegen de balletleerlingen uit groep 7 van de basisschool gezegd. Eén meisje luisterde met de duim in de mond.

Groep 7 van de basisschool krijgt balletles. 'Denk erom. Het is hier niet de amateurschool uit Schin op Geul. Buik op, staart in, allonger. Strek je tenen zo hard dat je teennagels door je schoenen gaan.'

De balletleerlingen van groep 7 van de basisschool krijgen balletles van dansdocent Ludmilla Molenaar. 'Maestro', zegt ze en knikt naar de pianist achter de vleugel: 'mag ik een stevige mars'. Richèl staat met een strak gezicht aan de barre. Hij heeft een wit balletpak aan, een zwart broekje, witte schoenen en sokken. Zijn ogen achter zijn brilletje zijn geknepen. 'Niet zo streng kijken, Richèl. Probeer ervan te genieten. Wie kan zijn been naar negentig graden tillen? Bijt op je tanden. En...ontspan. Neem maar snel een slok water, maar loop als een danser, niet als een verkoper van hema-worst.'

Metafoor

Andrea Vasi krijgt pianoles. 'Het is een moeilijk stuk, Andrea. Je moet een metafoor bedenken om erdoorheen te komen, een gedachte, een avontuur in jouw hoofd. Kijk in jezelf. Wat voel jij aan emoties?' Andrea studeert op een Hongaars portret van Liszt, volgens haar docente Marlies van Gent een 'dramatisch, ongrijpbaar en zeer emotioneel stuk'. Andrea blijft er uiterlijk onbewogen onder. Haar docente heeft het over 'ingehouden passie' en 'het tevoorschijn halen van rafÞnement'. Andrea geeft geen sjoege onder haar lange pony. Totdat ze weer begint te spelen. 'Nu speel je intimiteit', zegt Van Gent, 'heel mooi. Dat is wel eng, maar anders heb je niks. Je moet met je hart tevoorschijn komen.' Net als elke vrijdagavond zal Andrea deze avond naar karateles gaan. 'Dat is een mooie uitlaatklep', zegt ze.

Sloophout

Een les Ruimtelijke Vormgeving in de tweede brugklas. Op het binnenplein van de Academie voor Beeldende Kunsten zijn Malou en haar klasgenoten Guido en Golden met sloophout aan het timmeren. De opdracht was: 'maak een schuilplaats waarvan de binnenkant je eigen innerlijk verbeeldt'. Op de trappen van de binnenplaats zitten ouderejaars van de academie sjekkies te roken en kofÞe te drinken. Straks wil Malou de binnenkant van haar hut beschilderen met palmbladeren. Docent Wilma Marijnissen zou het graag 'wat abstracter' zien. 'Maar ik kan natuurlijk niet tegen haar zeggen: doe eens abstract. Dan is het alleen maar een trucje van de juf. Eigenlijk wil ik dat ze de hele dag in een boekje aantekeningen maken, alle losse ¦odders die op ze afkomen. Dat is het noodlot van een kunstenaar: je moet je hele leven informatie zeven en die moet je dan ergens bundelen. Ik wil dat ze dat trainen. Maar soms kijken ze me aan alsof ik Chinees praat.'

Kinderen van tien jaar kunnen al terecht op de School voor Jong Talent: een opleiding op het gebied van dans, muziek of beeldende kunst in combinatie met groep 7 en 8 van de basisschool en het voortgezet onderwijs (vmbo, havo of atheneum). De kinderen krijgen ongeveer drie uur per dag les in hun 'vak'. De basisschool heeft minder uren dan een reguliere school: er zijn geen lessen tekenen, handvaardigheid of gym en er zijn minder aardrijkskundeen biologielessen. De leerlingen moeten ook thuis werken. Het hele lesprogramma moeten ze in driekwart van de tijd doen.

Veelgehoord vooroordeel: dat is toch niet gezond, zo'n jong kind vangen in een volwassen wereld. Kinderen moeten buiten spelen, kattekwaad uithalen, zich af en toe stierlijk vervelen. Een jongen van 10 die concertpianist wil worden, een meisje van 11 dat ballerina wil zijn, daar moeten wel overambitieuze ouders achter zitten.

'Maar dit zijn geen gewone kinderen', zegt schooldirecteur Jan van Bilsen. 'Deze kinderen hebben iets wat de meeste kinderen van hun leeftijd niet hebben: een passie.'

Zelfgemaakte lampen

In de brugklas van de afdeling Beeldende Kunst zitten maar drie leerlingen: Malou Fool, Guido van de Linden en later in het schooljaar kwam daar Golden Kamphuis bij.

