Flexibele fysicus komt overal terecht

Het beeld van de natuurkundige die óf in een laboratorium werkt óf voor de klas staat, klopt niet. Fysici komen tegenwoordig overal terecht, vaak in gebieden die niet of nauwelijks aan de natuurkunde gelieerd zijn, en slechts drie procent werkt in het niet-universitaire onderwijs. Ook verdienen ze een fatsoenlijk salaris.

Dit blijkt uit onderzoek dat de Nederlandse Natuurkundige Vereniging onder 842 jonge fysici (afgestudeerd tussen 1990 en 2000) heeft uitgevoerd. Vergeleken met tien jaar geleden is de arbeidsmarkt voor natuurkundigen sterk verbreed en deze uitwaaiering zet door. Fysici liggen de laatste tijd goed in de markt en vinden niet alleen emplooi in laboratoria, maar ook op uiteenlopende terreinen als software, techniek, bedrijfsorganisatie en economie. Vrouwen (17 procent) verschillen alleen nog van mannen door hun grotere belangstelling voor werken in deeltijd.

Waarom fysicus worden als je met minder moeite zijn baas kunt worden, met méér salaris? Aldus luidt het cliché, maar vaak blijkt de baas van de fysicus zelf óók fysicus. De ondervraagde jonge fysici waren dan ook te spreken over hun opleiding, al hadden ze graag meer communicatieve vaardigheden geleerd (de in zichzelf gekeerde fysicus is nog zo'n cliché) en had de opleiding breder gekund. Intussen schieten de fysici met hun geringe belangstelling voor het leraarsvak in eigen voet: hoe kun je warm lopen voor een vak dat de docent op de middelbare school niet van binnenuit kent?