Ali moest legaal worden

Op vrijdag 7 september 2001 werd Gitta van der Goot in haar huis in Rotterdam vermoord. Haar zoontje was erbij. Volgens de rechter was haar man, Ali Bayram, de opdrachtgever geweest. Hij veroordeelde hem tot veertien jaar gevangenisstraf. In hoger beroep, april 2003, werd Ali Bayram wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Nu wil hij zijn zoontje terug. Maar de moeder van Gitta van der Goot, bij wie het kind nu woont, wil hem niet kwijt.

Gitta van der Goot was 32 jaar toen ze in haar huis in Rotterdam werd gewurgd door een huurmoordenaar, een illegaal in Nederland verblijvende Turk. Haar zoontje van elf maanden – zijn naam wordt om hem te beschermen niet genoemd – was erbij. De opdrachtgeefster bleek Dilek Gullu te zijn, minnares van de man van Gitta van der Goot – Ali Bayram, toen 35 jaar, en de vader van het kind. Maar Dilek Gullu zei tegen de politie dat Ali Bayram de echte opdrachtgever was geweest. Zijn vrouw moest weg, zei ze, omdat hij met zijn minnares verder wilde. Dilek Gullu zei dat na meer dan twintig verhoren. Ze had toen net gelezen wat Ali Bayram over haar verklaard had. Ze was nooit meer dan een scharreltje voor hem geweest, een hoer. Hij was inmiddels bij een andere vrouw ingetrokken.

De officier van justitie in Rotterdam geloofde Dilek Gullu niet. Hij zei in zijn requisitoir, op 6 november 2002, dat ze Ali Bayram de schuld had gegeven omdat ze zich verraden voelde. Hij eiste voor Ali Bayram vrijspraak. Maar toen gebeurde er iets dat in de Nederlandse rechtspraak niet vaak gebeurt. De rechter geloofde Dilek Gullu wel. Hij zei in zijn vonnis dat Dilek Gullu en Ali Bayram kort voor de moord uitzonderlijk veel met elkaar gebeld hadden. Dilek Gullu had die ochtend ook veel geld opgenomen en aan Ali Bayram gegeven. Ali Bayram – dat vond de rechter ook verdacht – had in de verhoren eerst ontkend dat hij een relatie had met Dilek Gullu. Maar later zei hij dat hij zich geschaamd had voor zijn vrouw. Hij vertelde aan de politie dat hij het normaal vond om seks te hebben met andere vrouwen. Hij had ook gezegd dat zijn huwelijk gelukkig was en dat er geen problemen waren. Maar iedereen die over Ali Bayram en Gitta van der Goot ondervraagd was, had gezegd dat er vaak ruzie was – over geld, over een tweede kind, over andere vrouwen, over een scheiding.

Het meest overtuigend voor Ali Bayrams schuld vond de rechter Ali Bayrams gedrag toen die kort na de moord thuiskwam en zijn vrouw dood aantrof. Dat klopte niet, volgens de rechter. Ali Bayram kwam even voor half een binnen om zijn brood op te halen. Dat had hij 'smorgens vergeten. Zijn zoontje stond bij de voordeur. Ali Bayram duwde hem voorzichtig weg, liep door het halletje en zag toen in de slaapkamer zijn vrouw hangen, dubbelgevouwen, tong uit haar mond, met een elektriciteitssnoer vastgemaakt aan een verwarmingsbuis. Ali Bayram, zei de rechter, belde niet onmiddellijk de politie. Hij belde een ambulance en zei dat zijn vrouw was gevallen en ademhalingsmoeilijkheden had. ,,Mensen vallen doorgaans naar beneden, niet naar boven'', zei de rechter. Ali Bayram had zijn vrouw zelf losgemaakt en op de grond gelegd. Toen de verpleegkundigen van de ambulance haar probeerden te reanimeren, vertelde hij niet hoe hij haar gevonden had.

Sentimentele oma's

,,Ali is zeer berekenend en geraffineerd te werk gegaan'', zei de rechter. Een mogelijk motief noemde hij niet. Hij veroordeelde Ali Bayram tot veertien jaar. Dat was op 20 november 2002. Dilek Gullu en de huurmoordenaar kregen ook veertien jaar. Maar in hoger beroep, op 14 april 2003, werd Ali Bayram vrijgesproken. Het hof in Den Haag oordeelde dat zijn schuld niet wettig en overtuigend was bewezen. Verder werden er geen argumenten gegeven.

