Groenten? Doe meisje Ganaa maar schapenvlees

Geraspte worteltjes, twee partjes tomaat en wat plakjes komkommer in mayonaise garneren de goulash van schapenvlees die we geserveerd krijgen in het uitgestorven restaurant van het natuurpark.

Voor onze chauffeur is dat geen probleem: hij is een man van de wereld, en hij heeft heus wel vaker groenten gezien. Hij woont tenslotte in de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator, en daar is het tegenwoordig heel gebruikelijk om groenten te eten. Hij vorkt zijn garnituur dan ook onverstoorbaar naar binnen.

Voor het meisje Ganaa van twaalf en haar buurjongen Purevdash van tien vormen de groenten een veel groter obstakel. Ze zijn nog nooit van hun leven in een restaurant geweest, en ze weten niet hoe ze zich door al die vreemde en vieze groenten heen moeten werken. Ze hebben het ook nog nooit eerder gegeten. Thuis krijgen ze geen groenten, daar bestaat de maaltijd meestal uit rijst of noedels met stukjes uitgebakken schapenvlees. En een heerlijk bakje vers door hun moeder gemaakte yoghurt toe. Groenten zijn er niet te vinden in en rond de ger, de traditionele, witte vilten tent waarin ze wonen. Wel veel melkproducten: aan het plafond hangt keiharde kaas te drogen, en voor het ontbijt dippen ze kleine, gefrituurde broodjes in een bord met heerlijke, verse room waar een groot geel vel op drijft. Na een flink aantal dappere happen van de groenten schuiven ze de rest als we even niet kijken toch maar liever op het bord van de chauffeur. Eten weggooien is zonde, dus de goulash zelf gaat tot het laatste stukje schapenvlees op. Ze kijken aandachtig naar hoe wij het vlees met ons mes op de vork schuiven: een mes naast je bordje is ook iets nieuws.

Vandaag willen ze graag mee op stap met de twee buitenlanders die tegen betaling in hun ger logeren, want het is al eindeloos lang vakantie en ze vervelen zich suf. Nou ja, dat niet helemaal: hun ouders doen een beroep op Purevdash om de jaks te hoeden, en Ganaa moet 's ochtends en 's avonds helpen met het melken van de jaks en de geiten. Zo voor een keertje met ons mee mag wel, want we zijn goed volk, zegt opa.

De 74-jarige opa van Ganaa is de enige die Engels spreekt, hij is arts en hij woont in Ulan Bator. Morgen gaat hij weer terug naar de stad. We vragen ons af hoe precies, want we hebben naast onze Russische jeep geen auto zien staan. ,,Nou, te paard natuurlijk'', zegt hij lachend. Wij snappen ook wel dat dat als grap bedoeld is, dus we lachen hartelijk mee. Het natuurpark ligt namelijk op meer dan vijfhonderd kilometer van de hoofdstad. De volgende dag wekt de man ons om afscheid te nemen. Hij wenst ons veel plezier, loopt naar buiten en stapt op zijn bepakte paard. Zou hij dan toch? ,,Ja natuurlijk'', zegt Ganaa, die verbaasd is over onze onnozelheid.

In het restaurant voelt ze zich heel wat minder zeker. Ook zij is nog nooit in een restaurant geweest, dus hoe moet het precies? Op advies van de chauffeur bestelt ze een cola bij het eten. Ze heeft wel vaak van cola gehoord, maar ze heeft het nog nooit zelf gedronken. En wat valt dat tegen: een enorme sloot vocht waar je ontzettend van moet boeren. Het is bijna niet weg te krijgen, zo'n heel blikje, maar gelukkig helpt ook hier de chauffeur een handje mee.

Na de lunch gaan we een stukje rijden naar een prachtig meer. Daar zit een Mongoolse familie aan de picknick, en meteen loopt Purevdash op ze af. Hij heeft een van de twee marmotten bij zich die zijn vader gisteren heeft geschoten. De andere marmot heeft de familie gisteren boven een gasbrander geroosterd en met smaak opgepeuzeld, deze mag Purevdash verkopen. De picknickers hebben wel belangstelling, en zo heeft Purevdash zijn zakgeld ook weer binnen.

De chauffeur en Purevdash hebben vislijnen bij zich, die ze als een lasso boven hun hoofd slingeren en dan ver het meer in gooien. Maar vissen is geen activiteit voor vrouwen, er is geen sprake van dat wij mogen meedoen. Zullen we dan maar gaan wandelen? Dat vindt Ganaa nou wel het allersaaiste wat je kunt bedenken: ze loopt elke dag al genoeg, en dit is toch een dagje om eens iets heel anders te doen? Steentjes keilen over het meer bevalt haar beter, en ze raakt er al snel heel bedreven in. We vragen ons maar niet af of dit eigenlijk wel een gepaste bezigheid is voor een Mongools meisje. We spelen nog wat boter- kaas- en eieren in het zand langs het meer, maar als het begint te regenen, rijden we met z'n allen terug naar de ger.

Daar zijn wij weer meteen de gasten: we hoeven niets te doen, alleen maar te zitten en zo enthousiast mogelijk zo veel mogelijk eten. Voor de kinderen ligt dat anders: Purevdash moet er meteen op uit om een kudde geiten terug naar huis te halen, en het meisje wordt opgehaald door een andere buurjongen te paard. Ze moet helpen bessen zoeken en ze moet bij die buren logeren, want wij bezetten het bed waarin zij normaal slaapt.

De buurjongen hijst haar voorop zijn paard en rijdt weg in de regen. Ganaa lacht niet meer. Ze lijkt teleurgesteld dat het leven zijn gewone loop weer heeft hernomen.