'Malou en Guido zijn echt bijzondere kinderen', zegt Gerard Hali, coördinator van de vooropleiding beeldende kunst. 'Op het aanmeldingsgesprek kwam Malou met honderdtwintig prachtige, grote pastelkrijttekeningen. Dan moet je daar dus ontzettend mee bezig zijn. En Guido kwam met weekendtassen vol houten beelden, maquettes en zelfgemaakte lampen. Hij doet thuis niet anders dan in de schuur zagen en schilderen. Allebei komen ze over alsof ze niet te houden zijn.'

Golden is een verhaal apart. Directeur basisen voortgezet onderwijs Jan van Bilsen had al verteld over dit bijzondere kind: 'Ze heeft haar hele leven in Amerika in de bush bush gewoond. Totdat ze naar Nederland kwam, had ze nog nooit een cd gehoord!' Golden woonde met haar (Nederlandse) moeder en broer in een zelfgebouwd huis in de wildernis in het westen van Amerika, vertelt ze. Ze speelde met de ganzen, eenden, kippen, geiten, honden en poezen op hun land. Een watermolen zorgde voor elektriciteit. Ze ging niet naar school. In de winter lag de sneeuw soms zo hoog dat hun huis afgesloten was van de bewoonde wereld. Tot haar tiende jaar had ze nog nooit een boek gelezen. Op haar elfde wilde Golden heel graag naar Nederland. Als kleuter had ze ooit op bezoek in Nederland de Þlm The Sound of Music gezien. Vanaf dat moment wist ze dat ze Þlmster wilde worden. Dat was volgens Golden in Nederland makkelijker te bereiken dan in Amerika. Daarom had ze zich op de School voor Jong Talent ook aangemeld voor zang, dat leek haar een goede opleiding voor een actrice. 'Ze zeiden dat ik echt talent had, maar dat ik wel noten van papier moest kunnen lezen. Toch wilden ze me graag hebben. Ze vonden mijn achtergrond geweldig. Mijn moeder zei: Ze kan ook heel goed tekenen.

Ik stond erbij: Oké, ga ik naar de kunstacademie.'

Golden houdt van tekenen, omdat ze van verhalen houdt. Daarom wil ze ook acteren. 'Als je in een toneelstuk speelt, is het net alsof je zelf dat verhaal leeft, net als bij het lezen van een boek, maar dan echter.'

Op de opleiding wil ze vooral met natuurlijke materialen werken, van metaal wordt ze 'verdrietig'.

Majorettes

Richèl wilde als vierjarige kleuter bij de majorettes. Dat kon volgens zijn moeder niet. Op zijn zesde ging hij een keer met zijn moeder mee zijn oudere zus ophalen van balletles. 'Ik zie hem nog staan', zegt zijn moeder. 'Zijn mond valt open, grote ogen, alsof hij zeggen wilde: Hèhè, hiernaar was ik op zoek. Na twee maanden zei zijn balletjuf: Die komt nog wel eens bij het Nationaal Ballet. Dan dacht ik: ja, dág.'

Op de slotauditie voor de dansopleiding had Richèl nog lang haar (hij ging ooit verkleed als Hermelien Griffel naar school). Hij werd toegelaten, maar dan moest wel dat haar eraf. Omdat Richèl in Gorinchem woont, leek het zijn moeder het beste dat hij doordeweeks bij een gastgezin in Den Haag zou wonen. Toen ze hem daar voor het eerst achterliet, klampte hij zich huilend aan haar vast. 'Alles was nieuw voor hem', zegt zijn moeder. 'Hij had afscheid genomen van zijn oude

basisschool en zijn oude balletschool, hij was weg bij zijn atletiekclub, hij moest opeens gaan reizen, een nieuwe school en dan ook nog een gastgezin. Maar voor je idee heb je de beste opleiding gekozen, dus dan moet je er even doorheen.'

'In het begin voelde ik me wel raar', zegt Richèl. Hij belde elke dag met zijn moeder, dan zei hij altijd dat het goed ging. Soms dacht hij wel: Zat ik maar weer op mijn oude basisschool. 'Maar ik heb nooit gevraagd: Mam, kom je me halen. Omdat ik ballet zo leuk vind. Dansen is mijn hobby. Nee, meer dan mijn hobby. Het is wat ik het allerliefste doe.'

Inmiddels is Richèl weg bij het gastgezin en reist hij elke dag op en neer. Dat betekent: zes uur opstaan, half zeven naar de trein. Twaalf uur later is hij dan weer thuis. Eten, huiswerk maken en naar bed. Zijn moeder: 'Als hij op een gegeven moment zegt: ik heb geen zin meer, dan ben ik de laatste die dat erg zou vinden.'

