Fietstochtjes en marktwerking

Ooit was de universiteit een ivoren toren. Toen werd zij maatschappelijk geëngageerd. En nu heerst de markt. Bij de opening van het academisch jaar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen waarschuwde Louise Fresco voor de gevaren en pleit ze voor afstand én betrokkenheid.

ONGEVEER DERTIG JAAR scheiden de studenten in deze zaal van de generatie waarmee ik in Wageningen studeerde. Het is makkelijk om die dertig jaar als een karikatuur neer te zetten. Wij waren naïef en ideologisch bevlogen, begaan met de toekomst van de wereld en ongeïnteresseerd in zoiets platvloers als onze carrière. We dachten dat er in China grote sprongen voorwaarts gemaakt werden. Ons tijdverdrijf bestond uit fietstochtjes door de Betuwe.

Onze avonturen zouden al lang in de annalen kunnen worden bijgezet, als er niet één punt uit die jaren was dat het anekdotische overstijgt en dat nog niets aan belang heeft verloren: het debat over de rol van de wetenschap en de universiteit.

Destijds was ons verwijt dat de universiteit een ivoren toren was, wereldvreemd en niet geïnteresseerd in maatschappelijke vragen, de schaarse bebaarde en blootvoetse docent uitgezonderd. De gevestigde wetenschap was per definitie een instrument van het militair-industrieel complex, gericht op het misleiden van de onmondige burger. Onze generatie zou het anders doen: wetenschap in dienst gesteld van onderdrukte groepen: vrouwen, arbeiders, de derde wereld. Dat was achteraf de grootste denkfout die wij maakten: dat onderwijs en onderzoek direct nut moesten hebben.

Zo ontstonden in de jaren zeventig en tachtig nieuwe vormen van onderwijs en onderzoek. De sociale wetenschappen liepen voorop met feministische en derde-wereld-studies, gevolgd door de milieuwetenschappen. Over sociale structuren leerde je door Tito's Joegoslavië te bestuderen, niet het Ottomaanse rijk. De autoriteit van de wetenschapper werd in twijfel getrokken, ja zelfs ondergeschikt gemaakt aan de ervaringen van de `onderdrukten' zelf. De universiteit werd hardhandig de maatschappij in getrokken, medewerkers raakten geëngageerd en vergaderingen duurden tot diep in de nacht.

chemicaliën

Het gaat niet aan om deze periode achteraf belachelijk te maken. Mede dankzij de participatieve benadering behoren Nederlandse inspraakprocedures tot de beste ter wereld. Heel wat waardevolle wetenschap kwam tot stand. Om maar één voorbeeld te noemen: het werk aan chemicaliën in slib en oppervlaktewater. Dat je weer in Rijn en Waal kunt zwemmen en de Uiterwaarden niet bebouwd zijn, heeft veel met die roerige periode te maken.

Natuurlijk valt tegen de eis van onmiddellijk nut veel in te brengen. Bijvoorbeeld het bekende argument van de serendipiteit: de onverwachte onderzoekslijnen en toepassingen die voortkomen uit ogenschijnlijk ongerelateerde velden. Penicilline is het klassieke voorbeeld, maar ook het nu overbekende Viagra begon zijn carrière als een slechtwerkend medicijn tegen angina met onvermoede neveneffecten. In de jaren negentig, waarin het heersende paradigma de mondialisering werd, is de oriëntatie van de universiteit opnieuw veranderd. Het idealistische maatschappelijke nut werd vervangen door de directe maatschappelijke vraag. Niet de ideologie, maar de markt regeert. De universiteit is ondernemer geworden: in het aantrekken van studenten en onderzoeksgelden, en als ondernemer organiseert zij haar public relations.

Het zou onjuist zijn ook die ontwikkeling in haar geheel af te wijzen. Dat rekenschap wordt afgelegd over gebruikte gemeenschapsgelden is niet meer dan juist. Soms hoeft een relatie tussen vraag en aanbod niet altijd dramatische effecten te hebben.

