Hollands Dagboek: Johnny Hoes

Johhny Hoes (86) is 65 jaar platenbaas. Hij schreeft duizenden liedjes en was betrokken bij de carrière van tientallen artiesten, van de Zangeres Zonder Naam tot de Limbra Zusjes en van Normaal tot Harmina uit het Hoge Noorden. Afgelopen weekend speelde hij op popfestival Lowlands een hoofdrol. `MADELEIN! Zelden is zoiets moois mijn huis binnengelopen.'

Woensdag 27 augustus

Willem Venema, de grote baas van Mojo, organisator van mega-evenementen als Lowlands en de Rolling Stones-concerten, had mij al voorspeld dat er veel op me af zou komen naar aanleiding van het `Grote concert des levens'. Het begon al in Knokke, mijn officiële woonplaats, waar Netwerk opnamen kwam maken met Alje – ik noemde hem meteen Aljechin – Peer en Bram. Peer kwam uit Budel waar nichten van mijn vrouw woonden en een van die nichten had Hans Teeuwen gebaard. Zijn Tante Els vertelde me dat ze in het begin van Hans' carrière de eerste dagen niet op straat durfde te komen, als Hans weer bezig was geweest met zijn onverbloemde seksmonologen.

Het tweede bezoek was van Madeleine Rood, verslaggeefster van de Zwolsche Courant. Zelden is zoiets moois mijn huis binnengewandeld. De eerste vraag van het interview bleek een opmerking van mij te zijn: ben je al getrouwd? Ze was geknipt voor fotomodel, mannequin en zou in mijn ogen een ster kunnen worden als interviewster voor de tv. Laat ik nou ook nog twee platen gemaakt hebben met als titel MADELEIN! Ik was alleen maar gecharmeerd, hoewel mijn schoondochter dat blijkbaar met een grote korrel zout nam door op te merken: `ja, ja, hoe ouder hoe gekker, hoe stijver de stekker.'

Ik hoop dat die opmerking een kern van waarheid bevat, dan ziet de toekomst er nog rooskleurig uit. 's Avonds moeten zappen tussen Netwerk, waar ik zelf op was en het Nederlands elftal. Advocaat en Van Hanegem beschouw ik beiden als vrienden, maar ik vind toch dat ik me maar eens met de opstelling moet gaan bemoeien.

Donderdag

Van Knokke vertrokken naar Weert, waar ik bezoek kreeg van een verslaggever van Het Parool, Peter van Brummelen, een bijzonder aardig iemand die in mijn ogen het beste interview van alle dagbladen heeft geschreven. Iedereen praat over zijn hartstikke leuke reportage. Nog een telefonisch interview gehad met Nico van het Algemeen Dagblad. Het valt me op dat ze nu allemaal ineens heel positief schrijven. Vroeger zette ik mijn stekels al op, want ik dacht: hoe zullen ze me nu weer onderuithalen. Dat is blijkbaar het voordeel als je 86 bent geworden. Er waren maar twee journalisten die ik vroeger graag zag, dat waren Bas Roodnat die heel integer was en Martin van Amerongen die zijn artikel met sprankelende humor kruidde.

`s Middags bezoek van mevrouw Seerden, die een plaat van mij uit de vijftiger jaren in haar bezit had waar Arcade naar op zoek was. Er staan titels op als Holland Polka en Tulip time in Holland - ja, in het Engels want ik had Philips overgehaald om een plaat te maken voor toeristen met ook accordeonmuziek, een draaiorgel, een beiaardier en een klompendans. Mevrouw Seerden had haar dochters ook meegenomen en verder was de Weerter Televisie er ook. De samenkomst werd met de nodige koffie en vlaai opgeluisterd. Ze waren niet meer weg te branden en mevrouw Seerden kreeg nog een rijstevlaai met slagroom mee naar huis.

Vrijdag

Vertrokken van Weert naar Maastricht voor een uitzending om 12 uur van Radio Limburg. Mijn kleindochter Rebecca – ik noem haar Kwekkebekkie omdat ze zo heerlijk spontaan kan ratelen – reed me veilig en snel naar De Studio. Ik heb een zwak voor Maastricht en dat heeft tal van redenen. Allereerst heb ik daar Mary Servaes ontdekt, van wie ik dacht dat het een kind was toen ik haar op een bandje hoorde. Ze bleek 38 jaar en een en ander was zo onwezenlijk dat ik haar de Zangeres Zonder Naam noemde. In Maastricht woonde ook Jean Kraft, helaas overleden, die niet alleen een geweldige accordeonist was, maar ook een fantastisch arrangeur die feilloos de sfeer van mijn nummers op Telstar aanvoelde. Aangezien ik talloze Limburgse artiesten op mijn label een kans heb gegeven, werd het met Tom, de interviewer, een heel intiem en gezellig uurtje. We aten nog een broodje met gebraden gehakt en mosterd in de kantine en de medewerkers die er zaten hadden het een lekker programma gevonden.

