De kaart als wapen

Landkaarten zijn een weergave van de wereld door de ogen van de waarnemer in zijn eigen tijd. Wie de opeenvolgende wereldkaarten uit de zestiende eeuw bekijkt, ziet het nieuw ontdekte Amerikaanse continent langzaam verschijnen: een geleidelijk langere lijn die de oostkust weergeeft, met hier en daar wat namen, wordt langzaam een afgerond continent, en nog langzamer wordt het binnenland ingevuld, terra incognita wordt terra cognita.

Landkaarten geven een tijdsbeeld. Landkaarten kunnen de waarheid weergeven: hier loopt een weg, een rivier, een grens, daar ligt een gebergte. Toen ik begin jaren vijftig als jongetje van vijf, een kind van de Koude Oorlog, dat een paar jaar lang elke dag via de radio een portie propaganda over het Sovjet-gevaar over me uitgestort had gekregen, naar school ging en een kaart van Europa onder ogen kreeg, werd ik met stomheid geslagen, want toen bleek het o zo gevaarlijke Oost-Duitsland, waar al die Sovjet-raketten stonden die elk moment konden worden afgeschoten, opeens veel kleiner dan het arme en weerloze West-Duitsland. Een kind associeert klein niet met machtig en gevaarlijk – hoe kon Oost-Duitsland nu kleiner zijn dan West-Duitsland? Het was een verbijstering die nog altijd voelbaar is.

Die kaart was neutraal. Pretenties op de landkaart zijn te zien op de tentoonstelling Balkan in kaart / Vijf eeuwen strijd om identiteit die sinds donderdag te zien is in de universiteitsbibliotheek van Leiden. Er zijn rond vijftig landkaarten te zien, voor eenderde afkomstig uit de bibliotheek zelf, voor tweederde uit de collectie van de Leidse verzamelaars Harrie Theunissen en John Steegh.

Het zijn doorgaans kaarten, zei bij de opening van de tentoonstelling Coen Stork, oud-ambassadeur in Roemenië, die ongeacht hun nauwkeurigheid, subjectief zijn, suggestief, propagandistisch: kaarten kunnen misleiden, kaarten kunnen wishful thinking weergeven, aanspraken onderstrepen, rechtvaardigingen opleveren. Stork riep nog even het recente Holocaust-debat in Roemenië in herinnering. Daar werd vorige maand beweerd dat op het grondgebied van Roemenië geen georganiseerde jodenvernietiging had plaatsgevonden. Dat sloeg op het Klein-Roemenië dat net Transsylvanië, Boekovina, Bessarabië en de Dobroedzja was kwijtgeraakt. Maar het klopt uiteindelijk niet, want in het in de oorlog heroverde Bessarabië is door de Roemenen wel degelijk een Holocaust op grote schaal gepleegd.

De expositie in Leiden (er hoort een zeer uitgebreide en voortreffelijke catalogus bij) toont een reeks kaarten die haarfijn aangeven hoe landkaarten kunnen worden gebruikt en misbruikt om de nationale identiteit te onderstrepen en claims te leggen. Harrie Theunissen: ``De kaarten geven aan hoe mensen hun eigen land zagen, hoe ze hun eigen bevolking definiëren. Ze zijn nauwkeurig in de zin dat alles er op staat, maar die kaarten tonen ook de spanningen. Hier hangen veel kaarten van Macedonië die alle verschillend zijn.'' Hij laat ze zien: een Bulgaarse kaart uit 1900 definieert Macedonië en de Macedoniërs als Bulgaars, een Griekse kaart uit 1899 definieert het land als tweederde Grieks, een Servische kaart uit 1913 (``bij elkaar gelogen'', aldus Theunissen) maakt de Macedoniërs plompverloren tot Serviërs. Macedonische kaarten trekken – nog ver na de onafhankelijkheid van 1991 – het hele noorden van Griekenland bij Macedonië, reden voor peilloze Griekse woede.

Theunissen, die hovo's doceert in de geschiedenis van de islam in Europa en sinds vijftien jaar landkaarten verzamelt: ``Die kaarten van honderd jaar geleden spelen in op de naderende instorting van het Ottomaanse rijk. Claims worden geponeerd. Men gebruikte die kaarten als een ideologische voorbereiding op die instorting.'' De taal speelde een hoofdrol, want taal en religie bepaalden bij afwezigheid van een nationale identiteit in grote delen van de zuidelijke Balkan wie wat was. Een van de kaarten geeft de taal aan die op scholen in de regio werd onderwezen. Theunissen: ``Het ging er maar om wat je als uitgangspunt nam: de taal? Maar welke taal? De moedertaal, de schooltaal, de kerktaal, de handelstaal of de officiële taal – dat konden vijf verschillende talen zijn. Wie koos, koos voor meer dan een taal: hij koos voor een politiek programma. Niet voor niets speelden in de Macedonische opstand van 1903, de Ilinden-opstand, onderwijzers zo'n grote rol. En niet voor niets werden indertijd scholen in stand gehouden, al telden ze maar twee leerlingen. De Grieken, de Bulgaren, de Serviërs, ze vochten om de kinderen, om hun aanspraken kracht bij te zetten.''

De expositie toont kaarten van het Habsburgse Hongarije van voor het fatale verdrag van Trianon, van Groot-Albanië, Groot-Roemenië, Groot-Macedonië en Groot-Bulgarije. Kaarten die hun relevantie nog allerminst hebben verloren. Die kaarten van het grote Hongarije van vroeger zie je ook nu nog overal in Hongarije en het trauma van Trianon, van de opdeling van dat Hongarije, is reëel. Theunissen: ``Als je in Albanië aankomt met de kaart van het `etnische' Albanië, inclusief plekken waar nu bijna geen Albanees meer woont – terwijl Athene, waar wél veel Albanezen wonen, er niet op staat – zit je meteen midden in een discussie, in het hart van een politiek programma.''

Het geldt voor elk land in de regio, nog steeds: In Servië vinden velen nog met Miloševic dat dat Kosovo Servisch is, ook als er geen enkele Serviër meer zou wonen, in Roemenië bestaat een Groot-Roemenië Partij (en het is zeker niet de onbelangrijkste in het parlement) en ook na vijf recente oorlogen op rij in ex-Joegoslavië is het aantal grensgeschillen nog groot.

Tentoonstelling: Balkan in kaart / Vijf eeuwen strijd om identiteit. Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27, Leiden. T/m 16 oktober; catalogus 12,50 euro, toegang gratis.