En nu wil Ali Bayram (37) zijn zoontje terug. Hij had het kind meteen na de moord op Gitta van der Goot bij Guler Acikguz gebracht, de vriendin bij wie hij zelf kort daarna ook was ingetrokken, en met wie hij sinds zijn vrijlating weer samenwoont, in het huis waar zijn vrouw vermoord werd. Maar na een paar dagen hadden de ouders van Gitta van der Goot – Mattie en Joop van der Goot – het jongetje opgehaald en meegenomen naar hun huis in Soest. De kinderrechter wees hen in april 2002 voor een jaar aan als pleegouders. En in april 2003, een paar dagen voordat Ali Bayram werd vrijgelaten, werd Mattie van der Goot (58) weer voor een jaar pleegouder. Joop van der Goot was twee maanden eerder plotseling overleden aan acute leukemie. Mattie van der Goot durft niet te zeggen dat haar kleinkind, bijna drie inmiddels, na volgend jaar april bij haar moet blijven. Daarover kan zij toch niet beslissen. Ze zegt wel dat hij aan haar gehecht is. Hij noemt haar mama. En ze vindt dat hij een Nederlandse opvoeding moet krijgen. Ze weet zeker dat haar dochter dat wilde. Maar Ali Bayram vindt dat zijn zoontje een Turkse opvoeding moet krijgen. Hij zegt dat zijn zoontje een geschenk van zijn overleden vrouw is. ,,Hij hoort bij mij.'' Meteen na zijn vrijlating is hij naar zijn advocaat gegaan. Bureau Jeugdzorg in Utrecht onderzoekt nu wat het beste voor het kind is.

Afgelopen winter vertelden Mattie en Joop van der Goot, een psychologe en een gepensioneerd chemicus, aan deze krant het verhaal van hun dochter – wie ze geweest was, wat er met haar gebeurd was, hoe hun kleinkind bij hen was gekomen. Tot een stuk in de krant kwam het niet, Mattie en Joop van der Goot schrokken ervoor terug. Nu wil Mattie van der Goot wel verder praten, omdat ze zich zorgen maakt over het lot van haar kleinkind.

Het eerste contact met de Kinderbescherming, vertelde Mattie van der Goot afgelopen winter, was kort na de moord op hun dochter geweest. Ali Bayram was nog geen verdachte. Mattie en Joop van der Goot wisten niet waar hun kleinkind was. Daarna hoorden ze dat hij was ondergebracht bij een vrouw die hij nooit gezien had. Toen belde Joop van der Goot de Kinderbescherming in Rotterdam. Mattie van der Goot: ,,Daar zeiden ze dat ze niet praatten met sentimentele opa's en oma's. Ze zeiden dat kinderen in een Turkse cultuur ook prima kunnen opgroeien.'' Later, toen het kind al bij zijn grootouders in Soest was, belde Mattie van der Goot zelf naar de Kinderbescherming in Utrecht. Ze vertelde dat de moeder van haar kleinzoon was vermoord en dat er problemen waren met de vader. Mattie van der Goot vroeg of ze een afspraak kon maken. Maar de Kinderbescherming ging er niet op in. Het kind werd niet misbruikt, mishandeld of bedreigd. Er was geen reden.

Roofoverval

Toen Ali Bayram gearresteerd was, in december 2001, en er geen ouderlijk gezag meer was, kwam de Kinderbescherming wel meteen. Het kind werd onder toezicht gesteld. Over het onderzoek dat daaraan voorafging kan Mattie van der Goot zich nog steeds boos maken. In het rapport kwam te staan dat het lang erg slecht ging met Gitta van der Goot. Ze was opgenomen geweest in een psychiatrische kliniek, omdat vermoed werd dat ze een borderliner was. In de kliniek werd vastgesteld dat ze dat niet was, zegt Mattie van der Goot. Volgens haar ging het slecht met haar dochter omdat de relatie met Ali Bayram zo slecht was. Hij tiranniseerde haar, verbood haar met vriendinnen om te gaan of haar moeder te bellen. En het ging nog slechter met haar, zegt Mattie van der Goot, toen Ali Bayram haar had verteld over een misdaad die hij op zijn geweten had. In het rapport werd daar niets over gezegd. Daardoor leek het, zegt Mattie van der Goot, alsof haar dochter steeds de zwakste was geweest. Ali Bayram ging vrijuit. ,,Dat is nu in zijn voordeel.''

