Elke twee uur vuur

De oorlog in Irak is al 129 dagen voorbij, maar het geweld gaat door. Terreuracties, vechtpartijen, misdaad en aanslagen, vooral tegen Amerikaanse militairen. Met de onveiligheid groeit ook de onvrede die anderen weer aanzet tot nieuw geweld. `Onder Saddam heerste er orde.'

Irak gaat van aanslag naar aanslag. Maar de Amerikaanse bestuurders blijven hameren op de positieve kanten. Achter het geweld gaat ,,een aanzwellende stroom goed nieuws'' schuil, zei Paul Bremer, de hoogste civiele bestuurder, vorige maand na de aanslag op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties (23 doden) in Bagdad,, sabotageacties en de dagelijkse aanvallen op Amerikaanse militairen. De schade aan een bestookte stuwdam was toch snel gerepareerd, benadrukte hij. En het leger staat op het punt 5 miljoen schoolboeken te distribueren. Na een nog bloediger aanslag (meer dan 80 doden inclusief een shi'itische leider) vorige week in Najaf signaleerde het Witte Huis deze week groeiende wanhoop onder de daders. ,,Hoe meer vooruitgang we boeken, hoe wanhopiger die wrede moordenaars worden, de restanten van het vorige regime [...] en buitenlandse terroristen die naar Irak komen, omdat ze vijanden van de vrijheid zijn.''

President George Bush verklaarde op 1 mei dat de oorlog in Irak was beëindigd. Maar de guerrilla-acties gingen door en namen toe. Nu wordt er gemiddeld elke twee uur een aanval uitgevoerd op Amerikaanse militairen – en dat is exclusief het toenemende geweld tegen Britse militairen, de sporadische acties tegen soldaten uit andere landen die komen helpen, de aanslagen op derden zoals de VN en de Irakezen zelf, ander inter-Iraaks geweld en sabotage van oliepijpleidingen en andere economische doelen. Sinds 1 mei zijn bij gevechtsacties zo'n 70 Amerikaanse militairen om het leven gekomen en elf Britten. The Washington Post meldde deze week dat elke dag gemiddeld bijna tien Amerikanen gewond raken, een aantal dat in augustus steeg met 35 procent. Volgens de krant zijn de aanvallen zo gewoon geworden dat het Centraal Commando alleen nog lijsten met gewonden vrijgeeft als bij een incident ook Amerikaanse doden zijn gevallen. Voor Irakezen worden geen statistieken bijgehouden.

Het moet gezegd: dit geweld, inclusief de terreuraanslagen, is militair gezien volstrekt onbetekenend. Amerikaanse commandanten onderstrepen dat. Van een bom langs de weg en hit-and-run acties met anti-tankraketten, granaten en lichte wapens kijken 146.000 Amerikaanse en 12.000 Britse militairen niet op. Maar voor een succesvolle guerrilla is geen militaire overmacht nodig. Er sneuvelden ook niet veel manschappen voordat het machtige Israëlische leger zich in 2000 terugtrok uit Zuid-Libanon – in totaal 256 doden in vijf jaar. Wat hadden onze jongens daar eigenlijk te zoeken, vroeg de bevolking zich thuis steeds vaker hardop af na elke nieuwe dode. Eenzelfde bezorgdheid is ook in de Verenigde Staten steeds nadrukkelijker te horen, zo blijkt uit de peilingen.

Acuter is de onvrede onder de Iraakse bevolking die door de onveiligheid alleen maar groeit. Vijf maanden na de omverwerping van Saddam Husseins bewind wordt bij veel mensen de bange herinnering aan diens dodelijke repressie aangevreten door verlangen naar de dagelijkse orde die toen heerste. ,,Onder Saddam Hussein wist je tenminste waar je aan toe was'', vertelde kunstenaar Mohammed Hussein al-Hamdani aan het Franse persbureau AFP. ,,En dat zeg ik terwijl ik shi'iet ben [die onder Saddam zwaar werden onderdrukt] en mijn broer, die minister was, door Saddam Hussein is terechtgesteld.'' Mensen hebben nu eenmaal de neiging vooral het goede uit het verleden te onthouden en ze houden van rust.

