Ambtenarenstad heeft nu geen last van recessie

Van de vier grote steden heeft Den Haag het minst geprofiteerd van de economische groei. Nu heeft de stad, anders dan Rotterdam, echter ook relatief weinig te lijden van de recessie.

Wie nog geen tien jaar geleden over de A4 naar Amsterdam reed, kon voorbij Leiden de kerktorens van Rijpwetering en Oud-Ade zien liggen. Rij nu eens over dezelfde weg. Weg is het uitzicht op polders en vee. Bedrijfsterreinen en graafmachines voor de aanleg van wegen en de hogesnelheidslijn bepalen het uitzicht. Een groot reclamebord voor sekslijnen ter hoogte van Roelofarendsveen maakt de metamorfose compleet.

Nergens is de economische groei tijdens de tweede helft van de jaren negentig beter te zien dan langs de snelwegen in de Randstad. De glazen praalpaleizen van exclusieve automerken, waarin de wagens als dinky toys staan uitgestald, de glanzende kantoorgebouwen en razendsnel gegroeide randgemeenten als Houten en Hoofddorp. Allemaal recent gebouwd.

De reputatie van de Randstad als banenmotor van Nederland wordt bevestigd door de jaarlijkse regionale tellingen van arbeidsplaatsen, gebundeld in het zogeheten Lisa-bestand. In de periode 1996-2002 is het aantal banen in Nederland gegroeid van 6,44 miljoen tot 7,62 miljoen, een record. De steden die samen de Randstad vormen, Utrecht meegerekend, nemen daarvan een onevenredig groot deel voor hun rekening. Samen groeiden ze van 1,78 miljoen naar 2,23 miljoen banen, een toename van 25,2 procent. Buiten de vier stadsgewesten bedroeg de groei 15,6 procent.

Maar ook binnen de Randstad is de werkgelegenheid niet gelijkmatig gestegen. Zo bleef de economische groei van de regio Den Haag met 20,1 procent duidelijk achter bij de overige regio's, die alle met zo'n 26,5 procent groeiden. Tellen we de omliggende regio's niet mee, dan wordt het verschil nog groter: 13,5 procent tegen gemiddeld 23 procent. Den Haag heeft dus duidelijk minder geprofiteerd van de economische hoogconjunctuur dan Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

Volgens Piet Pellenbarg, hoogleraar Economische Geografie in Groningen, zijn de verschillen vrij eenvoudig te verklaren. ,,De zakelijke dienstverlening, en dan vooral de financiële dienstverlening en de ICT-branche, zijn in die periode enorm gegroeid, en die zijn voornamelijk gevestigd in Amsterdam en Utrecht. Geografisch gezien is de groei het sterkst geweest in de randgebieden rondom de grote steden, want daar was nog voldoende ruimte. En daar heeft Den Haag een probleem, want de stad wordt omsloten door andere gemeenten, het Groene Hart en de zee.''

Dat is ook de verklaring van Bas Verkerk (VVD), sinds 1996 wethouder van Economische Zaken in Den Haag. ,,We zijn een beklemde stad.'' Maar er is ook werkgelegenheid uit Den Haag weggevloeid. Veel ondernemers hielden het de afgelopen decennia voor gezien, vanwege de strenge milieu-eisen en de matige bereikbaarheid, zegt Verkerk. Die bedrijven wil de gemeente weer terughalen. De noordelijke ringweg, die vanaf de A4 via Leidschendam een directe verbinding geeft met het westen van de stad, moet de hoofdaders door het centrum ontlasten. Van eminent belang, volgens Pellenbarg. ,,Bereikbaarheid is samen met goede kantoorlocaties het eerste waar bedrijven naar kijken. Daarna komen zaken als de uitstraling en een prettig woonklimaat.''

Mogelijk heeft ook de dominante aanwezigheid van `politiek' en overheid iets te maken met de relatief bescheiden groei in de `gouden jaren', zegt Pellenbarg. De ministeries, ambassades, semi-overheidsorganen en de vele `lobby- en belangenclubs' in de stad, zijn veel minder gevoelig voor veranderingen in de conjunctuur dan de commerciële sector. Wethouder Verkerk is ,,blij'' met het ambtelijke en diplomatieke karakter van de stad. ,,Maar het is waar dat er hier maar weinig multinationals zijn, hoewel Shell en Aegon wel hun hoofdkantoor in Den Haag hebben.''

