Elvis' kleurrijke schaduw

Elvis Presley is werkelijk een zegen voor de kwijnende muziekindustrie. En niet alleen omdat hij bijna een halve eeuw geleden mee aan de wieg stond van de melkkoe die rock 'n' roll heet.

Ook 26 jaar na zijn dood is het merk Elvis nog altijd goed voor een miljoenenverkoop. Werknemers van de platenmaatschappij die zijn werk uitbrengt, verkneukelen zich alvast op de revenuen van de vier cd's tellende box die dit najaar uitkomt en die ongetwijfeld goed is voor een fiks deel van hun dertiende maand. En natúúrlijk is aan die release de vondst van een `onbekend' nummer gekoppeld, dat stomtoevallig opdook rond Elvis' sterfdag.

Ook los van zulke doorzichtige vondsten gaat het hier om een enorm sterk merk, de natte droom van elke marketingdeskundige. De voornaam is genoeg, maar `Elvis' roept zoveel meer op dan de naam van de gemiddelde Idols-deelnemer. Elvis is dood en niet dood, hij is de slanke, jonge rebel uit de jaren vijftig en de gladde, gezette en in geglitter geklede performer uit zijn latere jaren tegelijk. Zelfs zijn concerten, met de oude begeleiders in het echt en een geprojecteerde beeltenis van de held (`Elvis The Concert'), trekken nog altijd volle zalen.

De erven Presley hielden tijdenlang verzoeken van remixers af, maar na het succes van de remix-versie van A little less conversation door onze eigen Junkie XL (Tom Holkenborg), bedoeld om de vorige box luister bij te zetten, lijkt het hek van de dam. Elvis met hippe beats in de hitparade en zelfs op de trendy dansvloer, dat brengt de exploitatie van dit merk natuurlijk op een hoger plan.

Dus werd de Britse DJ en producer Paul Oakenfold, wereldwijd nog wel wat beroemder dan onze landgenoot, ingezet om het obscure Rubberneckin' in een nieuw jasje te steken. Hij volgde daarbij trouw het door Holkenborg ingeslagen pad, vol aangedikte beats en vette koperpartijen, maar de videoclip is eerlijk gezegd een stuk leuker. We zien een stel hippe dansers door een donker stadslandschap banjeren, maar dat is de essentie van de clip niet. Die schuilt in de kleurrijke, bewegende projecties en silhouetten van onze held Elvis op de verschillende gebouwen. Dat is heel ritmisch, meeslepend en doeltreffend gedaan, wat een echte blikvanger van een clip oplevert. Zo drukt Elvis een kwart eeuw na zijn weinig fotogenieke dood (op een toilet) nog een stempel op het clipwezen ook.

De boodschap van deze clip zou kunnen zijn dat wij anno 2003 nog altijd in de, weliswaar kleurrijke, schaduw van Elvis Presley leven. Dat dat geldt voor meer dan alleen de jaarcijfers van de platenmaatschappij en de Elvis Foundation, is een onloochenbaar feit. Waar de Elvis-exploitatie moet eindigen blijft een open vraag.