Gerijpte koningin

Natuurlijk is Sean Combs, voorheen bekend als Puff Daddy en nu door het leven stappend als P. Diddy, een gladjakkerig type. Als producer speelt hij wel heel gretig leentjebuur bij het verleden van de zwarte muziek, wat soms zover gaat dat hele nummers van a tot z gejat zijn. En toch is het goed nieuws dat hij zijn meningsverschillen met Mary J. Blige heeft bijgelegd.

Combs geldt als de ontdekker van deze zangeres, die sindsdien het predikaat queen of hiphopsoul draagt. Op What's The 411? en My Life, de eerste twee albums van Blige, pakte hun samenwerking wonderlijk goed uit. Haar stem, misschien niet zo zuiver maar veel rauwer, doorleefder en expressiever dan die van de gemiddelde r&b-zangeres, kleurde immers zo mooi bij Combs' streetwise productiemethoden, waarbij hij de gestolen waar zeer doelmatig omzette in sterke, hiphop-achtige beats.

Wat er destijds precies voorviel weten we niet, maar feit is dat Blige zonder Combs' steun noest doorwerkte aan een onderhand behoorlijk imposante discografie. Hoewel ze daarmee overtuigend bewees dat ze zonder Combs kon, hebben de twee op Love & Life toch de koppen bij elkaar gestoken. Het grootste verschil met bijvoorbeeld de voorganger No More Drama is de veel grotere consistentie. Kwam er op die lang niet misse cd bijna per nummer een ander producersteam aan te pas, op de nieuweling houdt Combs het heft stevig in handen – met enige steun van wisselende derden weliswaar, maar toch.

Alleen Dr. Dre mocht in Not today zonder Combs' bemoeienis proberen het pakkende geluid van Family affair te benaderen, de hit die hij twee jaar geleden voor Blige in elkaar sleutelde. Mee dankzij de gastbijdrage van rapster Eve lijkt de toegang naar de hitlijsten verzekerd. Dat geldt ook voor de eerste single Love @ first sight, waarin rapper Method Man enig straatrumoer toevoegt. De aanwezigheid van de veelbesproken 50 Cent in Let me be the 1 bewijst dat Combs en Blige weten wat de massa beroert.

Maar verder valt het mee met de gastrollen, alleen Jay-Z en Combs zelf roeren zich nog ergens. En zo hoort het ook, want het is Bliges gruizige stem die we willen horen. De rauwe beats in de mid- en uptempo-nummers doen de gedachten op prettige wijze teruggaan naar het oudere werk, maar er zit tegelijk een zekere gerijptheid in die laat horen dat Mary J. Blige sindsdien danig gegroeid is. Daardoor krijgen ook de ballads, vaak het zwakke punt op r&b-albums, een zekere urgentie en diepgang mee. Dat de plaat met dik 70 minuten toch weer een paar nummers te lang is, en aan het eind met wat te trage en te gepolijste liedjes danig inzakt, is bij haar bijna business as usual. Het staat amper in de weg van de zoveelste sterke Blige-plaat.

Mary J. Blige: Love & Life (Geffen 0602498607022, distr. Universal)