Boontjes doppen naast de Geschiedenis

Marco Bellocchio's visie op de Rode Brigades is volgens Italiaanse critici de beste kandidaat voor de Gouden Leeuw. Het publiek wil `Zatochi', de samurai- musical van Takeshi Kitano.

Een buurvrouw vraagt of ze even op de baby wil passen, terwijl Chiara net naar de televisie zit te kijken. Het is 1978 in Rome en Aldo Moro is net gekidnapt door de Rode Brigades. Als de bel weer gaat, wordt Moro naar binnen gebracht. Dat is de sterke opening van Buongiorno, Notte, de derde Italiaanse film in competitie op het filmfestival van Venetië. Regisseur Marco Belocchio focust in dit verhaal over de moord op de leider van de christen-democraten op een van de kidnappers, die aan de moord op Moro gaat twijfelen. In zwart-wit beelden vergelijkt hij de moord op Moro met het executeren van partizanen door de nazi's. Je zou de film, gefilmd in licht dat bij de `jaren van lood' past, ook kunnen zien als een strijd tussen individualisme en symboliek. De andere leden van de Rode Brigade weigeren Moro als mens te zien. Op de persconferentie van de film las de produdent een brief voor van een zoon van Moro, die het humanisme van Buongiorno, notte prees. ,,Ik denk dat hier een artistieke schepping mensen zal helpen de realiteit beter te begrijpen.''

Zou het toeval zijn dat de (fictieve) kidnapper wiens perspectief Belocchio koos, een vrouw is? De regisseur wilde ook de dagelijkse realiteit tegenover de grote geschiedenis zetten. We zien Chiara vaak breien of boontjes doppen. Buongiorno, notte bevat genoeg van dit soort contrapunten om meer dan een eenvoudige veroordeling van terrorisme te zijn. De laatste beelden, van honderden Italiaanse machthebbers op de begrafenis van Moro, die ervoor kozen niet met de terroristen te onderhandelen, zijn de aangrijpendste van de film. Buongiorno, notte is een van de grote kanshebbers van de Gouden Leeuw, die morgen wordt uitgereikt. De Italiaanse pers waardeerde deze film in ieder geval het meest.

Vrouwen vertegenwoordigen de beschaving ook in Um filme falado van de Portugese regisseur Manoel de Oliveira (93). In deze film maakt een Portugese professor in de geschiedenis samen met haar dochtertje een cruise door de Middellandse Zee, die voert langs hoogtepunten van de beschaving als de Egyptische piramides en de Akropolis in Athene. Aan boord van het schip praat ze met de Amerikaanse kapitein, een Griekse zangeres, een Franse zakenvrouw en een Italiaanse actrice, gespeeld door John Malkovich, Irene Papas, Catherine Deneuve en Stefania Sandrelli. De gesprekken die zij voeren over de Europese beschaving, ieder in zijn eigen taal, zijn zo vol platitudes, dat ze niet serieus te nemen zijn. Als verdediging tegen islamitisch terrorisme, dat aan het eind van de film zijn opwachting maakt, zijn ze absurd. Alleen omdat de film door De Oliveira is gemaakt, een bekende meester, neem je de moeite om je af te vragen of er op een ander niveau meer betekenis uit is te halen. Een druk festival is daar niet de beste plek voor; op de een of andere manier brutale films zijn hier in het voordeel. Het circus draait door. Veel mensen zijn zelfs al vertrokken naar het volgende festival, dat van Toronto.

Andere kandidaten voor de Gouden Leeuw zijn het Russische debuut The Return en de cinefiele melancholie van Bu San (Goodbye Dragon Inn) van Tsai Ming-Liang. In de tweede competitie van het festival, de voor iets experimetelere films gereserveerde Controcorrente, zijn Lost in Translation van Sofia Coppola en Last Life in the Universe van de Thaise regisseur Pen-ek Ratanaruang favoriet. Last Life in the Universe hoort bij een minitrend op het festival van films waarin verschillende Aziatische culturen zich mengen. Pen-eks film gaat over een Japanner in Bangkok die zelfmoord wil plegen, maar in plaats daarvan zijn broer ziet sterven. Last Life is een gave, geestige variant op het thema eenzaamheid in de grote stad. Vooral de cinematografie van de Australiër Chris Doyle wordt geprezen. In de film, de vierde van deze Thaise regisseur, speelt de Japanse acteur Asano Tadanobu de hoofdrol. Tadanobu is ook te zien in Zatochi. Op de laatste dag van het festival is deze samuraimusical van Takeshi Kitano, bij het publiek nog steeds de grote favoriet. Denken aan de film tovert bij velen een grote glimlach op het gezicht; zoals dat ook kan gebeuren bij het zien van een baby.