`Douwen en dreigen werkt bij mij niet'

De Tweede Kamer nam deze week de Wet werk en bijstand aan, en ook gemeenten nemen nieuwe maatregelen om langdurig werklozen uit de bijstand te krijgen. ,,Slavendrijvers'', vindt Jacques Peeters, die nu achttien jaar in de bijstand zit.

Aan Jacques Peeters mankeert niets. Hij is 45 jaar, spreekt uitstekend Nederlands, is behulpzaam en beleefd. Maar Peeters zit al achttien jaar in de bijstand. Hij heeft de afgelopen vijftien jaar in Amsterdam de ene na de andere ,,opgeklopte operatie'' aan zich voorbij zien trekken. De Baanvak, de Banenpoolers, de Melkertbanen, de I/D-banen, de Megabanenmarkt en andere bemiddelingsinitiatieven. Maar op Peeters hebben ze geen vat gekregen. ,,Ze proberen je eerst `vrijwillig' ergens in te krijgen en als dat niet lukt, gaan ze douwen. Dreigen met strafkortingen. Nou, dat werkt niet bij mij.''

In de statistieken en beleidsplannen heet iemand als Peeters een `langdurig niet-werkend werkzoekende' en `(nog) niet bemiddelbaar'. Er zijn in Amsterdam 17.750 mensen zoals hij, volgens cijfers over 2002. Mensen die niet arbeidsongeschikt zijn en evenmin student of huisvrouw zijn, en die al langer dan drie jaar geen baan hebben. Velen zijn al jaren werkloos sinds hun studententijd of eerste baantje in de jaren tachtig, net als Peeters. Hij leeft van 714 euro per maand (exclusief vakantiegeld en verzekering), heeft geen telefoon thuis en huurt een verdieping in Amsterdam-Oost.

De langdurig werklozen zijn in Amsterdam een blok aan het been van de ene na de andere wethouder Sociale Zaken. De huidige, Rob Oudkerk (PvdA), kondigde deze week aan hen vanaf november thuis te zullen ophalen met busjes, zodat het ontbreken van vervoer in elk geval geen reden is om niet te werken. Hij wil mensen die een bijstandsuitkering aanvragen, voortaan eerst twee maanden laten solliciteren voordat er geld wordt gestort.

Ook de Tweede Kamer probeert langdurig werkloosheid zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Deze week is de Wet werk en bijstand (WWB) aangenomen. Kern is dat gemeenten zelf verantwoordelijk worden voor de reïntegratie van werklozen. De verwachting is dat ze strenger worden als ze zelf voor de kosten opdraaien. Op gesubsidieerde banen, die langdurig werklozen veelal kregen, zoals Melkertbanen, wordt fors bezuinigd. Er komt een `werkplicht' voor wie al een halfjaar werkloos is, ofwel: niemand mag werk afslaan tot hij `passend werk' vindt.

Bij de bijstandsbond, gevestigd in een voormalig kraakcomplex in Amsterdam Oud-West, doet de WWB iedereen zuchten. Ze noemen hem de Wet Water en Brood. Deze week hebben de vrijwilligers tot diep in de nacht het debat in de Tweede Kamer over de wet gevolgd. De bijstandsbond krijgt nog één jaar subsidie van de gemeente, de `werklozen belangenvereniging Amsterdam' (WBVA), waarvoor Peeters actief is, al niet meer. Beide organisaties adviseren mensen met een uitkering. In het kantoor hangt een vriendelijke, ongehaaste sfeer. Werklozen heten baanlozen. De overheid en de markt zijn hier nog altijd de vijand.

Wat Peeters opvalt, vergeleken met twintig jaar geleden, is dat de mentaliteit in de maatschappij is veranderd. ,,Vroeger was de bijstand een voorziening omdat er geen werk was. Nu is het een middel om je onder druk te zetten. Werkloosheid werd vroeger gezien als iets waar je niets aan kon doen. Nu wordt het gezien als een persoonlijke tekortkoming. Niemand kijkt naar waar de grote bedrijven mee bezig zijn, met massa-ontslagen enzo.'' Bij de sociale dienst, zegt Peeters, denken ze dan ook dat ze alles met je kunnen doen. ,,Als slavendrijvers proberen ze je onder druk te zetten.''

De 17.750 langdurig werklozen in Amsterdam hebben niet gewerkt tijdens de hoogconjunctuur in 2000, toen ziekenhuizen, winkels en loodgieters schreeuwden om personeel. Zelfs als je geen geschikte opleiding had, was je welkom. Hoe verklaart Peeters zijn werkloosheid in die periode? ,,Die tekorten op de arbeidsmarkt vallen tegen, hoor. De mensen die ze toen aannamen, staan nu alweer op straat. En de tekorten in de verpleging? Dan had de overheid nooit moeten bezuinigen op dat vak. De lonen zijn laag en de werkdruk hoog, dus dat wil niemand.''

Is er niet één baan geweest die hij wilde aannemen? ,,Ik wil een echte baan of geen baan. In elk geval niet zo'n nepbaan als een Melkertbaan. Stadswacht? Ik hoef niet een uniform aan om mijn buren erop te wijzen dat ze hun vuilnis niet op straat mogen gooien. Daar wijs ik ze zelf wel op, als buurman.'' Nee, Peeters heeft nooit gekozen voor een van de vele reïntegratie-initiatieven, zegt hij. ,,Ik ben beter af zonder dat gezeur.''

Heeft iemand het recht alsmaar geld te ontvangen waar hij niets voor doet? Peeters: ,,Als ik voor een winkel ga werken die waardeloos speelgoed uit Taiwan importeert dat zo uit elkaar valt, lever ik volgens velen wél een waardevolle bijdrage. Dat heet dan werk, omdat je ervoor betaald wordt.''

Toch voelt ook Peeters voor het eerst dat de duimschroeven worden aangedraaid. Hij is vorige maand gekort op zijn uitkering omdat hij weigert mee te werken aan het vinden van een baan via het gemeentelijke bureau `Maatwerk'. ,,Ik wil doen wat ik doe: werklozen adviseren over hun rechten. Ik ben een van de goedkoopste adviseurs in dit land. Bovendien is er niet één werkgever die een type zoals ik wil hebben. Die wil toch liever een gemotiveerde werknemer?''