De werkloosheid in Irak staat op 60 procent, op straat zijn schietpartijen aan de orde van de dag, de eerst geplunderde en daarna gesaboteerde stroom- en drinkwatervoorziening doen het nog steeds niet, en terrorisme viert hoogtij. Waar blijft de voorspoed die president Bush had beloofd? Wat moeten Irakezen met de vrijheid die het Witte Huis in het vooruitzicht heeft gesteld, als je dochter wordt ontvoerd en je auto onder je vandaan wordt gestolen?

Plunderingen

Voor sommige Irakezen veranderden de Amerikanen metéén van bevrijders in bezetters. De Amerikanen hebben zeker het nationalisme in Irak onderschat, evenals het gevoel van vernedering dat alleen buitenlanders Saddam Hussein konden verdrijven. Voor andere Irakezen gaven de reusachtige plunderingen na de val van Saddams regime de doorslag. De Iraakse politie was op straat verdwenen, maar waarom beschermde het Amerikaanse leger het ministerie van Olie wel tegen plunderaars en de ziekenhuizen niet? Waarom wel het hoofdkwartier van de geheime politie in het ministerie van Binnenlandse Zaken en niet de elektriciteitscentrales? Het antwoord luidde dat de VS ruim voldoende troepen hadden ingezet om een door twaalf jaar sancties verzwakt leger op te rollen, maar over te weinig manschappen beschikten om een heel land tegen plunderaars te beschermen en te pacificeren.

Dat gaf de Irakezen voer voor complotdenken, in het Midden-Oosten altijd een geliefde bezigheid. Het was de Amerikaanse regering dus toch om de olie te doen, of om concessies voor Israël, of om de Arabieren te vernederen. Laat ze verdwijnen! Bejaarden kregen hun pensioen niet betaald en protesteerden: weg met Amerika! Opperste bestuurder Bremer ontsloeg het hele leger en alle veiligheidsdiensten en maakte in één klap 400.000 gewapende maar brodeloze mannen tot vijand: dood aan de Amerikanen!

Waarschijnlijk voegt slechts een miniem deel de daad bij het woord. Maar het betekent wel dat het gewapende verzet kan putten uit een poel van onvrede. Wapens zijn geen probleem, voor zover het om conventioneel wapentuig gaat. Het hele land ligt bezaaid met wapen- en munitieopslagplaatsen die pas ontdekt worden als ze toevallig door een sigaret van een slordige plunderaar de lucht ingaan.

Wie zijn verantwoordelijk voor de onveiligheid?

Amerikaanse functionarissen wijzen naar aanhangers van Saddam Hussein (`dead-enders' in de officiële terminologie die bedoeld is om de eindigheid te onderstrepen) en, de laatste weken steeds vaker, buitenlandse terroristen. Irakezen op hun beurt geven, al naar gelang hun politieke opstelling, de schuld aan Saddam Hussein, Al-Qaeda of de Amerikanen zelf die de onrust zouden willen gebruiken om een blijvende aanwezigheid te rechtvaardigen. Groepen met namen waarvan niemand ooit eerder heeft gehoord (Waakzaamheid en Heilige Oorlog; Islamitische Gewapende Groep van Al-Qaeda-Falluja-tak of Organisatie van het Zwarte Vaandel) claimen via Arabische tv-stations of de fax aanslagen of ze roepen op tot de aanval. De grote moeilijkheid is dat niemand weet of er iemand achter die namen zit en zo ja wie. Net zoals niemand precies weet wie in welke mate aan welk geweld schuldig is.