Mattie van der Goot vertelde afgelopen winter vol liefde over haar dochter, maar ook met ingehouden, machteloos verdriet. Ze had vaak gedacht, zei ze, dat haar dochter in haar relatie met Ali verkeerde keuzes maakte. Ze vertelde dat haar dochter een ondernemend kind was geweest, al jong bewogen door misstanden in de wereld. Gitta kon goed leren. Na het vwo studeerde ze beleid & management in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ondertussen werkte ze in een bejaardentehuis, in een supermarkt, op de advertentieafdeling van het Algemeen Dagblad. Later studeerde ze Nederlands. In die tijd nam Mattie van der Goot haar dochter, begin twintig, voor een week vakantie mee naar Turkije. Daar zag ze hoeveel belangstelling de jongens voor haar dochter hadden. En hoe leuk die dat vond. Twee jaar later ging Gitta weer naar Turkije, met een homoseksuele vriend. Haar ouders dachten dat ze beschermd was. Ze vergisten zich. Gitta werd, toen ze op een avond in haar eentje uit de disco terugliep naar het hotel, door vier jongens verkracht. ,,Gitta verdrong het'', zegt Mattie van der Goot. ,,Ze wilde de vakantie en die vriend er niet onder laten lijden. Die hele verkrachting werd daarna ontkend.'' Er werd geen aangifte gedaan.

Diezelfde vakantie kreeg Gitta een relatie met een Turkse jongen. Die was lief voor haar, zegt haar moeder. Maar het duurde twee jaar voordat Gitta inzag dat hij vooral van haar profiteerde. Daarna zei ze dat ze nooit meer een Turkse vriend wilde. Maar in 1994 zei een collega bij het Algemeen Dagblad tegen haar dat ze een Turkse jongen kende die niet wilde geloven dat een Nederlands meisje Turks sprak. Ze vroeg of Gitta meeging naar het café waar die jongen kwam. Zo leerde ze Ali kennen. ,,Hij gaf haar rozen en cadeautjes, ze gingen uit eten, hij was een en al aandacht. Gitta had niet in de gaten dat hij illegaal in Nederland was. Dat zei hij pas toen ze gingen samenwonen. Toen vertelde hij haar ook dat hij ongewenste vreemdeling was. Hij had meegedaan aan een gewapende roofoverval, waarvoor hij anderhalf jaar in de gevangenis had gezeten. Gitta was inmiddels zo gek op hem dat ze eroverheen stapte. Ali verdiende een nieuwe kans, zei ze tegen ons. Ali moest legaal worden. Daar is ze zich toen voor gaan inzetten.''

In het strafdossier van Ali Bayram zitten de processen-verbaal van de verhoren waarin hij vertelt hoe hij in 1986, hij was bijna twintig, illegaal naar Nederland kwam. In een café in Rotterdam ontmoette hij Omer Buz, nog steeds zijn beste vriend. ,,Ik ga elke dag wel wat drinken in het café van Omer'', zei hij tegen de politie. Ali Bayram woonde bij Omer Buz toen hij, in 1994, Gitta ontmoette. Twee maanden later trok hij bij haar in. Hij werkte vanaf 1986 al als plaatwerker in de garage van een andere vriend. Vier keer, vertelde Ali Bayram aan de politie, werd hij opgepakt en het land uitgezet, één keer na een gevangenisstraf van anderhalf jaar voor het plegen van een overval. In 1995, toen hij weer eens was uitgezet, probeerde hij in Turkije een visum te krijgen. Hij kreeg het niet, omdat hij een strafblad had.

