'Het islamitisch terrorisme is een modern fenomeen'

Het vooruitgangsdenken is de bron van veel kwaad in de wereld, zegt de Britse historicus John Gray. Zijn aanval op het humanisme heeft hem de reputatie bezorgd van zwartkijker en misantroop. Zoals het islamisme zijn westerse wortels ontkent, zo negeert het verlichtingsdenken zijn christelijke oorsprong, betoogt hij in zijn laatste boek, Al Qaeda and What it Means to be Modern. 'Ik pleit voor nuchterheid.'

L'Escargot in het Londense Soho is ouderwets chique en in de vroege middag vrijwel leeg. Terwijl hij op me wachtte, heeft John Gray een boek ter hand genomen. Hij heeft een rustig, bedaagd voorkomen, maar zijn geest is voortdurend in beweging; niet alleen uit zijn eigen boeken spreekt een grote belezenheid, ook tijdens ons lunchgesprek hinkstapspringt hij gedreven door de geschiedenis van de ÞlosoÞe, verwijst hij vanuit de geschiedenis naar de literatuur en andersom, en brengt hij bijna achteloos het nieuws van vanochtend in verband met ontwikkelingen van honderd, duizend, tienduizend jaar geleden.

Het is geen loze kennis. Het talent van Gray, hoogleraar in de Europese geschiedenis en thans docent in Oxford, ligt in het leggen van onverwachte dwarsverbanden. In zijn laatste drie boeken, die vrij snel na elkaar zijn verschenen, keert hij zich met een on-Engelse felheid tegen de waan van de dag, het

onvermogen van de mens om voorbij de grenzen van het hier en nu te kijken. Zijn belangrijkste doelwit is het even hoogmoedige als onuitroeibare geloof van de mens in een maakbare wereld. Zijn belangrijkste wapen is de historische vergelijking.

'Dat Amerika zich nu beschouwt als de bron van een universele beschaving, is niets nieuws. Wanneer een land machtig en welvarend is, ziet het zijn eigen waarden al gauw als zaligmakend. Datzelfde gold voor Engeland in de negentiende, Frankrijk in de achttiende en Spanje in de zeventiende eeuw. In de volgende eeuw zal het wellicht China zijn. Ik betwijfel of er ooit een universele beschaving zal kunnen bestaan. Ik vraag me ook af of dat wenselijk is.'

Dat absolutistische verlangen naar menselijke volmaaktheid is volgens Gray het grootste kwaad in de moderne wereld. Het leidt onherroepelijk tot de terreur van de goede bedoelingen. In zijn internationale bestseller uit 1998, False Dawn, ontmaskerde hij het toen nog rotsvaste geloof in de wereldwijde vrije markt van de neo-liberalen.

'Toen ik dat boek schreef, heerste er nog een gevoel van triomf, ondersteund door de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de schijnbaar ongehinderde expansie van het kapitalisme. Ik raakte ervan overtuigd dat die zogenaamde zekerheden toch vooral een kwestie van geloof waren en wilde de utopische en religieuze wortels van die o zo moderne opvattingen blootleggen. Uit die ambitie kwam Straw Dogs voort, waarin ik betoog dat zoveel verlichtingsdenken hopeloos doordrenkt is van christelijke noties van vervolmaking en verlossing.

De aanslagen van 11 september 2001 maakten wat mij betreft een einde aan de illusie dat heel de wereld modern aan het worden was en dat mensen er overal onherroepelijk dezelfde ideeën op na zouden gaan houden. Het islamitisch terrorisme is bij uitstek een modern fenomeen, geen restant uit de Middeleeuwen. Het is een deels op westerse leest geschoeide

extreme ideologie, die de wereld radicaal wil transformeren, net als het nazisme en het communisme

in de twintigste eeuw. Het zijn allemaal loten aan

dezelfde stam: de Europese Verlichting.'

Maar het is ook een godsdienstoorlog, betoogt hij in zijn meest recente boek, het pam¦et Al Qaeda and What it Means to be Modern. Net zoals het radicale islamisme zijn westerse wortels ontkent, zo negeert het huidige westerse verlichtingsdenken het bij uitstek christelijke gedachtegoed dat eraan ten grondslag ligt. Zijn aanhoudende polemiek tegen de preten ties van het humanisme hebben Gray de reputatie van een zwartkijker en een misantroop bezorgd.