Vervolg op pagina 26

ELKE TWEE UUR VUUR

Vervolg van pagina 25

Een korte inventarisatie

Een deel van de daders heeft een criminele achtergrond. Zij spelen in op de anarchie. Zo joegen honderden Amerikaanse militairen vorige week in de stad Khalis, enkele tientallen kilometers ten noorden van Bagdad, met tanks, helikopters en gevechtswagens op de bende van Lateef Hamed al-Kubaishat. In tegenstelling tot 24 van zijn bendeleden ontsnapte bendeleider Kubaishat. Hij is een beruchte Iraakse crimineel die in oktober vrijkwam, toen Saddam gevangenen vrijliet. Hij wordt beschuldigd van moord en wapenhandel, maar ook van een aanslag op een politiebureau waarbij vorige maand een Amerikaanse militair werd gedood.

Een deel van de aanslagen is het werk van aanhangers van het oude regime, de ,,de criminele restanten van Saddams sadistische regime'', zoals de Amerikaanse onderminister van Defensie Paul Wolfowitz het deze week uitdrukte. Saddam Hussein beschikte over talrijke veiligheidsdiensten, waarvan de Fedayeen Saddam in de oorlog gold als guerrilla-eenheid. Zij hebben in de oorlog wel verliezen geleden, maar zijn nooit vernietigd, eerder weggesmolten. Met hoeveel ze zijn, weet niemand: er zijn alleen zeer ruwe schattingen bekend. De Fedayeen Saddam telde oorspronkelijk rond de 20.000 man van wie er `duizenden' nog actief zijn, inclusief leden van andere veiligheidsdiensten en nieuwe aanwas. Hun terrein beperkt zich voornamelijk tot het sunnitische gebied van Bagdad en omgeving tot en met Mosul. Het is zeer de vraag of zij samenwerken en leiders hebben. Vooralsnog gaan de meeste experts ervan uit dat er meerdere losse groepen zijn. De dood van hun vroegere commandanten, de twee zoons van Saddam Hussein, Uday en Qusay, heeft tot dusverre hun activiteit niet verminderd. Het is ook twijfelachtig of de eventuele gevangenneming of dood van Saddam zelf daarop invloed zou hebben.

Steeds nadrukkelijker onderstrepen Amerikanen de rol van buitenlandse extremisten en/of Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda en verwante Iraakse terreurgroepen zoals de Ansar al-Islam. Er mogen dan nog steeds geen harde bewijzen bestaan dat Saddam vroeger met Al-Qaeda samenwerkte, Irak is nu wel degelijk onderdeel van de terreur, is de teneur van desbetreffende verklaringen. ,,Terroristen verzamelen zich in Irak om de opmars van de vrijheid te ondermijnen'', zei president Bush vorige week. ,,Het is helaas duidelijk dat Irak een slagveld is geworden in de wereldoorlog tegen terreur'', verklaarde Paul Bremer. Bij de laatste grote aanslagen, op de Jordaanse ambassade en op het hoofdkwartier van de VN in Bagdad en die op ayatollah Mohammed Baqer al-Hakim in Najaf, wezen zowel Amerikaanse als Iraakse functionarissen naar Al-Qaeda. De politie van Najaf meldde direct na de aanslag 19 verdachten te hebben opgepakt, inclusief Pakistanen, Palestijnen en Saoediërs, die ook ogenblikkelijk hun daad en hun lidmaatschap van Al-Qaeda hadden bekend. Maar de buitenlanders en Al-Qaeda smolten in latere officiële mededelingen weg. In verband met de aanslag op de VN meldde Newsweek vorige week dat de onderzoekers alleen nog daderprofielen hebben en dat de ,,lijst nog groeit.''

Het is bekend dat duizenden buitenlandse strijders voor en in de oorlog naar Irak zijn gekomen om mee te vechten tegen de Amerikanen. Hoeveel van hen er nog zijn, of zij nog actief zijn en hoeveel nieuwe aanwas er is, is allemaal onderwerp van speculatie. Amerikaanse autoriteiten beschuldigen Saoedi-Arabië, Iran en Syrië ervan moslim-extremisten ongehinderd naar Irak te laten vertrekken. Maar zij hebben nog geen buitenlandse strijder getoond. Saoedi-Arabië protesteerde vorige week publiekelijk dat het wel de persberichten had gezien, maar zelf niet beschikte over bewijs en dat evenmin van de Amerikaanse autoriteiten had ontvangen.