Toch stuit de omzetting van de universiteit in een marktgerichte bureaucratie op praktische en fundamentele bezwaren. Het marktdenken veronderstelt ten onrechte dat kwalitatief goede kennis te koop is. Onder druk van de opdrachtgever of om snel nieuwe gelden binnen te halen groeit het risico dat wetenschappelijke resultaten vertekend worden. Het geroemde mechanisme van peer review werkt nauwelijks in een situatie waar een klein aantal groepen met elkaar moet concurreren om schaarse middelen uit dezelfde bron. Naar talloze terreinen is geen economische vraag: daarom hebben we nog steeds geen vaccin tegen malaria en blijft het werk aan zonne-energie beperkt.

Bovendien is het twijfelachtig of de markt werkelijk leidt tot die kennis die de maatschappij nodig heeft. Steeds meer werken we met modellen en steeds minder aan verklaringen. In de toegepaste vakgebieden lijkt de wetenschap zich nu te beperken tot het modelmatig voorspellen van effecten van beleidsbeslissingen, zoals de aanleg van een hogesnelheidslijn of de verhoging van de pensioenleeftijd.

Maar er is meer. De markt zelf roept verzet op. We kunnen de snelle opkomst van protestbewegingen tegen mondialisering niet negeren, noch het machteloze cynisme van de vrouw in de straat die denkt dat onderzoekers een duivels pact met het bedrijfleven hebben gesloten. Ecologisch en economisch duurzame groei vereist een perspectief dat over generaties en over grenzen heen kijkt, iets waar de markt van nature niet op ingesteld is.

Mijn bezorgheid over de onafhankelijkheid van de wetenschap groeit, omdat ik zie hoe wetenschap wordt ingezet in politieke en economische machtsverhoudingen. En hoe makkelijk beleid kan stoelen op halfbegrepen, bewust gemanipuleerde of fout geciteerde wetenschap. Denk bijvoorbeeld aan de beoordeling van de risico's van genetisch gemodificeerde organismen in de internationale handel, of de kwestie van koolstofopslag onder het Kyotoprotocol.

In dat delicate evenwicht tussen maatschappelijke betrokkenheid, marktgestuurde vraag en wetenschappelijke onafhankelijkheid moet u allen overheid, bestuur, staf, studenten uw positie bepalen.

Beste studenten. Betrokkenheid ontwikkelen is niet een kwestie van enthousiasme of gevoel, maar van verstand en begrip. Daarom: lees! Lees boeken, liefst moeilijke boeken waarin de hoofdpersonen niet eenduidige meningen hebben en waar het gaat om ethische dilemma's. Lees niet alleen hedendaagse verhalen die in feite over jezelf gaan, maar lees generaties van vroeger en elders en leer in hun vragen de meest wezenlijke weerspiegeld te zien. Lees Canetti en Soyinka en Mishima en al die andere onbekenden.

Geachte medewerkers. Misschien is ouder worden niets anders dan een biochemisch proces waarbij idealisme geleidelijk wordt omgezet in berusting of onverschilligheid. Ik hoop van niet. Blijf uw studenten lastig vallen met uw betrokkenheid. Koester en matig de capaciteit hun verontwaardiging over maatschappelijke zaken te verwoorden.

kritisch

Geachte bestuurderen. Afstand houden kan alleen als u kritisch blijft tegenover uw opdrachtgevers, de overheid inbegrepen. Schuw een ethische code niet. Stimuleer de diversiteit. Dus open de deur voor buitenlandse studenten en docenten; ook en vooral voor vluchtelingen. Vermijd een wildgroei van Nederlandstalige opleidingen.

Geachte overheid. Hoed u voor gedetailleerde bemoeienis met onderwijs en onderzoek.

Geachte toehoorders. Weet dat de ethische dilemma's van dertig jaar geleden, van vandaag en van de komende dertig jaar niet wezenlijk verschillen. Oorlog, honger en armoede in een wereld van overvloed blijven onverdragelijk. Nog steeds moeten 2.8 miljard mensen van minder dan 2 dollar per dag leven. Rijkdom en armoede leiden beide tot verspilling van de schaarse hulpbronnen van onze planeet. Wetenschap is geen voldoende maar wel een noodzakelijke voorwaarde voor een betere en duurzame wereld. Althans, wetenschap die betrokken is en tegelijk afstand houdt.

Dit is een ingekorte versie van de rede die volledig is te vinden op www.kun.nl/oraties. Louise O. Fresco is adjunct directeur-generaal van de Food and Agricultural Organisation van de VN.