Gray, Þjntjes: 'In zoverre het humanisme zich aan het idee van vooruitgang heeft verslingerd, ben ik zeker geen humanist. Vooruitgang is een mythe die zo diep in de westerse cultuur is verankerd, dat men met stomheid is geslagen wanneer je daar vraagtekens bij zet. Hoewel ik bepaald kritisch ben over het christelijke geloof, zijn het juist christelijke denkers die serieus hebben gereageerd op mijn laatste boeken. Dat komt, ironisch genoeg, omdat het juist de christenen zijn die de afgelopen paar honderd jaar hebben leren leven met twijfel. Kijk maar naar Pascal.

'Het humanisme is niet gerijpt door twijfel. Ik neem godsdienst serieus, ik heb begrip voor de behoeften en verlangens die eraan ten grondslag liggen, terwijl de huidige humanisten alles wat met religie te maken heeft zo ver mogelijk van zich vandaan houden. Met alle gevolgen van dien. De humanisten gaan met godsdienst om zoals de Victorianen met seks. Het is een bijna klassiek geval van repressie. Ze willen er niets van weten, terwijl intussen heel hun denken en doen ervan doordrenkt is.'

De belangrijkste erfenis van het christendom is de heilsverwachting, volgens Gray. Alleen vindt de verlossing nu niet meer in het hiernamaals plaats, maar in deze wereld. 'Het idee van vooruitgang is nog helemaal niet zo oud, hoor. In de oudheid bestond het niet, in de Middeleeuwen evenmin, en in bijvoorbeeld Japan heeft het begrip geen betekenis. Mijn kritiek wordt vaak uitgelegd alsof ik denk dat niets op deze wereld beter wordt, maar dat zeg ik niet. Ik ben geen relativist. We weten allemaal dat er op het gebied van de wetenschap wel degelijk vooruitgang is, en dat die op een gegeven moment onomkeerbaar is. Maar men gelooft in menselijke vooruitgang zoals men in de wetenschap gelooft. Men gaat ervan uit dat verbeteringen op het gebied van ethiek en moraal ook cumulatief zijn, net als dat met kennis het geval is. Daar geloof ik niet in. Iedere vooruitgang op het gebied van de ethiek en moraal kan wel degelijk verloren gaan. Gáát ook onherroepelijk verloren. Menselijk gedrag is niet als wetenschap, maar als kunst. In de kunst kun je naar hartelust oordelen, je vindt het ene kunstwerk beter dan het andere, maar je kunt niet zeggen dat Harold Pinter een verbetering is van Chaucer. Er bestaat geen progressie. En zo is het met de menselijke natuur. Niet toevallig zijn er maar weinig grote humanistische schrijvers. Ze vallen het humanisme aan of, zoals Joseph Conrad, vinden het zo onbenullig dat ze het negeren.'

Nihilisme

Maar is dat dan geen uitnodiging tot nihilisme? De mens is immers wie hij is; zijn ontsporingen liggen in zijn aard besloten.

Gray: 'Dat vind ik niet. Nogmaals, ik ben geen

ethisch relativist. Ik geloof dat er goed en kwaad is, ik zeg alleen dat we er nooit van af zullen komen. Even afgezien van wat genetische manipulatie teweeg zal brengen, ben ik ervan overtuigd dat de mens is wie hij dertigduizend jaar geleden was. Of om realistisch te blijven, wie hij in de tijd van Homerus was. Hij staat aan dezelfde verleidingen bloot, worstelt met dezelfde behoeften. Ik houd niet van het antropocentrisme van het traditionele christendom, maar wat me er wel in aantrekt is de doctrine van de erfzonde.'

Waarom? Ziet hij de erfzonde als een metafoor van het onvermogen van de mens om aan zijn eigen natuur te ontsnappen? 'En in het bijzonder zijn tegenstrijdige behoeften. De grote godsdiensten hebben dat altijd onder ogen gezien, en alle Þlosofen van Socrates helemaal tot aan Spinoza toe ook. Er zijn wel humanisten geweest die daar oog voor hadden, zoals Freud, een verlichtingsdenker die niettemin de doodsdrift in de mens erkende. En zelfs Voltaire, een humanist waar ik wel bewondering voor heb, was niet consequent in zijn vooruitgangsdenken. Hij ging ervan uit dat vooruitgang mogelijk was. Als je ervan uitgaat dat de mens niet wezenlijk verandert, houdt dat in dat je een toontje lager zult moeten zingen, omdat je beseft dat de almaar groeiende kennis van de mens en de steeds snellere ontwikkeling van technologische middelen niet per deÞnitie ten goede zullen worden aangewend.'

Aan de andere kant, merk ik op, kan Gray niet ontkennen dat het streven naar een betere wereld iets heeft opgeleverd. Het humanisme mag pretentieus zijn, dat wil nog niet zeggen dat het waardeloos is.

