Heilige huisjes op maat gemaakt

Wie zelf een huis laat bouwen, doet dat meestal op een riante kavel aan de rand van de stad. Maar juist voor de bestaande stad kunnen particuliere opdrachtgevers veel betekenen. De woonmarkt Heilige Huisjes brengt dit weekend partijen bij elkaar.

Geen zin in een doorsnee woning in een doorsnee wijk? Genoeg van de strakke staatsstijl in de architectuur? Geen trek in projectontwikkelaarssmaak? De doorzetter met geld kan ervoor kiezen zelf een huis te laten bouwen. Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam houdt dit weekend voor de derde keer de woonmarkt `Heilige Huisjes', die vandaag wordt geopend door minister Dekker van VROM. Heilige Huisjes is een ontmoetingspunt voor (interieur)architecten, gemeenten, adviseurs, catalogusbouwers die kant-en-klare onderdelen leveren, instanties zoals de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting en Architectuur Lokaal, en ervaringsdeskundigen als het echtpaar Wieringa (zie kader).

Deze markt voor woondromen snijdt ook actuele thema's aan. Dit jaar bijvoorbeeld wordt het idee gelanceerd van de `licentie'-architectuur: een particulier kan een licentie kopen om een al bestaand huis nóg een keer te bouwen. In het bijbehorende krantje zegt initiatiefnemer Harmen van de Wal van het jonge architectenbureau Krill: ,,Veel mensen zouden graag in een architectonisch kunstwerk willen wonen, maar zijn bang voor de risico's. Nu zijn de valkuilen bekend en je kunt het huis in het echt `uitproberen'.'' Zo is het al mogelijk om een fraai houten huis dat Onix Architecten in het Groningse Noordlaren bouwde, in licentie na te bouwen.

Heilige Huisjes probeert ook de stedelijke vernieuwing, die tot stilstand is gekomen, weer op gang te brengen door te wijzen op de mogelijkheden voor particuliere opdrachtgevers in de bestaande stad. Woningcorporatie Wooncom in Emmen, bijvoorbeeld, biedt vrije kavels op sloop- en nieuwbouwlocaties aan particuliere opdrachtgevers aan. ,,Bij zelf bouwen denken we vooral nog aan een vrijstaande woning op een riante kavel aan de rand van de stad'', zegt projectleider bij het NAi JaapJan Berg. ,,Maar die kavels zijn duur en schaars. Bovendien is het altijd duurder om één huis te bouwen dan een aantal tegelijk.'' En deze week is aan de Rotterdamse Volmarijnstraat na een aanloop van drieënhalf jaar de aannemer begonnen aan een bijzonder project: de renovatie van tien panden uit eind negentiende eeuw in opdracht van de bewoners. In de lange traditie van de Nederlandse woningbouw is dit het eerste voorbeeld van collectief particulier opdrachtgeverschap. ,,De gemeente wilde deze panden slopen'', vertelt bewoonster en architecte Margriet Smit, ,,maar wij hebben voorgesteld om ze met 23 bewoners te kopen en zelf als opdrachtgever te laten renoveren.'' De gemeente wist zich aanvankelijk geen raad. ,,Waren we nou een ontwikkelaar? Een woningcorporatie? Particulieren? Een `vereniging van particulieren' paste in geen enkele hokje.'' Om de kosten te drukken worden de woningen casco verbouwd en – hopelijk – in maart opgeleverd met een grote diversiteit aan soorten woningen. Smit: ,,We hebben van alles gesplitst en samengevoegd. Eerst was het gewoon één woning per verdieping, nu zijn er atelierwoningen, een penthouse, een herenhuis en een `kangoeroewoning' voor een bewoner en zijn moeder.'' Dankzij de expertise die zij in de Volmarijnstraat heeft opgedaan is Margriet Smit nu van de architectuur overgestapt naar De Regie BV, een bedrijf dat adviseert bij collectief particulier opdrachtgeverschap.

In zijn nota `Mensen, Wensen, Wonen' uit 2000 toonde de toenmalige staatssecretaris Remkes van VROM zich een warm voorstander van particulier opdrachtgeverschap. ,,die levert een zeer belangrijke impuls aan het vergroten van de keuzevrijheid en zeggenschap voor de burger.'' Toch komt nog maar een fractie van de huizen in Nederland op deze manier tot stand. Het is een ingewikkeld proces, en een droomhuis op maat is al gauw anderhalf keer zo duur als `gewoon'. Het aandeel ervan in de totale woningbouw schommelt volgens cijfers van het CBS sinds 1988 tussen de 14 en de 18 procent, met een merkbare terugval in 2001. Er zijn wel grote regionale verschillen: werd in het topjaar 2000 in Groningen, Friesland en Zeeland respectievelijk 35, 38 en 29 procent van de woningen door particuliere opdrachtgevers gebouwd, in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland was dat slechts 7, 8, 9 procent.

Ook voor architecten is dit een ,,lastige markt'', zegt René Heijne, die met zijn bureau Ruimtelab op alle drie edities van Heilige Huisjes heeft gestaan en twee particuliere huizen heeft ontworpen. ,,Het zijn kleine, bewerkelijke opdrachten, en het contact met de opdrachtgever is meestal eenmalig. Voor de continuïteit heb je ook een duurzame relatie met een projectontwikkelaar nodig.'' Als staatssecretaris van VROM vond Remkes dat het zelf bouwen binnen het bereik van meer mensen moest komen. In opdracht van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting deed Heijne dan ook een onderzoek naar betaalbaar particulier opdrachtgeverschap. Zijn belangrijkste conclusie: doe het met een groep. Hij heeft ook meegemaakt, dat een particulier twee kavels kocht, twee huizen liet bouwen en er één verkocht. ,,Dat noem ik dan maar `particulier projectontwikkelaarschap'.''

Heilige Huisjes, za en zo 12-17u, NAi, Museumpark 25, Rotterdam. Zo.22.50 Ned. 1: AVRO-documentaire `Wild wonen' van Rémy Vlek. Zie ook www.nai.nl/heiligehuisjes, www.particulieropdrachtgeverschap.nl, www.iceb.nl en www.boerderette.nl.