Vanavond moet ik naar het 60-jarig bestaan van de voetbalclub Crescentia in Tungelroy waar ik als Rotterdammer in een dorpje van destijds zo'n 800 inwoners als piepjong sergeantje het meisje vond met wie ik 47 jaar gelukkig ben geweest. Ik ben nog bij de oprichting betrokken geweest en heb er ook gevoetbald. Ik was er ook ondergedoken, maar kreeg, dankzij mijn zwager die in het verzet zat, van de directeur van het Arbeidsbureau in Weert een groene kaart en ging als boekhoudercorrespondent werken op een strohulzenfabriek. In Tungelroy zaten op dat moment nog heel wat onderduikers en ik heb ze geld laten verdienen door ze op de zolder van een boerderij stropoppen te laten maken die dienden om onder de dakpannen te worden geschoven.

Zaterdag

De avond van Crescentia was om nooit te vergeten. Ik hoefde er pas om 9 uur 's avonds te zijn. Mijn oudste zoon Adrian was meegekomen. De feesttent was afgeladen vol en toen wij binnenkwamen, begon iedereen te juichen en in de handen te klappen. Er waren foto's van het elftal in het prille begin waar ik ook nog bij stond. Het werd een feest van herkenning en iedereen kwam met mij praten en handje schudden. Natuurlijk waren er inmiddels heel wat heengegaan, maar dan kwamen hun verwanten vragen of ik deze of gene nog gekend had.

Ik had mijn minidisc meegenomen en heb enkele van mijn bekendste nummers van mijzelf en mijn ontdekkingen gezongen, zoals Costa del Sol, Cherie enz. en als uitsmijter Och, was ik maar.

Ik heb op allerlei lichaamsdelen handtekeningen moeten zetten, hoewel het niet zo ver ging als toen ik als gast bij Eddy Wally in zijn zaal Cherie zong, want daar moest ik van de madammekes mijn handtekening op hun welige boezem zetten. Ik heb trouwens wel wat met moedermelk, want ik vind de verpakking zo leuk.

Ik kreeg een gloedvolle dankspeech en bloemen, en toen ik had gelezen dat kinderen van 5 jaar die zich als lid melden gratis voetbalschoenen kregen, schoot mijn gemoed vol, en denkend aan mijn vrouw die ik in dat dorpje gevonden had, kondigde ik aan dat ik duizend euro zou schenken. Mijn oudste zoon had het op een envelop geschreven en toen ik die aan de voorzitter gaf, keek hij me alleen maar aan en kon zeker één minuut lang geen woord zeggen. Toen hij begreep dat het geen geintje was, gaf hij het sein tot het zingen van Zo'ne goeie hebben wij nog nooit gehad en Lang zal ie leven.

Zelden zijn mijn zoon en ik zo gelukkig en voldaan naar huis gegaan.

Zondag

Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik bij mijn jongste zoon John in Hilversum en die brengt me vanavond – ik hoef er pas om 8 uur te zijn – met vrouw en vier koters, twee jongens en twee meiden, naar Lowlands. Ik vertrouw erop dat ze het woord `koters' niet lezen, want ze zijn inmiddels al 16, 14 (een tweeling) en 12 jaar oud en aangezien ze heel vrij zijn opgevoed en echt kinderen van deze tijd zijn, voelen ze zich beslist geen koter meer.

Vanmorgen dankzij schoondochter Nicol met z'n allen al aan de wentelteefjes met gebakken spek gezeten. Ik hield het bij twee, maar Jason, die meer buiten dan binnen te vinden is, had die nacht zitten vissen en in een tent geslapen en werkte er op z'n gemak vijf naar binnen.

Zo tegen half zeven met de familie en vriendjes in twee wagens vertrokken naar Lowlands en daar bleek dat ik pas om 10 uur op een soort troon op het toneel moest gaan zitten. Denk niet dat ik een moment rust heb gehad. Om de haverklap werd ik naar buiten gedirigeerd voor interviews met onder andere NOS, RTL Boulevard, VPRO en SBS6. Eigenlijk sta je steeds hetzelfde verhaal af te draaien, maar erger was dat het buiten moest gebeuren waar het verrekkes koud was.

De show begon met een gloedvolle toespraak voor mij van de burgemeester van Dronten en laat die nou nota bene in hetzelfde dorpje als mijn vrouw geboren zijn. Hij gaf mij als herinnering een bronzen beeldje en maakte mij en passant ook even Ereburger van zijn Gemeente. Zo gemakkelijk gaat dat in de politiek.

Om half 3 was de Show afgelopen, maar wat daarin gebeurde wil ik pas maandag beschrijven, want we waren pas om 4 uur 'snachts thuis.