Den Haag profileert zich steeds nadrukkelijker als `juridische hoofdstad van de wereld'. Verkerk: ,,Hier zitten het Vredespaleis, het Internationaal Strafhof, het hoofdkantoor van Europol en de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW). Dat trekt veel juristen en non-gouvernementele organisaties aan. Den Haag is daardoor een natuurlijke locatie voor het organiseren van juridische congressen. De `spin-off' voor het hotelwezen, de restaurants, de taxibranche en andere dienstverlenende bedrijven is aanzienlijk.''

Rotterdam profiteerde tussen 1996 en 2002 aanzienlijk sterker van de economische groei. Door het grote aantal multinationals en zijn grote haven is een stijging van de wereldhandel direct merkbaar. Maar nu de economie wereldwijd in recessie is, lijdt Rotterdam ook sterker dan Den Haag, dat met zijn grote overheidssector minder gevoelig lijkt voor de conjunctuur. Uit recente gegevens van het CBS en het Centrum voor Werk en Inkomen blijkt dat nergens het aantal ontslagen en faillissementen zo hoog is als in de regio-Rijnmond.

Wethouder Wim van Sluis (Leefbaar Rotterdam) van Economische Zaken wil het negatieve beeld van de stad als nuanceren. De afgelopen jaren kozen grote multinationals zoals het chemieconcern Eastman en de softwareproducent Progress voor Rotterdam als vestigingsplaats van hun Europese hoofdkantoor. En door de jonge bevolking en het grote aantal studenten aan een hogeschool of universiteit zit de stad nog steeds ,,barstensvol potentie''. Anderzijds relativeert Van Sluis de gestegen werkgelegenheid in de periode 1996-2002. ,,Daarvan kwam een flink deel voor rekening van gesubsidieerd werk, zoals de Melkertbanen.''

Rotterdam heeft echter een structureel probleem: een arme en laagopgeleide bevolking. ,,Er studeren wel veel jonge mensen in Rotterdam, maar daarna vertrekken ze. We kunnen ze niet vasthouden'', zegt Van Sluis. Vanwege het onveilige imago en het lage percentage koopwoningen (15 procent) in het midden- en duurdere segment, heeft Rotterdam een te kleine middenklasse, de groep die elke gemeente nodig heeft om de openbare voorzieningen op peil te houden. Om meer goedverdienenden te trekken wil de gemeente Rotterdam 25 procent van de nieuwe woningen in de midden- en duurdere klasse bouwen. ,,En met duur bedoel ik vanaf 200.000 euro'', lacht Van Sluis. ,,Dat is naar Rotterdamse maatstaven duur. De middenklasse begint bij 100.000 euro. Vijfentachtig procent van de Rotterdamse woningen is goedkoper dan 100.000 euro. We hebben dus nog een lange weg te gaan.'' De gemeente wil deze woningen ook in de oude wijken bouwen, waar het gemiddeld inkomen laag ligt en het aantal immigranten hoog. ,,We moeten voorkomen dat wijken als Spangen en Charlois getto's worden.''

De economie in de regio-Rotterdam wordt van oudsher gekenmerkt door de zware industrie. Een deel daarvan bestaat nog steeds, maar sommige sectoren zijn verdwenen, zoals de scheepsbouw. Om economisch te kunnen groeien moet Rotterdam zich op richten op activiteiten die wél toekomst hebben, zoals onderzoek in nieuwe technologieën. Rotterdam werkt daarom samen met Delft aan de ontwikkeling van een `kennisboulevard' in de buurt van luchthaven Zestienhoven. Op een gebied van 75 hectare moeten binnen enkele jaren laboratoria, `service-centers' en andere technologiebedrijven verrijzen die samen voor 10.000 arbeidsplaatsen zorgen. Ook de Technische Universiteit Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam nemen deel aan het project. ,,Hooggekwalificeerd personeel aantrekken is onze prioriteit'', zegt Van Sluis. ,,Ook vanwege de spin-off. Uit onderzoek blijkt dat elke hogeropgeleide voor 1,2 nieuwe arbeidsplaatsen zorgt.''