Courgettes en zoete lucht

De wereld van het onderwijs bestaat uit vele werkelijkheden. In de rubriek Uit de school geklapt wordt de blik gericht op kleine maar belangrijke aspecten van het schoolbestaan.

Kinderstemmen klinken op vanuit de manshoge bloemen en de maïs: ``Wat een enorme courgettes! Het lijken wel honkbalknuppels!'' Groep 7 van juf Sandra van de Amsterdamse Spaarndammerschool zijn voor het eerst sinds de zomervakantie weer op de schooltuin. Schooltuinmeester Bert Ydema: ``Ja jongens, in de tussentijd dat jullie in Marokko, Suriname, Frankrijk of gewoon thuis waren, is hier ondanks de droogte alles gewoon doorgegroeid.''

Vijfhonderd Amsterdamse kinderen maken wekelijks hun gang naar de schoolwerktuin mr. A. de Roos in het Westerpark. Een oase van rust, verborgen tussen de spoorlijn, een begraafplaats en een kinderboerderij. Bert Ydema is een lange vijftiger die rustig uitlegt wat er deze dag geoogst gaat worden: courgettes, sperziebonen, zomerwortels, basilicum, peterselie en aan het eind een mooie bos bloemen. Ondertussen vertelt hij hoe je netjes en schoon werkt. Hoe heet dat met een moeilijk woord? De kinderen blijven stil. Uiteindelijk zegt Noah: ``Hygiëne meneer!'' Bert: ``Goed zo. Als je netjes werkt en goed je handen wast, dan werk je hygiënisch.'' Bij de voorbeeldtuin plukt hij een paar blaadje basilicum, wrijft ze langs zijn hand en maakt een wapperbeweging naar de kinderen: een golf van de kruidig zoete lucht waait in de neuzen. De kinderen snuiven verbaasd de geur op. Bert: ``Dat is heel lekker met een tomaatje.''

Eerst worden de oranje courgettes geoogst. Bert: ``Gewoon met de handen van de steel af draaien.'' De jongens gaan elkaar te lijf met de courgettes als strijdbijlen boven hun hoofd geheven. Bert geeft nog een recept voor courgettes gevuld met gehakt. Dan laat hij zien hoe de sperziebonen geplukt moeten worden. ``Ga op de grond zitten naast de planten en zet een zakje naast je. Dus niet een stuk verder op het pad zodat je de hele tijd naar je zakje moet lopen. Duw de blaadjes opzij en pluk stuk voor stuk met je handen de sperziebonen. Drie handjes per persoon. Dus Bastila, hoeveel handjes moet jij voor thuis plukken?” Bastila: ``27 meneer.'' Otman rukt een hele sperziebonenplant uit de grond. Hij haalt de schouders op. Hij houdt toch niet van sperziebonen. Maar zijn vader en moeder wel. Zijn moeder houdt daarentegen niet van sla. De sla van voor de zomer is de vuilnisbak ingegaan.

Als laatste worden de bloemen geplukt. Bert Ydema: ``Jullie moeten bloemen plukken zo lang als je onderarm. Thuis zet je ze in de vaas met een klein schepje suiker en een drupje chloor. Dan blijven ze langer staan.'' De schooltuinmeester pakt Otman bij zijn schouder en vraagt hem wat hij van zijn eigen bos bloemen vindt. Otman: ``Beetje kort en slordig, meneer.'' Bert: ``Weet je hoe ik zo'n bos bloemen noem? Bosje windkracht negen.'' Otman giechelt. Zouhir is trots op zijn bloemen. ``Ik zet ze thuis op mijn kamer.'' Verderop doet Noah heel erg zijn best. Hij zwaait verwoed met zijn schaar naar een hommel. Zijn bloemen zijn mooi lang en hij houdt ze netjes onderaan bij de stelen vast. Daarna wikkelt hij de bloemen zorgvuldig in een krant. Noah zegt verlegen: ``De bloemen zijn voor mijn moeder.'' De klas vertrekt na anderhalf uur tuinles – luid klagend onder het gewicht van tassen vol met courgettes, wortels, sperziebonen en bloemen.