Buiten spelen

Andrea ging als zesjarig meisje soms huilend naar pianoles. Maar haar ouders waren van mening dat muziekles bij de opvoeding hoorde. 'Er is geen enkele volwassene te vinden die zegt: Had mij maar niet op pianoles gedaan', zegt haar vader die zelf muzikant is. Maar Andrea wilde liever buiten spelen. Totdat ze op negenjarige leeftijd op televisie Fame zag, de Amerikaanse serie over een populaire muzieken dansopleiding.

Andrea: 'Ik wist meteen: dat wil ik ook.' Moeder: 'Er ging opeens een luikje open. Het gedwongen kwartiertje achter de piano werd een paar uur per dag. Andrea voetbalde niet meer, sprak minder af met vriendinnen en ging verjaardagsfeestjes afzeggen.'

Andrea: 'Ik móést oefenen. De rest van de wereld bestond niet meer.' Haar moeder: 'De voorbereiding voor het toelatingsexamen vond ik voor haar heel zwaar. In mijn achterhoofd dacht ik: als dat maar goed blijft gaan. Als het niet ging zoals zij wilde, zag ik haar gefrustreerd achter de piano zitten. Maar ze heeft nooit geprotesteerd.' Toen Andrea als tien jarige werd aangenomen op de vooropleiding van het conservatorium, was dat 'de verlossing', zegt ze. 'Ik had zo hard gewerkt, dat werd nu beloond.'

'Het komt wel eens voor dat een kind hier komt, omdat dat de nadrukkelijke wens van de ouders is', zeg Martine Telkamp, hoofd van de afdeling muziek. 'Dan is zo'n kind na een jaar weer weg.'

'Ik denk dat we een aantal leerlingen ook redden', zegt directeur Jan van Bilsen. 'We hebben een muzikant op school. Een nogal bijzondere jongen. Een beetje een nerd, met erg volwassen humor. Volgens zijn vader hadden ze hem op een andere school helemaal kapotgemaakt.'

'Sommige kinderen zijn gewoon te wous voor een reguliere school', zegt docent ruimtelijke vormgeving Wilma Marijnissen.

Richèl vond het niet echt leuk op zijn oude basisschool, zegt zijn moeder. 'Vooral Marokkaanse jongetjes vonden het heel raar dat hij danste. Een keer is hij voor mietje uitgescholden en de bosjes ingetrokken.' Ook Andrea is blij dat ze niet op een reguliere basisschool zit. 'Dat is een hele andere wereld. Kinderen op een normale school hebben geen doel, die hebben geen ambities. Ik zou me daar echt een buitenbeentje voelen.' Malou: 'De helft van je leeftijdgenoten snapt niet waar je het over hebt, de meesten interesseert het ook niet.'

De School voor Jong Talent mag dan voor sommige kinderen een redding zijn, het belang van de school is een ander: aan het einde van de rit dansers, muzikanten en kunstenaars a¦everen van een zo hoog mogelijk niveau. 'We willen talent vroegtijdig opsporen en zuiver houden', zegt Gerard Hali. De Academie voor Beeldende Kunst doet pas één jaar mee aan de School voor Jong Talent. 'Het is nog allemaal heel pril', zegt Hali. 'Er zijn hier op school danspedagogen en muziekpedagogen, voor beeldende kunst bestaat dat nog niet. Dat zijn we nu aan het ontwikkelen. Aan het eind van de brugklas zullen we kijken of er een bepaalde ontwikkeling is en of het zinvol is om met deze leerlingen door te gaan.' De kinderen zijn intussen al wel te klein gebleken om de lithopers te bedienen.

Na drie maanden academie krijgen Guido, Malou en Golden hun eerste beoordeling. Ze maakten met houtskool in de tekenles een stilleven van potjes en ¦essen. De tekeningen zouden waarschijnlijk niet eens opvallen in een lokaal van een gewone school. Heeft de school hier bijzonder talent te pakken? 'We wilden ze eerst een beetje losmaken', zegt tekendocent Engelien van den Dool. 'Malou bijvoorbeeld heeft een enorme drive, haar werk heeft veel vaart, maar het moet zich nog wel ontwikkelen. Je weet natuurlijk nooit hoe een kind van dertien de puberteit doorkomt.'

Terwijl de docenten even later overleggen over de kwaliteit van het werk (over de power van Malou, het ruimtelijk talent van Guido en Goldens vermogen om de schoonheid van een stukje afval te zien), zitten de leerlingen zelf op de gang zwijgend hun broodtrommel leeg te eten.