Maandag

Ik was behoorlijk aan de pin en viel als een blok in slaap. Werd pas om een uur of 11 wakker en mijn schoondochter wist precies wat ik nodig had: eieren met spek en veel koffie. Zo kwam ik langzaam weer tot de mensen en liet in gedachten het feest aan mij voorbijgaan.

De avond begon met een prachtig bloemstuk van Eddy Wally die ik 35 jaar geleden ontdekte en voor wie ik nog steeds zowat alle liedjes schrijf. Hij is in België de absolute nummer 1 met zijn eerste liedje Cherie. Cherie is daar een evergreen. Door een darmoperatie kon hij helaas niet komen.

De avond werd gepresenteerd door Henny Huisman en Beertje van Beers die allebei geweldig op dreef waren. Het feest begon met een geweldig huisorkest met strohoedjes, voor de gelegenheid Hoes Orchestra genoemd, dat de Vogeltjesdans speelde en meteen de hele tent op z'n kop zette. Daarna kwamen zo'n 40 kanjers uit de Nederlandse amusementswereld die eerst mij als blijk van waardering een handje kwamen geven alvorens te gaan zingen. Sommigen waren zelfs van vakantie uit Spanje en Italië gekomen om er bij te kunnen zijn. Ze hadden allemaal een liedje van mij in hun repertoire opgenomen.

Pierre was er met z'n Smurfen, Denny met z'n Marsupilami, Anneke met Brandend Zand, Ria met haar Rockin' Billy, Jacques Herb liet ze janken met Manuela en Arie Ribbens liet ze met Polonaise Hollandaise de polonaise doen. Normaal had een te gekke uitvoering gemaakt van De Smokkelaar. Heel apart was een nieuwe ontdekking, Harmina, die opkwam met zwarte pruik en zwarte jurk als Zangeres Zonder Naam en Ach, Vaderlief zong. Met een simpele beweging van de rits ging de jurk uit, de pruik ging af en daar stond ze in een goudkleurige jurk met haar blonde haar Keetje Tippel te zingen. Het was alsof Mary weer was opgestaan.

Ik heb twee momenten gehad waarbij ik volschoot en ik het niet kon laten om ze te omhelzen. Dat was eerst Annie de Reuver die ondanks haar 87 jaar en een heupoperatie in een schitterende zilverkleurige creatie, die haar 50 jaar jonger maakte, was gekomen en tijdens haar liedje Kijk eens in de poppetjes van m'n ogen al zwaaiend met haar stok ook nog de loopplank opging.

Het tweede moment was bij Koos Alberts die in zijn rolstoel het toneel opkwam en onder andere Ik verscheurde je foto zong. Toen ik hem na afloop omhelsde en een kus gaf, kreeg hij een ovatie en bleef men minutenlang `Koosie, Koosie' scanderen. Ik zei: `Koos, dit is jouw avond', waarop hij zei: `nee, het is jouw avond' en ik besloot: `Koos, het is onze avond'. We hadden allebei tranen in de ogen.

De absolute kraker was HET PUBLIEK! 18.000 jonge mensen die bijna vier uur aan een stuk zongen, sprongen, met de armen zwaaiden en ieder liedje meezongen. De artiesten kwamen daardoor stuk voor stuk tot hun beste prestatie. Er was geen enkele wanklank en ik dacht nog: waarom kan dat nou niet bij voetbalwedstrijden zo zijn?

De NRC is nogal zuinig met papier, zodat ik veel namen heb moeten weglaten die ook allemaal geweldig succes hadden.

Dinsdag

Stevig ontbeten en daarna met mijn zoon in zijn auto naar Weert gereden. Eerst naar de fabriek waar alweer iemand uit Toronto op mij bleek te wachten die daar een radiostation had en ik kwam er dus niet onderuit om maar weer een interview te geven. Er was ook nog ene Nelis van Velen een versje had gestuurd:,,'t Zal Johnny Hoes niet wezen/'t zal Johnny Hoes niet zijn/ Met al die leuke liedjes en 'n allerliefst refrein./Je kunt ze makk'lijk zingen/ze liggen in 't gehoor./ Hoera, voor onze Johnny, ga zo nog jaren door!''

Dat laatste ben ik zeker van plan en ik heb een goed voorbeeld aan mijn Vader die 102 is geworden en tot de laatste dag nog altijd bij de tijd was.

Woensdag 3 september

Lekker uitgeslapen en goed ontbeten. Op het moment dat ik dit aan het schrijven ben, zit ik nog in mijn kamerjas. Ben zelfs nog te lui om De Telegraaf uit de bus te gaan halen, ondanks de vele telefoontjes die vertelden dat er zo'n leuk artikel over Lowlands in stond. Als men mij later zou vragen hoe vond je Lowlands, dan zou ik misschien met Wim Sonneveld zeggen: ik droom er nog wel eens van als ik zwaar getafeld heb, maar in alle eerlijkheid moet ik toch ook toegeven dat ik het voor geen goud had willen missen.