Dom Holland

Het is opmerkelijk hoe vaak clichés over een bepaald land of volk blijken te kloppen. Of, in ieder geval, een flinke kern van waarheid blijken te bevatten. Nederlanders hebben een grote mond, maar houden het graag gezellig. We willen wel meepraten maar niet te veel inspanning moeten verrichten. En niemand moet het wagen zich beter te voelen dan een ander, we zijn allemaal gelijk.

Neem de situatie op de universiteit. Daarover bereiken ons al sinds jaar en dag sombere geluiden. Het onderwijsniveau zou dalen, toptalent wordt niet gekoesterd, de bureaucratie verstikt het academisch klimaat, er is een chronisch geldgebrek en de studenten maken zich er met een jantje van Leiden van af. En dat terwijl voortdurend wordt geschermd met begrippen als Nederland-kennisland, de kenniseconomie en het belang van de informatierevolutie voor onze vooruitgang in de wereld.

M ging praten met hoogleraren die Nederland de rug toekeerden en met buitenlanders die in Nederland doceren. Hun conclusies vallen niet mee. Het inflexibele systeem heeft, in combinatie met die typisch Nederlandse mentaliteit, geleid tot gemakzucht en middelmaat. De dood in de pot. Nóg kletsen we ons er wel uit, we spreken per slot van rekening onze talen, zijn nieuwsgierig, bereisd en internationaal georiënteerd. Maar er zijn alarmerende signalen. Zo vindt fysicus Robbert Dijkgraaf Nederlandse studenten blasé. Ze stralen iets uit van: we wéten het allemaal al. Terwijl je in zijn vak, zegt hij, nooit iets zult bereiken zonder een grote dosis naïviteit.

Er moet in de universitaire wereld iets fundamenteels gebeuren. Iets dat te maken heeft met opvoeding, mentaliteit, instelling. Mensen moeten kunnen excelleren en daartoe ook geprikkeld worden. Een mentaliteit verander je niet een-twee-drie, maar dat is geen reden om met de armen over elkaar te gaan zitten.

Hoog tijd voor een debat van politici, hoogleraren, studenten en universiteitsbestuurders.

Er staat iets op het spel.