Het kunstmatige optimisme rondom de JSF-orders

Hoe goed gaat het eigenlijk met het JSF-project? Goed, zegt de overheid. Maar dat is de officiële lezing.

Tegenvallende orders? ,,Voor ons niet'', zegt Cees de Koning, president van Stork Aerospace het restant van de oude vliegtuigbouwer Fokker. Vanuit zijn kamer in het Stork-gebouw in Papendrecht wijst hij naar de loods die het bedrijf heeft gebouwd voor werk aan de Joint Strike Fighter (JSF), de Amerikaanse jager die ook de Nederlandse F-16's moet gaan vervangen. De opdrachten komen gestaag binnen, zegt De Koning. Maar tegenvallende orders? ,,Voor ons niet.''

Dat er veel kan worden verdiend aan de JSF, was iedereen vanaf het begin duidelijk. Meer dan 200 miljard dollar zal er worden uitgegeven aan de toekomstige `F-35'. Vorig jaar besloot het kabinet dat ook Nederland meedoet aan de ontwikkeling. Voor 800 miljoen dollar, te betalen tot 2012, is Nederland een `level II'-partner in het project. Nederlandse luchtvaartbedrijven hebben kans om miljarden aan orders binnen te halen, als de JSF eenmaal wordt gebouwd.

Van die miljardenomzet zal Stork naar verwachting ruim de helft voor rekening nemen: niet voor niets wordt de JSF in de Nederlandse luchtvaartwereld ook wel de `Joint Stork Fighter' genoemd. En, zo zegt topman De Koning, ,,Het is voor ons heel voordelig dat we geld krijgen zónder dat we hoeven te investeren.''

Hiermee roert De Koning een van de gevoeligheden aan. Natuurlijk is het voor de industrie prettig dat er opdrachten komen. Maar, zo was vorig jaar ook al de vraag in de parlementaire behandeling van het JSF-besluit: moet dat per se met overheidsgeld? En hoe gaat het eigenlijk met de stroom orders die de VS voorspiegelden?

`Goed', aldus de ministeries van Defensie en Economische Zaken (EZ), althans: `redelijk goed'. In een brief van 16 juli meldden zij aan de Tweede Kamer dat de opdrachten tot nu toe ,,geen reden tot ontevredenheid'' geven, al is ,,een stevige inspanning'' nodig om de verwachte omzet voor het bedrijfsleven te halen. Maar dat, vertellen verschillende bronnen op beide ministeries, is wat je noemt een understatement. De orders die tot nu toe zijn binnengehaald, blijven sterk achter bij de prognoses. Intern, zo melden de bronnen, maakt men zich grote zorgen.

De precieze stand van zaken van het JSF-project is niet zo makkelijk te achterhalen vooral ook omdat de te behalen `tussenstanden' voor het bedrijfsleven niet naar buiten zijn gebracht. Toch valt er, met behulp van documenten die deze krant met behulp van de Wet openbaarheid van bestuur in handen kreeg, een behoorlijke analyse te maken. Daaruit doemt een heel wat pessimistischer beeld op dan uit de brief van 16 juli. Een inventarisatie bij de deelnemende bedrijven laat zien dat dat 95 miljoen aan opdrachten die twee maanden geleden aan de Kamer werd gemeld, inmiddels is opgelopen tot iets meer dan honderd miljoen. Een mooi bedrag, maar de vraag is of dat ook betekent dat het bedrijfsleven op koers ligt voor de voorspelde miljarden euro's omzet. Want vooral dát was voor de politiek een van de belangrijkste redenen om deel te nemen aan het project.

Op het eerste gezicht lijkt het voorbarig om nu al te spreken over tegenvallende orders. Het kabinetsbesluit om deel te nemen aan de ontwikkeling van de JSF is nog maar een jaar geleden genomen: de zogeheten System Development and Demonstration (SDD-)fase van de JSF duurt nog tot 2012. Toch zijn de komende twee jaar cruciaal en dreigt het Nederlandse bedrijfsleven de boot gaan missen. In 2006 begint de zogeheten Low Rate Initial Production (LRIP-)fase, en rollen de eerste JSF's van de band steeds sneller, tot de Full Rate Production (FRP) begint, in 2012. Bedrijven die daaraan willen meedoen, moeten dus zo snel mogelijk een contract binnenslepen voor de ontwikkeling van de JSF-onderdelen die ze willen gaan maken: vleugeldelen, deuren, bekabeling of software.