'Natuurlijk, ik denk dat een hedendaagse variant van de Romeinse spelen ondenkbaar is. Maar het is juist het morele absolutisme dat de ellende veroorzaakt. De Amerikaanse journalist David Rieff heeft daar goed over geschreven. Hij is in tal van brandhaarden geweest en concludeert dat de liberale democratie zijn eigen kracht voortdurend overschat. Ze laadt steeds meer verantwoordelijkheden op zich, wil steeds meer doen, waardoor ze op een gegeven moment hopeloos tekortschiet. Kijk naar Srebrenica. Het radicale humanisme weigert te accepteren dat sommige problemen niet kunnen worden opgelost. Intolerantie is het gevolg, en morele blindheid. Men heeft in het westen zo lang zijn ogen kunnen sluiten voor een van de misdadigste regimes uit de menselijke geschiedenis, de Sovjet-Unie, enkel en alleen omdat men daar ogenschijnlijk zijn best deed het lot van de mensheid te verbeteren. Natuurlijk hebben de ideologieën in zulke landen het een en ander ontleend aan hun eigen cultuur, maar ze baseerden zich op de Europese radicale verlichtingsÞlosoÞe.'

Gruwelijkste eeuw

Die ÞlosoÞe belooft de mensheid van zijn ongeluk te verlossen. Wat leidt tot miljoenen doden. Gray: 'Waarom is de twintigste eeuw de gruwelijkste van alle geweest? Het was de eeuw met de grootst mogelijke verwachtingen en hoop voor de mensheid. En juist daar ligt het verband. De nazi's keerden zich tegen veel aspecten van de Verlichting, maar ze deelden met een Þlosoof als Comte het geloof in een mensheid die radicaal getransformeerd kon worden. Je kunt de ongelofelijke aantallen slachtoffers in de afgelopen eeuw niet alleen op het conto schrijven van de technische vooruitgang, betere transportmiddelen en de ontwikkeling van geavanceerde wapens. Dat speelt zeker een rol, maar de voornaamste oorzaak moet gezocht worden in de buitenissige hoop die men voor de mensheid heeft gekoesterd.

We kunnen niet meer tolereren dat er iemand op de wereld ongelukkig is of dat een probleem blijft bestaan. Het is die dodelijke marxistische combinatie van humanitaire hoop en pseudo-wetenschappelijkheid die iemand als Bernard Shaw ertoe heeft gebracht honderdduizenden slachtoffers

goed te praten, omdat een volgende generatie

sovjet-burgers gelukkig zou kunnen worden.'

Nu de twintigste-eeuwse ideologieën roemloos ten onder zijn gegaan, leeft de humanistische heilsverwachting eigenlijk alleen nog voort in het neo-liberalisme, dat een wereldwijde bekering tot westerse waarden nastreeft.

Gray: 'Of Amerikaanse waarden, want inmiddels zetten de Verenigde Staten zich ook weer af tegen Europa. In het geval van Amerika heb je aan de ene kant een intense christelijke religiositeit en aan de andere kant een radicaal humanistisch geloof in

de technische vooruitgang en een universele lotsbestemming. Die twee zijn met elkaar verstrengeld. Het doet erg aan het Rusland van de negentiende eeuw denken. Het geloof in de verlossende kracht van de vrije markt is niet wetenschappelijker dan het geloof in het wetenschappelijk socialisme of de

theorieën van Lombroso.'

Veel van die utopische verwachtingen worden nu getoetst in Irak. 'Ik ben tegen de oorlog geweest vanaf het moment dat besloten werd Irak aan te vallen, een beslissing die begin 2002 is genomen. Tot de aanslagen van 11 september hadden de neoconservatieven in de Verenigde Staten wel invloed, maar geen werkelijke macht. In wezen gaat het om rechtse bolsjewieken die geloven in schepping door vernietiging. In het geval van Irak ging men uit van een bijzonder onrealistische aanname: dat er twee partijen waren die er dezelfde ideeën op nahielden over hoe een radicale transformatie, in dit geval naar een democratisch syteem, bewerkstelligd zou moeten worden. Die transformatie zou slechts worden tegengehouden door de repressie van Saddam maakte je daar een einde aan, dan was de ommekeer een feit. Maar wat krijg je? Een ineengestorte staat. En nu? Zijn de Verenigde Staten bereid veertig, vijftig jaar als koloniale macht aanwezig te zijn in het land? Natuurlijk niet. Hobbes heeft al beschreven wat er gebeurt als een staatsbestel wordt verwijderd: lukraak geweld, anarchie, moord en verkrachting. Je hoeft maar heel weinig historisch besef te hebben om dat te voorspellen. De neoconservatieven waren vast van het tegenovergestelde overtuigd, alleen omdat ze dat zo graag wilden geloven. En wat je ook had kunnen weten, was dat wanneer een seculier stalinistisch regime als dat van Saddam Hussein ten val zou worden gebracht, juist de religieuze groeperingen macht zouden verwerven, precies het tegenover

gestelde van wat de neoconservatieven beoogden.'