'Het is belangrijk dat het school gedeelte goed wordt aangeboden', zegt Hali. 'Voor als het er toch niet in blijkt te zitten. Ze moeten wel terug kunnen naar het regulier onderwijs. Het beroepsperspectief is grillig. Dan is een goede middelbare school belangrijk.'

Prullenbak

Andrea smijt de deur van de Arnold Schönberg-zaal achter zich dicht. Ze scheurt haar bladmuziek doormidden en gooit het in de prullenbak. Ze haat het. Die mannen van zo'n examencommissie die niks zeggen, alleen maar: Nou Andrea, je hoort nog van ons. 'We vertellen deze jonge kinderen niet meteen de uitslag', had Martine Telkamp gezegd, 'er zal er maar één na een afwijzing in het verkeer verongelukken.'

Andrea had een sonate van Mozart en variaties van Beethoven gespeeld. Ze was het podium met hangende schouders opgeklommen, alsof ze op weg was naar iets vreselijks, en er later weer sjokkend afgekomen, de blik van de leden van de examencommissie vermijdend. In de tussentijd had er grote vrolijkheid en emotie uit haar piano geklonken. 'Het is een meisje dat deep down in de puberteit zit', zegt haar pianodocent Marlies van Gent tegen de andere commissieleden. 'Ze vindt zichzelf niet de moeite waard, dat hoor je soms ook in haar spel.' Martine Telkamp: 'Maar wacht maar tot dat verkrampte vrijkomt, dan zul je eens wat zien.'

'Op school willen ze dat iedereen wereldberoemd wordt', had Andrea een paar maanden eerder gezegd. 'Ze zeggen het niet letterlijk, maar ze bedoelen het wel. Ik vind dat ze een beetje onrealistisch bezig zijn. Mijn droom is niet om concertpianist te worden, mijn droom is heel goed piano leren spelen. Wat ik daarmee ga doen, zie ik later wel. Ik zie mezelf niet in een concertgebouw voor een volle zaal, nou misschien heel diep van binnen wel, maar er zijn ik-weet-niet-hoeveel mensen die dat willen. Dat is eigenlijk onbereikbaar.'

Het conservatorium heeft weinig afvallers. Het komt wel eens voor dat iemand op een gegeven moment het plafond bereikt, zegt Martine Telkamp, of dat een kind de motivatie verliest om drie uur per dag op zijn instrument te studeren. Maar, zegt Andrea, 'als je gewoon goed oefent, hoef je niet bang te zijn.'

Hamstrings

De echte kaalslag vindt plaats op de balletafdeling. Van de veertien basisschoolleerlingen van groep 7 die dit jaar begonnen zijn, zullen er hooguit vier de academie afmaken, voorspelt directeur van de dansopleiding Wim Broekx. Elk jaar opnieuw krijgen de leerlingen een medische keuring. Dan bekijkt de orthopeed hoe hun fysiek in elkaar zit: hoe zijn de voeten, hoe is de uitdraai van de heupen, hoe soepel zijn hun hamstrings, hoe ver kan de rug doorbuigen, is het mogelijk dat allemaal nog verder uit te breiden? Sommige meisjes gaan in de puberteit opeens uitdijen of krijgen enorme borsten. Broekx: 'Dan komt er soms een moment dat we zeggen: tot hier en niet verder.' Onder de vleugel in de balletstudio ligt het bezaaid met kleine knuffeltjes, toi-toi-toitjes. De dansers uit groep 7 moeten voor de examencommissie verschijnen. Richèl staat voor de spiegel als een konijn in het licht van de stroper. 'Geen angst op je gezicht', had dansdocent Ludmilla van tevoren gezegd, 'Ze komen om van jullie te genieten. Hou jezelf een beetje in de hand, het is zonde als je het verpest voor jezelf. Misschien helpt het als je aan iemand denkt van wie je veel houdt, je oma, of als je denkt aan de kindertjes in Irak.'

Richèl heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Hij denkt aan het Nationaal Ballet. Begin dit jaar mocht hij in het Muziektheater in Amsterdam meedansen in Romeo en Julia. Als hij dan vanuit de coulissen naar Romeo keek, zei hij tegen zichzelf: 'Als ik daar ook maar ooit kom te staan. Anders is al dat harde werken voor niets geweest.'

Dirk Buwalda is freelance fotograaf

Monique Snoeijen is redacteur van NRC Handelsblad

[streamers]

'Het is hier niet de amateurschool uit Schin op Geul. Buik op, staart in, allonger.'

Een meisje van 11 dat ballerina wil zijn, daar moeten wel overambitieuze ouders achter zitten

Terwijl de docenten beraadslagen, eten de leerlingen op de gang hun broodtrommel leeg