Plaatwerker

Toch kwam Ali steeds weer terug. Kort voordat hij in 1995 terugkeerde, zegt Mattie van der Goot, had haar dochter het door de telefoon met hem uitgemaakt. ,,Ze was wakker geworden. Ze besefte hoe ze zich aan hem had aangepast. Geen strakke kleren, voortdurende controle. Ali was woedend, hij bedreigde haar met de dood.'' Gitta verkocht haar huis en zorgde ervoor dat Ali niet wist waar ze woonde. Maar vrienden van Ali praatten net zo lang op Gitta in dat ze het goed vond om af te spreken. ,,Ze zagen elkaar in een café. Hij had spijt van alles. Hij zou Nederlands gaan leren. Hij zou voortaan ook begrip opbrengen voor háár cultuur.'' Eind januari 1996 gingen ze weer samenwonen. En eind 1996 kreeg Ali Bayram, door Gitta, een verblijfsvergunning. Ze trouwden op 18 november. Ali Bayram werd plaatwerker bij een andere garage. En hij begon zijn eigen bedrijf, eerst zwart, vanaf 1999 legaal: Bayram Carrosserieherstelbedrijf.

Mattie van der Goot zegt dat het na het huwelijk snel slechter met Gitta ging. Begin 1997 werd ze ziek. ,,Ali had haar verteld dat hij in de tijd van de overval ook een paar andere dingen had gedaan. Afschuwelijke dingen, ze kon er helemaal niet tegen. Gitta zei ook dat Ali zijn stress vertaalde in seks. Ze werd depressief, ze kreeg eetproblemen.'' Ze ging in therapie bij het Riagg. Op aanraden van haar moeder vertelde ze haar therapeute wat ze wist van haar man. Het Riagg ried haar toen aan om zich te laten opnemen. Ze schoot er, zegt haar moeder, helemaal niets mee op. Het ging pas weer beter toen ze een psycholoog had gevonden die haar begreep. Ze ging vrijwilligerswerk doen bij een patiëntenplatform, ze kon er een baan krijgen. Haar studie Nederlands had ze niet afgemaakt.

In het verhoor van 9 september 2001 vertelt Ali Bayram – hij is dan nog geen verdachte, alleen getuige – een paar dingen over de problemen met Gitta. Ze kon er, zegt hij, niet tegen als hij in Turkije zat en zij lang alleen was. Ze was een keer verliefd geweest op een andere man. Ze werd een paar maanden opgenomen in een psychiatrische kliniek, omdat ze ,,haar hoofd wilde leegmaken''. In die tijd, zegt hij, vertelde ze hem dat ze verkracht was. In het volgende verhoor, op 10 september, vertelt Ali Bayram over de schulden die hij bij zijn vrienden had en over de ,,foute dingen'' die hij in het verleden gedaan had. ,,Ik bedoel drugshandel. Ik ken mensen en ik zie wat er mogelijk is. Ik bedoel, ik kan kiezen om in de drugshandel te gaan en dan snel geld te verdienen. (...) Maar ik kies daar niet voor.'' Op 19 december 2001 wordt Ali Bayram met de hulp van een tolk nog een keer ondervraagd over zijn verhouding met Gitta. De week daarvoor is hij van zijn bed gelicht in het huis van zijn vriendin Acikguz, onder zijn kussen lag een doorgeladen pistool. Hij legt de politie uit dat ze wel eens ruzie maakten over rekeningen die niet op tijd betaald werden. Ali Bayram legt ook uit dat er in zijn cultuur drie redenen zijn waarom mensen willen scheiden: problemen met seks, met geld of met de familie. Bij hen, zegt hij, waren die problemen er niet – ook al zeiden Gitta's ouders en haar vriendinnen tegen de politie van wel.