Blind idealisme

Dus het is niet zozeer hun machtswellust die de haviken in de Verenigde Staten parten speelt, maar hun blinde idealisme? 'Ja, van Rumsfeld weet ik het niet, maar ik denk echt dat een man als Wolfowitz er oprecht van overtuigd is geweest dat er binnen een jaar of twee een democratie in Irak zou kunnen zijn.

Ondenkbaar, niet omdat Arabieren van nature ongeschikt zouden zijn voor democratie. Maar Irak was een Frans-Engelse constructie uit de twintiger jaren zonder nationale cultuur. Je kunt hopen dat er een federatie ontstaat, maar de Amerikaanse geschiedenis zelf toont aan dat zelfs zo'n staatsvorm niet zonder een bloedige burgeroorlog tot stand komt. En als er een democratie komt, dan alleen naar het model van het huidige Joegoslavië, waarbij sommige staten een radicaal islamitische inslag zullen hebben. Dat betekent zeker een verdere destabilisatie van de regio.'

Dus Saddam Hussein had ongemoeid moeten worden gelaten? In Nederland werd hij door voorstanders van de oorlog met Hitler vergeleken. 'Met Charlie Chaplin als Hitler, hoop ik. Maar zijn regime was gruwelijk, hij heeft honderdduizenden mensen vermoord. Let wel, een op westerse leest geschoeid regime, met vrijheid van godsdienst en vrouwenemancipatie. Maar men had van tevoren moeten

beseffen dat regime change geen gemakkelijk zaak is. Lang voor de oorlog begon heb ik beweerd dat men met een failed state nog verder van huis zou zijn. Tijdens de vorige eeuw was ons idee van verschrikking nauw verbonden met het idee van een totalitaire staat, nazi-Duitsland, de Sovjet-Unie, China onder Mao. Maar de meest recente massaslachting vond plaats in een land dat nauwelijks een staat genoemd kan worden, namelijk Rwanda. Twee miljoen doden. Er zou onder westerse liberalen en humanisten een verandering van perspectief moeten plaatsvinden. De grootste bedreiging op dit moment is niet de totalitaire staat, maar juist de totale afwezigheid van een coherent gezag, met andere woorden: anarchie. Die toestand dreigt in Irak, in Afghanistan, in Georgië, in grote delen van Afrika. In een staat van anarchie is niemand zijn leven zeker, geldt het recht van de sterkste. Een oorlog tussen staten naar het model van Carl von Clausewitz was vreselijk, maar hij kon tenminste worden beëindigd door een verdrag. In een staat van semi-anarchie heb je te maken met radicale groeperingen, privé-legers en terroristische netwerken, die zich steeds weer opsplitsen, zodat er nooit een einde aan het geweld komt.'

De vraag is of zulke toestanden te vermijden zijn. In het huidige Rusland is geen sprake van een echte democratie, maar het ineenstorten van de Sovjet-Unie lijkt me toch een zegen.

'Natuurlijk. Ik ben steeds een fervent anticommunist geweest en het einde van dat regime was een weldaad voor de mensheid. Maar toen de Koude Oorlog ten einde was, zei Bush senior: dit is geen moment voor triomfalisme, en daar had hij gelijk in. Natuurlijk luisterde niemand naar hem en het gevolg was een frivool messianistisch geloof in de zegeningen van de vrije markt en het verketteren van iedere staatsbemoeienis met de economie. Ik denk dat het juist mijn anticommunisme is geweest dat me in staat stelt ook de onwerkelijke utopische verwachtingen van het moderne humanisme te zien. Ik ben geen pessimist of misantroop, ik pleit voor nuchterheid. Van Isaiah Berlin leerde ik dat iedere keuze, hoe goed ook, een verlies inhoudt, dat iedere overtuiging een donkere schaduw met zich meedraagt. Het is ontzettend moeilijk om een utopie op het moment zelf als zodanig te herkennen.'

Omdat een hedendaagse utopie altijd een masker van redelijkheid en wetenschappelijkheid draagt? 'Juist. Achteraf kun je gemakkelijk vaststellen dat het om een absurde heilsverwachting ging. Maar dan is het te laat.'

Bas Heijne is schrijver en redacteur van NRC Handelsblad.

Alex MacNaughton is freelance fotograaf.