Baby's van een half jaar komen erachter dat iets onzichtbaars kan bestaan

Jonge baby's denken dat een voorwerp ophoudt te bestaan als het aan het zicht wordt onttrokken, zelfs als dat gebeurt terwijl ze toekijken. Op een leeftijd van rond de zes maanden weten ze dat een ding ook bestaat als ze het niet zien. Aan de verklaringen voor het ontstaan van die `objectpermanentie' is er nu één toegevoegd. Het is echter nog altijd niet duidelijk wat de juiste verklaring is.

Onderzoekers van New York University hebben baby's objectpermanentie aangeleerd door ze alleen maar naar voorwerpen te laten kijken (Proceedings of the National Academy of Sciences, 2 sept). Tot nu toe werd gedacht dat baby's alleen objectpermanentie kunnen leren door voorwerpen zelf in de hand te nemen en ermee te spelen. Anderen hebben op basis van experimenten aanwijzingen dat die kennis aangeboren is. Om in deze kwestie enige duidelijkheid te scheppen deden Scott Johnson en zijn collega's een serie experimenten met vier en zes maanden oude baby's. Ze zetten deze voor een computerscherm waarop een balletje te zien was dat van links naar rechts bewoog. In het midden van het scherm was een blauw vierkant geplaatst waar het balletje steeds tijdelijk achter verdween. Terwijl de baby's naar het scherm keken, werden hun oogbewegingen gevolgd om te bepalen of en in welke mate ze konden anticiperen op het weer te voorschijn komen van het balletje.

Zes maanden oude baby's bleken dat zoals verwacht veel beter te doen dan vier maanden oude baby's. Wanneer beide leeftijdsgroepen echter eerst gedurende twee minuten het bewegende balletje te zien kregen zónder dat dit halverwege het traject verdween, bleken de jongste baby's even goed in staat te zijn het balletje te volgen als dit achter het vierkant verdween.

Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat baby's gedurende de oefenperiode gewend raken aan de horizontale oogbeweging en die eenvoudig voortzetten. Daarom bouwden de onderzoekers een variatie in door tijdens het `oefenen' een verticale beweging te tonen en tijdens de test een horizontale. Ook na deze oefening deden de vier maanden oude baby's niet meer onder voor die van zes maanden. Omdat deze laatsten geen enkele baat hadden bij de oefensessies, concluderen de onderzoekers dat zij tijdens hun ontwikkeling blijkbaar al voldoende ervaring hebben opgedaan met verdwijnende en weer opduikende voorwerpen.