Gitta van der Goot raakte begin 2000 zwanger. Per ongeluk, zegt haar moeder. ,,Maar ze was er heel blij mee.'' Ali Bayram eiste een abortus. Maar volgens Ali Bayram is dat niet waar, hij wilde het kind graag. Mattie van der Goot was blij voor haar dochter, maar ze maakte zich ook zorgen. Ze zag de komst van een kind als een obstakel voor een scheiding. Want daarover, zegt ze, praatte Gitta steeds vaker. ,,Ik kon niet zeggen: je moet het doen. Hooguit: zou je het niet doen.'' Gitta verdroeg volgens haar moeder Ali's asociale gedrag in het verkeer niet meer en zijn overdreven eergevoel. Wat Gitta volgens haar moeder van een scheiding weerhield, was dat Ali Bayram van haar afhankelijk was voor zijn verblijfsvergunning. Die zou pas na vijf jaar huwelijk blijvend geldig zijn. Na de geboorte van het kind, zegt Mattie van der Goot, begon Ali Bayram steeds vaker weg te blijven. Ze dacht: die heeft een ander. Ze vond het vreselijk om te zien hoe haar dochter daar haar ogen voor sloot. ,,Ze bleef maar hopen dat het goed zou komen.''

Nepdreigementen

Ali Bayram vertelde in de dagen na de moord op Gitta van der Goot aan de politie dat hij en zijn vrouw al jaren werden lastiggevallen met rare en vervelende telefoontjes. Soms was het een man, soms een vrouw met een buitenlands accent. Meestal nam Gitta op en dan hoorde ze dat ze binnenkort lekker geneukt zou worden. Ze klaagde erover tegen haar moeder. Anderhalve maand voor de moord, zei Ali Bayram tegen de politie, kwamen er sms'jes bij – op zijn telefoon en op die van Gitta. Door die sms'jes kwam de politie na de moord op het spoor van Ali Bayrams minnares Dilek Gullu. Want zij was het die ze verstuurde, ook op de momenten dat Ali Bayram bij de politie zat. Met opzet, oordeelde de rechter later. Zo leek het alsof Dilek Gullu de vijand was van Ali Bayram. Dat was, zei de rechter, onderdeel van het plan.

Een ander onderdeel van het plan was, volgens de politie, dat Ali Bayram en zijn zoontje na de moord op Gitta van der Goot ook werden bedreigd. Guler Acikguz, de vriendin die de eerste dagen op het kind paste, zei tegen de politie dat er in de nacht van 11 september 2001 een Turkse man, groot en breed, aan haar achterdeur had gerommeld. Ze was doodsbang geweest. Ze was opgelucht toen de grootouders het kind na de begrafenis van hun dochter, op 13 september, hadden opgehaald. Mattie van der Goot vertelt dat het verhaal over de bedreiging voor hen een geluk bij een ongeluk was. ,,Ali moest ons kleinkind daardoor wel meegeven, om hem in veiligheid te brengen.'' Eerst dachten zij en haar man nog dat het verhaal waar was. Ze barricadeerden alle deuren. Ze zouden proberen hun kleinkind ongezien bij vrienden onder te brengen. Maar toen het zo ver was, konden ze het niet opbrengen. Toen de politie vertelde dat werd betwijfeld of het wel klopte wat Guler Acikguz had gezegd, besloten Mattie van der Goot en haar man om het maar zo te laten. Ali Bayram zei tegen hen dat hij bij zijn oom en tante sliep. In werkelijkheid, hoorden ze van de politie, ,,bouwde hij bij Guler een nieuw nestje''.

Gitta van der Goot werd op islamitische wijze begraven. ,,Dat moest van Ali'', vertelde Mattie van der Goot afgelopen winter. ,,Wij waren allang blij dat hij was teruggekomen van zijn eerdere wens om het lichaam van Gitta naar Turkije te brengen.'' Ze herinnert zich de begrafenis als een soap. ,,Ze werd gewassen door een tante van Ali en een andere Turkse vrouw. Ze wilden niet dat ik hielp om Gitta in de kist te leggen, want ze was nu rein. In de moskee werden we naar een feestzaaltje gebracht, de slingers hingen er nog. Er werden dertig mannen van de straat geplukt om te bidden. De begrafenisondernemer reed vervolgens naar de verkeerde begraafplaats. Toen we eindelijk bij het graf waren, wilde hij de kist gelijk naar beneden laten zakken. We hebben hem tegengehouden, wij wilden nog wat zeggen. Het was een complete tweedeling. Wij aan de ene kant, met familie en vrienden. Aan de andere kant de Turken. Wij zijn niet rechts, en onze vrienden zijn ook niet rechts. Maar sinds die begrafenis voelen we enige weerzin tegen deze mensen.''