Die vraag is niet niet alleen relevant voor de luchtvaartindustrie. Het belangrijkste uitgangspunt bij het kabinetsbesluit om 800 miljoen dollar te steken in de ontwikkeling van de JSF was dat `meedoen' niet duurder zou uitpakken dan het kopen van `kant en klare'-JSF's, ergens vanaf 2010. Dat is mogelijk, zo stelde het kabinet, omdat tegenover de investering ook voordelen staan, zoals kortingen op de stuksprijs. In een ingewikkeld rekenmodel, `de zogeheten business case', werd gedefinieerd hoe de investering van 800 miljoen dollar in zijn geheel zou moeten terugvloeien in de staatskas. Helemaal sluitend was de business case niet: wilde de staat quitte kunnen spelen, dan moest de industrie een substantieel deel van de beoogde miljardenomzet terugstorten. Alleen zo kan een resterend `gat' in de business case worden gedicht.

In het contract werd vorig jaar tot in detail vastgelegd hoeveel de industrie moet gaan terugbetalen en wanneer. Vanaf 2006, wanneer de bedrijven geld gaan verdienen aan de Low Rate Initial Production (LRIP-)fase, zal de industrie 3,5 procent gaan afdragen over de behaalde omzet uit de productie van JSF's. Waar dat uiteindelijk toe zou moeten leiden, werd vorig jaar door het ministerie van Financiën vastgelegd in een gedetailleerd betalingsschema. Daaruit blijkt dat de luchtvaartindustrie aan de productie van de JSF tot 2025 in totaal 9,5 miljard euro zou moeten verdienen om het gat te dichten.

Van dat bedrag moet er al in 2012 1,5 miljard aan productie-omzet zijn gedraaid, zo meldde EZ in antwoord op Kamervragen. In datzelfde jaar, 2012, zou er ook nog eens 800 miljoen zijn verdiend aan de ontwikkeling, de SDD-fase. Tenmminste, dat had de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin haar beloofd.

Opvallend is dat de 1,5 miljard euro omzet in de rapportage van afgelopen juli niet meer terugkomt. In brief wordt nu ineens 800 miljoen dollar als streefbedrag genoemd in de `SDD-fase': een omzet die bovendien nog eens gehaald moet worden uit zowel SDD-opdrachten als uit ,,onderdelen voor de low rate inital production'', (LRIP), de bouw van de eerste 465 toestellen. Het lijkt er dus op dat de prognose intussen door EZ en Defensie naar beneden is bijgesteld. Werd de Kamer eerst gemeld dat er tot 2012 1,5 miljard euro plus 800 miljoen dollar in de SDD-fase zou worden omgezet, nu is dat bedrag teruggebracht tot 800 miljoen dollar voor beide, elkaar overlappende, fases. Maar als dát de stand van zaken is, lukt het niet meer om op 9,5 miljard dollar omzet uit te komen en komt de business case in gevaar.

EZ erkent dat de laatste brief ten onrechte de indruk wekt dat 800 miljoen dollar tot 2012 de te behalen omzet is voor het bedrijfsleven. Volgens ambtenaren konden om `economisch-strategische redenen' de ware `targets' in de SDD-fase niet worden gemeld. Ondertussen weet EZ dat de miljardenomzet alleen maar gehaald kan worden als de schema's van Financiën werkelijkheid worden: 1,5 miljard omzet uit de LRIP, plus enkele honderden miljoen uit ontwikkelingsopdrachten uit de SDD-fase tot 2012. Het worden spannende maanden voor de Nederlandse luchtvaartindustrie, waarbij de hulp van de overheid onontbeerlijk blijft. Gisteren vloog staatssecretaris Van der Knaap (Defensie) naar zijn Amerikaanse ambtsgenoot Wolfowitz. Het belangrijkste gespreksonderwerp: de JSF.