Een deel van het geweld is het gevolg van een interne machtsstrijd. Zo is de heilige stad Najaf sinds april toneel van aanslagen op shi'itische geestelijken en pogingen daartoe. Soms worden ze openlijk, soms fluisterend in verband gebracht met een strijd onder geestelijken die onderling twisten over de rol van de godsdienst in het toekomstige Irak. Een jonge, radicaal anti-Amerikaanse geestelijke met een eigen strijdgroep, Muqtada Sadr, wordt hierin een hoofdrol toebedacht. Het Amerikaanse leger probeerde deze week volgens Sadrs woordvoerder zonder succes diens aanhangers te ontwapenen.

En dan zijn er botsingen tussen etnische en religieuze gemeenschappen, is er geweld van partij- of andere milities dat de laatste weken weer de kop opsteekt, bloedwraak en vergeldingsacties voor Amerikaanse inbreuken op traditionele waarden of al te hardhandig optreden bij zoekacties naar geweldplegers. Irak is voor een groot deel immers nog een ouderwetse stammenmaatschappij. De Deense minister van Defensie verkeert inmiddels in problemen, omdat hij had verzwegen dat Deense troepen in Irak vorige maand niet twee plunderaars maar ongewapende vissers hadden doodgeschoten. Dat bleek toen de regering omgerekend 11.700 dollar betaalde aan hun verwanten om de verhouding met de bevolking niet te verzuren en om vergelding te voorkomen. De minister had ook verzwegen dat daarbij een Deense soldaat was omgekomen door friendly fire.

De Amerikanen erkennen dat gebrek aan betrouwbare informatie hen ernstig hindert bij hun inspanningen de orde te herstellen. De commandant van de Amerikaanse troepen in Irak, luitenant-generaal Ricardo Sanchez, zei vorige week dat internationale versterkingen het probleem van het geweld niet zullen verhelpen zolang hij niet over informatie beschikt om naar te handelen. ,,We hebben medewerking van de Irakezen nodig'', zei hij. Volgens Amerikaanse kranten zijn de bezettingsautoriteiten in Irak daarom niet alleen bezig de Iraakse politie versneld op te bouwen en een Iraakse paramilitaire macht te vormen, maar zijn zij ook begonnen agenten van Saddams gevreesde inlichtingendiensten te werven. ,,Een dringende noodzaak van betere en preciezere informatie heeft tot ongebruikelijke compromissen genoodzaakt'', citeerde The Washington Post eind vorige maand een Amerikaanse functionaris.

Na de aanslag van vorige week vrijdag in Najaf is het naar verhouding rustig gebleven. Ten zuiden van Bagdad werden maandag twee Amerikaanse soldaten gedood toen een bom ontplofte bij het passeren van hun konvooi. Dinsdag raakten tien Irakezen gewond en werd een ander gedood toen een zware autobom explodeerde bij een politiebureau in Bagdad. Woensdag mislukte in de hoofdstad een aanslag op een shi'itische geestelijke en was er in Tikrit een vuurgevecht tussen Iraakse strijders en Amerikaanse troepen. Donderdag doodden Amerikaanse militairen drie Iraakse guerrillastrijders die bezig waren explosieven langs een weg ten noorden van Bagdad te plaatsen en werden twee Amerikanen gewond bij een zelfmoordaanslag in Al-Ramadi in Midden-Irak. Gisteren beschoten onbekende mannen een sunnitische moskee in Bagdad en raakten drie gelovigen gewond.

Voor dit artikel is onder andere gebruikgemaakt van de publicaties Governing Iraq, van de International Crisis Group (25 augustus 2003), en The Sunni Insurgency in Iraq, van Ahmed Hashim, The Middle East Institute (15 augustus 2003).