Dom Nederland

AMERIKA, het meest kapitalistische land ter wereld, heeft veel geld over voor wetenschap en onderzoek die niet meteen winst opleveren. En toch stelde premier Balkenende in zijn toespraak voor de Leidse universiteit de Amerikaanse universiteiten als voorbeeld.

Zij zijn bronnen voor innovatie en economische voorspoed. Wetenschap en onderzoek leveren daar meer economische groei op dan in Nederland, waar onder de vlag van ,,kwaliteit'' batterijen rekenaars, commissies en stafleden op zo hoog mogelijk rendement zijn gespitst. Die hang naar rendement op elke bestede euro heeft grote bureaucratie veroorzaakt. De hoogleraar is hoog-administrateur geworden zonder eigen secretariaat. Subsidieaanvragen voor onderzoek nemen bijna evenveel tijd in beslag als de onderzoeken zelf.

Faculteiten worden afgerekend op aantallen afgeleverde diploma's aan studenten. Als er te weinig diploma's worden gedrukt, moet het niveau van de opleiding omlaag. Faculteiten worden ook afgerekend op aantallen studenten, ongeacht de relevantie van de studierichting. Als er maar volk op af komt. Duizenden studenten studeren communicatie, maar gebouwen voor schei- of wiskunde staan praktisch leeg. Nederland besteedt 1,9 procent van het bruto binnenlands product aan onderzoek, terwijl de Europese Unie 3 procent verlangt. Geen wonder dat veel hooggeleerden dit grauwe academische klimaat ontvluchten. Hun analyse in het maandblad M van NRC Handelsblad is somber. ,,Nederland wordt dommer'', was de klacht. Omdat de normen naar beneden worden aangepast, is er volgens hen onder studenten weinig enthousiasme om te presteren.

Dat wil niet zeggen dat de situatie hopeloos is. Universitair Nederland doet internationaal nog mee. In Groot-Brittannië zijn veel universiteiten verder verpauperd dan de Nederlandse. In een klein land kan geen universiteit het niveau halen van de Amerikaanse top-instituten, die ook talent van hier trekken. Daarentegen presteren veel Amerikaanse universiteiten beneden het Nederlandse gemiddelde. Maar het is wel nodig om de neergang hier te stoppen. Internationaal vermaarde Nederlandse geleerden, onder wie twee Nobelprijswinnaars voor natuurkunde, teren nog op de onderwijskwaliteit van het verleden, maar krijgen ze nog opvolgers? Het is zoals de econoom Arjen van Witteloostuijn zei: ,,Bezuinigen kan tien jaar lang goed gaan, maar het gaat een keer mis. Het stelsel kan in elkaar zakken''.

Het gaat om meer dan het opzetten van een innovatieplatform of het in contact brengen van universitaire onderzoekers met bedrijven. Dat kan misschien hier en daar een extra eurootje winst opleveren, maar er is een omgeving nodig voor enthousiast, hoogwaardig en onafhankelijk onderzoek. Het profijt komt dan niet morgen maar wel over vijftien jaar. Dat vergt investeringen, een visie en vertrouwen in de universiteit. Het overmatige geldverslindende administratieve toetsen en rapporteren kan de regering gemakkelijk afschaffen. Faculteiten kunnen samenwerken. Bèta-studies moeten meer met andere kunnen worden gecombineerd. Mode-vakken als communicatie kunnen beter bij bestaande faculteiten worden ondergebracht dan opnieuw uit de grond worden gestampt.

Premier Balkenende stelt dat bijzondere onderzoeksprestaties beter moeten worden gehonoreerd. Dat zou niet alleen moeten gelden voor onderzoekers maar ook voor ambitieuze studenten die als beloning voor hun inspanningen kunnen doorstromen naar betere opleidingen. De door Balkenende zo verguisde ,,gelijkheidsdeken'' moet ook worden weggetrokken van de universiteiten. Er moeten kwaliteitsverschillen mogelijk zijn tussen opleidingen. Het zou niet gek zijn de schaarse studenten die aan een bètastudie beginnen te helpen met verlaging van collegegeld of andere faciliteiten. Om in de woorden van Balkenende op onderzoeksgebied ,,de sterren te laten schitteren'' moet de overheid afzien van rendement op de korte termijn.