Een lastige vrouw

Mattie van der Goot zegt dat ze er nooit van overtuigd is geweest dat Ali Bayram haar dochter heeft laten vermoorden. Het is nu zomer, ze zit in de achtertuin van haar huis in Soest. Haar kleinkind, goedlachs en stevig, speelt een eindje verder in de zandbak. ,,Waarom zou hij het gedaan hebben?'', zegt ze. ,,Hij had net zijn Nederlandse paspoort gekregen, hij had vriendinnen zat, hij had alleen een lastige vrouw die van hem wilde scheiden. Is dat voldoende?'' Maar misschien, zegt ze, wil ze de gedachte dat de vader van haar kleinkind de moordenaar van zijn moeder zou zijn gewoon niet toelaten.

In de eerste twee maanden na de moord ging Ali Bayram iedere zondag naar Soest om met zijn zoontje te spelen, vanaf begin november opeens niet meer. Toen hij in voorlopige hechtenis zat, van december 2001 tot half april 2002, gingen Mattie en Joop van der Goot een paar keer met het kind bij hem op bezoek. Tot aan zijn veroordeling, op 20 november 2002, kwam Ali Bayram weer iedere zondag naar Soest. Mattie van der Goot heeft, zegt ze, geen bezwaar tegen een omgangsregeling. Maar ze denkt dat het niet goed voor haar kleinkind is als hij voor altijd naar zijn vader gaat. ,,Voor hem zou het zijn alsof hij opeens bij zijn moeder wordt weggehaald.'' Ze wil haar kleinkind opvoeden zoals ze denkt dat haar dochter het gewild zou hebben. Zijn vader, vindt ze, heeft geen geregeld en stabiel leven. ,,Ik denk vaak aan dat doorgeladen pistool onder zijn kussen toen hij gearresteerd werd.''

Ali Bayram zegt dat hij door alles wat hem sinds 7 september 2001 is overkomen verschrikkelijk boos en verdrietig is. Hij zit op de bank in zijn huis in Rotterdam. Guler Acikguz zit tegenover hem. Na een uurtje komt haar dochter Gamze van vijftien erbij zitten. ,,Ik had een vrouw, een zoon en een goedlopende zaak'', zegt hij. ,,Ik verdiende elf-, twaalfduizend gulden in de maand. Ik had een goede naam, een carrière.'' Nu is hij alles kwijt. Niemand wil meer wat met hem te maken hebben. De buren praten achter zijn rug over hem. En het enige dat hij misdaan heeft, zegt hij, was de omgang met een ,,verkeerde vrouw''. Daar heeft hij spijt van. ,,Ik dacht dat ze een gewoon huismeisje was. Ik wist niet dat ze zulke dingen kon doen.''

Guler Acikguz vertelt dat ze deze winter, een paar dagen voor kerst, alleen moest bevallen van het kind dat ze van Ali Bayram droeg. Ze was ook alleen toen het kind na vier dagen overleed – in het ziekenhuis, ze heeft nog steeds niet begrepen wat de oorzaak was. ,,Ik mocht niet naar haar toe'', zegt Ali Bayram. ,,In de gevangenis zeiden ze: je hebt veertien jaar, jij mag nu niet weg. Ik zei: ik kom vrij, ik ben onschuldig! Ze trokken zich er niks van aan.''

Hij is overspannen, zegt hij. Hij wordt behandeld door een psychiater van het Riagg. 's Nachts slaapt hij slecht, overdag verveelt hij zich. Hij wil graag werken, de kost verdienen, zoals mannen horen te doen. Maar zijn zaak is failliet en hij heeft schulden. Hij wil iedereen wel doodschieten. ,,Mijn advocaat heeft me gezegd dat ik rustig moet blijven. Hij zegt: laat mij voor je werken, ik heb je toch uit de gevangenis gekregen?'' Hij wil een schadevergoeding omdat hij ten onrechte in de gevangenis heeft gezeten. En het kind. Ali Bayram: ,,Als ik mijn zoontje bij me heb, vergeet ik alles. Hij is mijn bloed, maar hij is het vlees van mijn dode vrouw. Hij zegt: Ali, Ali. Ik zeg: nee, papa, papa. Zegt hij: papa, Ali, papa.''